Een blokje om

Posted by: 23 August 2011

Het laatste rondje met het hondje is nogal eens aan verandering onderhevig. Steeds hetzelfde blokje om begint me op den duur te vervelen en dan doen we een ander blokje. De hond maakt het niets uit al aarzeld hij wel wat meer als we bij een zijstraat staan. Gaan we die nu wel in of niet? Rechtdoor? Ook goed.
We komen nu langs een speelweide waar de hond niet op mag; dat staat tenminste daar op een bordje. Ach; je mag ook niet vloeken en wij pakken aleen maar de rand van dat veldje. Daar tegenover staat een rijtje huizen waarvan er in xc3xa9xc3xa9n huis altijd nog licht brandt, met de gordijnen open. Daar ligt altijd een man in zo'n soort fauteuille die je kunt achterover kunt klappen. Meestal slaapt hij terwijl de televisie nog aanstaat. Hij snurkt zo hard dat je het door het dubbelglas nog kunt horen. Heel af en toe is hij nog wel wakker en kijkt hij wat nieuwsgierig naar buiten als ik daar met de hond aan de rand van de speelweide sta. Zo ook gisteravond, ik voelde zijn ogen in mijn rug prikken. De hond poepte niet eens op het veldje maar tilde alleen maar zijn pootje omhoog. Ik hoorde plotseling achter mij de voordeur opengaan.
"Dat bordje geldt ook voor 's avonds laat," hoorde ik de man brommen.
"Verhip, je bent wakker, meestal lig je te pitten," antwoordde ik.
"Dat gaat je geen flikker aan maar die hond mag dat veldje niet op."
Hij had gelijk. Ik mompelde iets van 'jij je zin', haalde mijn schouders op en zonder nog iets te zeggen liep ik door; op de stoep naast het veldje want ik had geen zin in ruzie.
Nog weer dertig meter verder staat een oud pand. Heel vroeger was het een groenteboer, daarna een snackbar en toen ik daar in de buurt kwam wonen was het inmiddels een cafxc3xa9 geworden. Ik heb daar menig uurtje doorgebracht. Maar het cafxc3xa9 is daar vijftien jaar geleden ook gestopt en is het onlangs verbouwd tot een woonhuis. Daar worden de hond en ik de laatste dagen opgewacht door een klein katje. Het is maar een mormeltje van een turf hoog maar is voor de duivel niet bang. De hond blafte eerst naar dat kleine ding maar in plaats dat het katje op de vlucht sloeg kwam hij langzaam maar zeker met een hoge rug, een dikke staart en felle ogen op ons af. Canis deinsde al wat achteruit. We hebben thuis ook twee katten dus hij weet donders goed waartoe een kwaaie kat in staat is. De hond had opeens haast weg te komen en trok mij mee. Maar deze kat heeft ook een belletje aan zijn halsriempje en we hoorden steeds aan dat belletje dat ons achtervolgde. Erger nog; dat belletje kwam steeds dichterbij.
Nu moest ik maar eens optreden, vond ik. We laten ons toch niet door een kat de straat uitjagen, is dat krengetje nou helemaal betoeterd? Ik draaide me om en deed heel hard KSSSSSSSSS! Tijdens het sissend geluid deed ik nog een stap in de richting van het katje en Canis, tactisch achter mij verscholen, blafte nog eens vervaarlijk. Het katje bleef alleen maar staan maar sloeg niet op de vlucht. In tegendeel; even later deed ze toch weer een paar stapjes in onze richting, weer met hoge rug en dikke staart. Wij weer richting huis met dat belletjesgeluid vlak achter ons aan. Ook ik werd er wat nerveus van. Tot de laatste zijstraat; toen vond de kat het blijkbaar welletjes en bleef ze daarstaan. Ze keek ons nog wel dreigend na met een blik van; 'en waag het niet nog eens in deze straat te komen want dan gebeuren er rare dingen.'
Hm, toch maar weer eens een ander blokje opzoeken.

Een dode kok

Posted by: 21 August 2011

Een dode kok.
 
Het politiebureau van Nieuwediep kreeg de melding om 11.22 maar toen hoofdinspecteur Gerard Dalstra samen met zijn assistent inspecteur Pieter Weenink op de plaats van het misdrijf arriveerde was het al vergeven van mensen van een onderzoeksteam waarvan hij niemand kende. Dalstra zag het al aan de de 5 zwarte gepanserde Mercedesbusjes die net buiten het gebouw slordig stonden geparkeerd. Het was ook niet zomaar een gebouw; het was het monumentale pand van de Koninklijke Instituut voor de Marine, het KIM, in de volksmond het 'Het Paleis' genoemd.
Zeker, het gebouw had enige allure. Hier werden toekomstige officieren voor de marine opgeleid en daar zaten vaak niet de minste namen onder. Jaren geleden was de kroonprins Alex xc3xa9xc3xa9n van de leerlingen, een roem waar men nog steeds op teert.
De leerlingen worden adelborsten genoemd, wat nog stamt uit een vervlogen tijd dat alleen maar jongens uit adelijke familie werden toegelaten. Maar er zijn meerdere benamingen voor deze leerlingen in omloop. Bij alle onderdelen van de marine worden ze haantjes genoemd en de plaatselijke bevolking heeft het over 'snerthollen.'
Bij het hoofgebouw moest Dalstra niet zijn, daar huisde de staf van het KIM. en waren de zalen voor ontvangsten en recepties, hij moest in het pand ernaast zijn, de ambswoning van de Schout bij nacht van de marine. Ze kwamen het terrein niet eens op, ze werden bij het gesloten hek tegengehouden door een duo van de Militaire Politie dat normaal wagenwijd openstond. Zijn legitimatiebewijs hielp in eerste instantie niet waarop de eerste rimpel op zijn voorhoofd verscheen. Weenink wist dat je dan moest oppassen.
"Als je nu niet als de sodemieter je chef erbij haalt gebeuren er rare dingen," zei hij Gerard met een strenge, hooghartige toon. Hij wist hoe je die lui moest aanpakken. Militairen luisteren altijd naar hun meerderen en als je het op die manier brengt wil het vaak lukken. Ook nu. De twee werden opeens wat onzeker waarop een van de twee zijn mobilifoon pakte. Even later kwam iemand met veel strepen op de mouw naar het hek.
Hij bekeek ook Dalstra's legitimatiebewijs en gaf bevel het hek te openen.
"Tweede deur rechts," bromde hij.
Dat was de ambswoning van de Schout bij Nacht Bruintjes, wist Gerard. Hij was er al eens eerder geweest voor een dinerparty die de vrouw van de vorige bevelhebber gaf. Het eten was wel goed maar de sfeer slecht. Gerard hield niet zo van dat militaire etiquettegedoe.
Er was nog een parkeerplaatsje vlakbij het groene houten hokje wat tot voordeur leidde. Toen Dalstra en Weenink waren uitgestapt keken ze goed om zich heen. Nerveuse mannen in burger met pistolen onder hun oksels en nog meer MP'rs met geladen geweer.
"Het zal toch geen aanslag zijn," mompelde Weenink.
"Wie weet," antwoorde zijn chef en toonde weer zijn papieren om de deur in te mogen.
Ze werden in de ontvangsthal ontvangen door Henry Vokkink, commandant van de Marechaussee in de havenstad en commandant Graanveld, de baas van het KIM. Dalstra en Vokkink kenden elkaar, er was vaak overleg als in het uitgaanscentrum van Nieuwediep dingen wat uit de hand liepen als er militairen bij waren betrokken. Het was een rustige man en generatiegenoot van Gerard. Ze mochten elkaar wel. Ze hadden elkaar soms nodig en hadden een goed contact.
Vokkink schikte wat aan zijn uniformbroek wat een beetje slordig zat. Het viel Dalstra op dat hij geen zwarte uniformschoenen aanhad.
"Is het zo erg?" vroeg Gerard. "Het wemelt van de staatspolitie en marechaussee. Was Bruintjes het doelwit?"
"Nee, het is niet de Schout bij Nacht, het is de kok. En die lui zijn van de MIVD"
Natuurlijk, dacht Dalstra, de Militaire inlichtingen en veiligheidsdienst.
"Ik ben veel te laat ingelicht," zei hij. "Die lui komen uit Den Haag dus ze wisten het minimaal anderhalf uur eerder dan ik. Is er al iemand opgepakt?"
"Nee, volgens mij niet. Maar het is meteen in de soep gelopen. Ze vonden de kok met een mes in zijn rug en de dienstdoende adjudant dacht meteen dat het om staatsveiligheid ging en belde de MIVD. Dat was al voor negen uur."
"Wist de Schout bij Nacht dan niet beter?"
"Waarschijnlijk wel maar die is er niet, die zit een dagje op zee."
"Op zo'n schip hebben ze toch ook communicatie met de vaste wal?"
Vokkink haalde zijn schouders op, hij wist het ook niet.
Het zat Dalstra toch niet lekker dat hij niet eerder was gebeld en besloot het later aan te kaarten met Greet Kapoen, zijn nieuwe chef.
"Hoelaat was jij hier?" vroeg hij verder.
"Rond half elf. Ik moest de bewaking van het hele marinecomplex regelen. En mijn mond houden tegenover jullie."
"Ik wil nu wel het plaats van delict zien."
"Als we erin komen," antwoordde Vokking. "Die lui denken dat ze alles in de hand willen houden."
Hij ging de nu wat grimmig kijkende Dalstra voor. De gang naar de keuken was breed en hoog. Aan de wanden geschilderde portretten van admiraals uit de oudheid. Trotse mannen met krulsnorren, fraaie uniformen, kilo's medailles, gouden sabels en kleurige linten.
Bij de ingang van de keuken stond weer een bewapende burger. Vokkink nam het voortouw en wenste de hoogste in rang te spreken. Die kwam meteen uit de keuken en stelde zich voor als Van Daalen. Een veertiger in een grijs kostuum, van normale lengte maar erg dik, pafferig dik. Zijn opgezet gezicht had rode wangen en Dalstra dacht onmiddelijk met een hoge bloeddrukpatient te maken te hebben. Zijn al wat kalend hoofd had nog wat dunne rood/grijze sliertjes; een klein rond brilletje moest af en toe worden rechtgezet want hij transpireerde behoorlijk.
"Ah, de plaatselijke politie. Komt U binnen, het is tenslotte Uw rechtsgebied."
Dalstra bekeek hem nauwelijks en met Weenink en Vokkink in zijn kielzog passeerde hij de man. Toch kon hij het niet laten er wat van de zeggen.
"Ik ben te laat gebeld," herhaalde hij.
"Als het om staatsveiligheid gaat bepaal ik wie en wanneer er wordt gebeld," was het afgemeten antwoord.
"En wat bent U dan wel?"
"Verbindingsofficier bij de MIVD," klonk het redelijk arrogant.
Dalstra haalde zijn schouders op en bekeek het lijk. Dat lag in kokskledij met zijn buik op de grond. Hij schatte hem rond de vijftigenvijftig. De dode had een flinke kale plek op zijn kruin. De dunne dolk stak zeker een centimeter of tien tussen zijn schouderbladen. Er was weinig bloed te zien. Dalstra kende het type dolk en elke marineman kende het type ook. Het was een ponjaard, behorend bij het uitgaanstenu van de adelborsten.
Vokkink vroeg of hij nog verder nodig was, hij moest de bewaking verder regelen. Dalstra schudde het hoofd en de marechausseecommandant beende de keuken uit.
"Hebben ze hem zo gevonden? en wie heeft hem gevonden?" vroeg Dalstra aan de MIVD'r.
"Een bediende, korporaal Brouwer, heeft hem gevonden, half tegen het fornuis aan."
"Wie heeft hem dan….." Voordat Dalstra de vraag af kon maken had Van Daalen hem al antwoord.
"Wij zijn al met het onderzoek begonnen. We hebben foto's etc. gemaakt. Ik verzeker U dat alles volgens de gebruikelijke procedure is verlopen."
"Mooi zo," gromde Dalstra sarcastisch. "Dan wens ik je veel plezier met het verdere onderzoek. Weet je al hoeveel ponjaarden er bij die adelborsten rondslingeren?"
Van Daalen gaf daar geen antwoord op.
Dalstra schudde misprijzend zijn hoofd en draaide zich om.
"Op welk tijdstip kreeg U de melding?"
"08.55 om precies te zijn."
Bijna vier uur eerder dan dat hij het te horen kreeg, dacht Dalstra woedend.
"Alles is meteen afgegrendeld door de Marechaussee, die waren er binnen tien minuten. wij waren er binnen een uur met de heli."
"En vriendelijk ontvangen door de heer Vokkink?"
"Kom nou, hoofdinspecteur, U kunt Uw sarcasme laten varen. Vokkink kwam trouwens later, een uur of elf, die zat eerst op zijn commandopost alles te regelen. Er is een blauwdruk in dit soort gevallen."
"U weet blijkbaar niet veel van moordonderzoek, de eerste uren zijn het belangrijkst," beet Dalstra hem toe.
"Kom, we gaan," zei hij tegen Weenink.
Nu was Van Daalen opeens wel spraakzaam.
"Maar U moet het onderzoek leiden, U moet de dader vinden. Wij zijn van de staatsveiligheid en dat is niet zeer waarschijnlijk niet in het geding. Het is nu een normale moord."
"Je bekijkt het maar. Kom Pieter, we gaan." zei Dalstra afgemeten en verliet de keuken.
"Ik heb de sleutels van zijn huis," riep de dikke zwetende man maar Dalstra liep door.
"Die hebben jullie vast al zelf doorzocht," zei hij zonder om te kijken.
Het was Pieter Weenink die zich omdraaide en de sleutelbos overnam. Daarna haastte hij zich achter zijn baas aan.

2.

"Kom op, Dalstra," zei Greet Kapoen, de nieuwe regiomanager. "Ik heb er al achteraan gebeld."
De oude commissaris Goudwater was nog maar nauwelijks vertrokken of Nieuwediep werd met Texel samengetrokken tot regio Noord Noord West waarvan Kapoen de nieuwe districtmanager werd. Haar benoeming was een fluitje van een cent. De minister van Binnelandse zaken wilde persxc3xa9 een vrouw in die functie en zij was de enigste kandidaat. Ze kwam van oorsprong uit het bedrijfsleven, ze was manager bij een levensmiddelenconcern. Daarna liep ze vier jaar stage bij district Amstelland om nu op de klimmen tot deze functie als regiomanager.
Toen ze werd ingelicht over de gebeurtenissen in het KIM was ze onmiddelijk in aktie gekomen.
"Het is eerst een misverstand. Die adjudant wist niet beter en die lui van de MIVD denken dat ze de Here in eigen persoon zijn. Ze hebben inmiddels de status van staatsveilig al opgeheven. Jij moet het nu doen."
"Ik peins er niet over. Ze hebben alles al verprutst. De plaats van delict is veranderd in een puinhoop van jewelste. Ik zal dan eerst twee dagen puin moeten gaan ruimen en U weet dat de eerste 24 uur ontzettend belangrijk zijn."
De manager wist even niet wat ze er mee aan moest. Toen ze pas was aangetreden was ze onder de indruk van de recherchechef. De cijfers toonden ondubbelzinnig aan dat hij de misdaad in Nieuwediep behoorlijk onder controle had, maar de eigenwijsheid van Dalstra stoorde haar; hoewel hij in dit geval een poot had om op te staan. Ook Kapoen had boos, maar niet te boos, gebeld naar het ministerie van Binnenlandse zaken om opheldering te vragen maar ze werd doorgewezen naar het ministerie van defensie en die begon over zwijgplicht inzake de MIVD. Maar ze had haar boosheid weten in te houden in het besef dat de regio waar ze nu de baas van was niet de grootste in het land was. Haar ambities lagen hoger en er waren weinig goede vrouwen voor dit soort functies.
"Laat ik er dan maar een dienstbevel van maken."
Dalstra zat nu even klem want werkweigeren mag niet.
"Dan zal ik toch de rapportage vanaf het begin moeten hebben en ik moet absoluut zeker weten dat ik mijn gang kan gaan. Die meneer Van Daalen zal mij moeten briefen."
"Die is alweer onderweg naar Den Haag heb ik begrepen. Zijn halve team is opeens vertrokken, behalve wat mensen op strategische punten. Ze dachten blijkbaar echt dat het om een poging tot moord op de Schout bij Nacht was."
"Een Schout bij Nacht in kokskleding? Hij was er niet eens."
"Ga er nou maar weer naar toe, Gerard. Jij hebt de leiding van het onderzoek."
Dalstra keek wat verbaasd op. Dit was misschien hun vierde gesprek geweest en altijd was het erg vormelijk. Hij vond haar een typische carrixc3xabrehopper. Ze was rond de veertig maar hij vond er weinig appetijtelijks aan. Ze was erg dik, vadsig dik zelfs, en van haar capaciteiten was hij tot dan toe ook niet erg onder de indruk. De manier waarop het district op de schop ging marcheerde totaal niet. In het laatste gesprek had hij dat niet onder stoelen of banken gestoken. Toch sprak ze hem nu aan bij zijn voornaam, wat hij zeer verdacht vond. Hier stak iets achter.
"Die Van Daalen zei dat hij foto's had genomen van de hele keuken, ik wil die zo snel mogelijk hebben."
"Komt voor elkaar."

——————————

Dalstra riep eerst zijn team bij elkaar en keerde met drie politiewagens en Weenink terug op het KIM. Die trok met een aantal rechercheurs naar de opleidingsschool om eventuele getuigen of sporen te vinden. Dalstra zelf koos rechercheur Martje Delijer uit als zijn naaste hulp. Die ontwikkelde zich steeds meer als een talentvolle speurder. Daarbij was ze leuk, blond en ze had iets ontwapenends over zich. Bovendien was ze zeer nieuwsgierig en vasthoudend. Een tweede team moest de wapenkamer, de plaats waar de ponjaardenverzameling zich zou bevinden. Een derde team onderzocht de gehele ambswoning van de vlootcommandant op sporen en vingerafdrukken.
"Dan wordt de privacy van de familie wel erg geschonden," sputterde de nog steeds aanwezige commandant Graanveld tegen. "Heeft de MIVD dat dan ook al niet gedaan?"
"Ja, maar ze waren binnnen een halfuurtje klaar en lieten alles netjes achter."
"Wij werken ook netjes," grijnsde Dalstra, "alleen zal het misschien wat grondiger gebeuren."
Ook liep hij Vokkink weer tegen het lijf.
"Gerard, gelukkig dat je er weer bent. Die spionnenbrigade is deels weg. Ik zal je zo goed als ik kan bijstaan."
"Ligt het lijk er nog?"
Vokkink knikte.
"Ik wil die korporaal spreken en de adjudant. Wat is de naam van de dode?"
"Van Stelhoven. Maar het is een burger, een burger bij de marine."
Dalstra knikte. Er waren veel burgers bij de marine in dienst, meestal in technische beroepen.
"Ik haal adjudant Nijenkerk er bij, hij beheert alles hier zo'n beetje," vervolgde Vokkink.
Dalstra liep de keuken binnen en zag het lijk in dezelfde houding liggen als een uurtje eerder. Hij kon het nu beter bekijken. Het leek een vijftiger met een typische koksbuik. Een lichtgrijze broek en daarboven het wit koksjasje waar de ponjaard voor zeker de helft in was gestoken. Dalstra zag geen bijzonderheden; de man was doodgestoken, meer niet.
Daarna keek hij naar het grote zes-pits gasstel waar twee pannen, een gewone pan en een grillpan, op stonden. Aan het keukengereedschap kon hij zien dat de kok met naar alle waarschijnlijkheid met koken bezig was toen iemand de dolk in zijn rug plantte. In de grillpan lagen twee langoustines, in de ander iets van paddenstoelen. Naast het fornuis stond een klein steelpannetje met iets wat op mayonaise leek. Dalstra rook eraan en ontdekte de geur van bloemetjes. Wat voor bloemen kon hij niet duiden. Intussen ploegde Martje Delijer de keukenkasten en laden door.
Korporaal Brouwer bleek al, tot Dalstra's verbazing, naar huis te zijn gestuurd maar adjudant Nijenkerk was wel nog aanwezig.
Op het eerste oog leek het een normale man, met een normaal postuur, maar aan de manier waarop hij zich bewoog zag Dalstra dat het een lenige, gespierde man was. Maar ook koel en afstandelijk met een dun donker kinbaardje. Hij leek niet ouder dan dertig.
"Op welk tijdstip vond U hem?"
"08.50."
"Heeft U bij benadering enig idee hoelang hij toen al dood was."
"Niet lang, hij kwam 08.15 levend binnen."
"Zijn er meer getuigen?"
"Nee, ik denk het niet. Hij kwam aan de achterkant binnen doormiddel van een cijferslot, Korporaal Brouwer, de bediende bracht hem koffie, zoals elke ochtend gebeurd, hij vond Van Stelhoven en waarschuwde mij. Ik ging ook alleen kijken, de korporaal ging niet mee. Daar heeft U misschien al twee hoofdverdachten."
Dalstra probeerde een geruststellende glimlach te produceren maar het lukte niet echt.
"Wie heeft korporaal Brouwer naar huis gestuurd?"
"Ik, nadat hij is ondervraagd door die meneer Van Daalen. Die zag geen aanleiding hem hier te houden, Brouwer was erg overstuur."
"Wanneer vond Brouwer hem?"
"08.50. Hij was vanaf 08.30 bij mij, hij maakte de koffie, vond de kok en nog geen minuutje later stond hij bij mijn bureau te beven als een rietje."
"Hoe laat was U hier?"
"Net als de korporaal moest ik 08.30 beginnen. Ik ben altijd wat eerder."
"Is de familie van Van Stelhoven al op de hoogte gebracht?"
"Dat weet ik niet, de MIVD zou alles regelen."
"Was hij getrouwd?"
"Volgens mij niet. Hij had het nooit over een vrouw of kinderen in zijn leven"
"Waar was U ten tijden van de moord?"
"In mijn kantoor, hier naast de keuken."
"Hoelang kookt hij hier al?"
"Nog geen jaar."
"Neemt de marine nog mensen van deze leeftijd aan?"
"Van Stelhoven was geen militair, hij werkte als burger."
"De marine heeft zelf toch koks?"
Hij moest denken aan die ene keer dat hij op de officierenclub dineerde in het kader van de samenwerking tussen defensie en de burgerij. Dat was niet verkeerd, hij had nog nooit zo lekker in Nieuwediep gegeten.
"Van Stelhoven was een bijzondere goede kok. U begrijpt dat er vaak vergaderingen en bijeenkomsten zijn van de defensietop. Maar ook de NAVO  komt af en toe. Vandaag zit de Schout bij Nacht op een nog in gebruik te nemen nieuw fregat, de volgende week komt de NAVO top kijken. Ook de keuken moet top zijn. Van Stelhoven was voorheen chefkok op VIP-dek van de Noordam, het grootste schip van de Holland Amerika Lijn."
"Maar hij kookt hier toch niet elke dag? De Schout bij Nacht zit volgens mij meestal in Den Haag."
"Van Stelhoven is ook chefkok van de officierenclub maar als er iets bijzonders is, zoals volgende week, bepaald en kookt hij de menu's, met een staf uiteraard."
"Maar wat deed hij vandaag hier dan?"
"Koken. Hij beschouwde dit als zijn privxc3xa9keuken. Hij probeerde dingen uit voor Commandant Bruintjes en zijn vrouw."
"Handig zo'n privxc3xa9kok."

————————-

Dalstra overdacht even de situatie. Hij had inderdaad twee verdachten maar dat leek te logisch. Een terroristische daad leek uitgesloten, dat was hij met de MIVD eens.
"Ik wil wel meteen het adres en telefoonnummer van korporaal Brouwer, ik snap eigenlijk niet waarom U hem naar huis hebben laten gaan."
"De MIVD-chef vond geen….."
"Ja, ja, geen bezwaar," vulde Dalstra ongeduldig aan en kreeg het nummer en adres van Brouwer. Hij liet de pieptoon vijf keer overgaan, de man nam blijkbaar niet op, maar hij kreeg een ingeving en deed alsof hij de korporaal wel aan de lijn had. Het kon nooit geen kwaad die twee verdachten nu al tegenover elkaar uit te spelen.
"Korporaal Brouwer? Ja, hallo, met hoofdinspecteur Dalstra. Ik zou graag willen dat U zich over een halfuurtje op het politiebureau meldt. Ja, ik weet dat U toestemming had naar huis te gaan maar in kader van het onderzoek moeten wij U verhoren."
Dalstra stopte zijn mobiel weer in zijn jaszak en lette goed op het gezicht van de adjudant. Dat stond onbewogen, alsof het hem logisch leek dat Brouwer gewoon thuis was. Maar Dalstra wist nu dat Brouwer waarschijnlijk spoorloos was en zijn telefoon niet opnam.

————————–

De adjudant keek ondertussen nog eens naar het dode lichaam.
"Kan het lijk weg? Het begint me nu wat tegen te steken."
Jansen, de fotograaf, die zijn eigen foto's nam knikte van ja, hij had zijn werk gedaan. Dalstra wilde bellen voor een lijkwagen maar de adjudant was hem voor.
"Er staat al een lijkwagen aan de achterzijde klaar. Ik regel het meteen."
"Nog xc3xa9xc3xa9n dingetje, heeft U meteen de MIVD gebeld?"
"Ja, dat is standaardprocedure bij een eventuele aanslag of terroristische aktiviteiten. Dat is sinds 9/11, de Twin Towers."
"Had de kok een mobieltje?"
"Weet ik niet, ik zag hem er nooit mee."
Op dat moment kwan Martje Delijer met een groot ruitjesschrift aanzetten die ze in een keukenla had gevonden.
"Kijk chef, allemaal recepten met garnalen en mayonaise. Het lijkt wel of het om xc3xa9xc3xa9n recept gaat. Allemaal grammen erbij. Dalstra bekeek de eerste pagina van het schrift. Daar stond in grote letters het recept.
'Langoustine, friszuur, op muskaatpompoen, citrusafrikaantjes, lavendelmayonaise.'
Volgens verdere aantekeningen in het schrift was de kok al langer bezig dit recept te perfectioneren. Dalstra rook nog even aan de mayonaise op het gasstel. Juist, lavendel. Misschien een kookwedstrijd? Het werd tijd om de Schout bij Nacht zelf te spreken te krijgen.
De brancard kwam binnenrijden. Dalstra trok zijn plastic handschoenen aan en trok voorzichtig de ponjaard uit het lichaam. Hij kon dat tamelijk emotieloos doen; zijn collega's huiverden wel eens om zijn koele manier van denken en handelen.
Er kwam vrijwel geen bloed mee. Hij bekeek de lichtelijk besmeurde ponjaard nog eens goed. Op het handvat was een piepklein blauw edelsteentje ingelegd. Hadden alle ponjaarden dat? Hij pakte zijn eigen digitale cameraatje, die hij meestal wel bij zich had, en maakte er een foto van. Daarna stuurde hij zowel het lijk als de dolk naar het forensisch instituut van de politie in Alkmaar. Die moesten het maar verder onderzoeken. Daarna stapte hij even naar buiten om een sigaretje te roken en belde meteen naar het bureau om twee mensen te sturen naar het huisadres van korporaal Brouwer.

3

Niet veel later stapte Schout bij Nacht Bruintjes de keuken binnen. Hij leek geschokt door de dood van zijn chefkok.
"Ik ben zo vlug mogelijk met de helicopter van boord gekomen. Vreselijk."
"Was U meteen op de hoogte?"
"Ja, de minister belde zelf."
"Standaardprocedure?"
"Ja, eerst de MIVD, die informeert het ministerie van defensie en die bellen dan weer verder, zo gaat dat. Ik weet inmiddels ook dat U nu het onderzoek leidt."
Dalstra bekeek de Schout bij Nacht eens goed. Een lange slanke man met de nodige strepen op zijn smetteloze donkerblauw uniform. Hij had zijn pet afgezet. Er liep een kaarsrechte scheiding door zijn kort peper en zoutkleurig haar. Hij leek tegen de zestig jaar. Zijn ogen stonden verdrietig en bezorgd, maar niet bang. De inspecteur begon er maar niet over dat hij vond dat hij te laat was ingelicht. Standaard!
"De kok is net afgevoerd. Waarom denkt de MIVD en U dat er geen terroristen in het spel zijn?"
"Alles staat dan meteen onder de hoogste beveiliging. Er zijn gewoon geen aanwijzingen voor een aanslag of wat dan ook. De beveiliging is deels al weer opgeheven, heb ik begrepen."
Dalstra dacht het er zijne van. De wegen van veiligheidsdiensten zijn ondoorgrondelijk.
"Van Stelhoven is vermoord met een ponjaard, dat zou in principe van xc3xa9xc3xa9n van de studenten kunnen zijn geweest."
"Het zou kunnen maar de ponjaard behoort tot het uitgaanstenue. Ze zijn opgeslagen in een afgesloten magazijn en worden alleen bij officixc3xable gelegenheden uitgereikt om te dragen; net als de sabels."
"We hebben een rechercheteam op het KIM gezet, in de hoop iets te vinden. Helaas was de MIVD ons voor, nu krijg je twee onderzoeken door elkaar heen, maar zo hoort dat blijkbaar. Standaardprocedure."
De Marinechef haalde lichtjes zijn schouder op. Hij kon er ook niets aan doen.
"Vertelt U eens wat meer over Van Stelhoven. Wat was precies zijn functie?"
"Hij stuurde de keuken aan van de officiersclub en deed party's en grote diners, soms ook in Den Haag. Een soort diner-manager. Maar ook een buffettenspecialist. Een fantastische kok."
"En Uw huiskok?"
"Hij was nog ambitieus, dit was zijn proefkeuken. Hij probeerde nog recepten uit en mijn vrouw en ik waren vaak zijn proefers. Mijn vrouw was voorheen culinaire journaliste. Ze vindt hem een van de besten van Nederland."
"Maar onbekend bij het grote publiek."
"Ja, dergelijke koks zijn vrij onbekend. Lucien, dat is, eh, was, zijn voornaam, wilde graag aan wal en tot zijn pensioen een vaste baan."
"Kan het zijn dat hij met een kookwedstrijd bezig was? We vonden net een schrift met aantekeningen over xc3xa9xc3xa9n gerecht."
"Dat klopt. De Europese week van de smaak, dat is over drie weken in Brussel. Maar het is een vier gangen menu waar hij mee bezig was. De andere drie gangen waren al klaar."
"Heeft U zijn adres? We zullen ook daar moeten kijken. Als het geen terroristische aanslag is zitten we toch met een vermoorde kok."
"Natuurlijk." Bruintjes kreeg steeds meer tranen in zijn ogen, de Schout bij Nacht was een fijnproever. Het idee dat de exclusieve maaltijden voorbij waren zou wel meespreken. Hij en zijn vrouw moesten op zoek naar een andere kok.
"Wat was het voor een persoon?"
"Aardig, vriendelijk maar wel bazig. Je kon merken dat hij grote keukens heeft aangestuurd. En overtuigd van zijn eigen kookkunsten; volgens mijn vrouw volkomen terecht."
"Uw vrouw en Van Stelhoven zullen misschien hebben samengewerkt. Kan ik haar ook spreken? Misschien weet zij meer dan U. Ik wil meer weten over die kookwedstrijd."
"Ze is in Den Haag gebleven, daar wonen we. Als we hier zijn is het meestal voor een paar dagen; dit is echt een ambswoning. Maar ik zal haar straks bellen. Is morgenochtend goed?"
Dalstra knikte, hij wilde toch eerst naar het huis van Van Stelhoven om het daar goed door te spitten, hoewel de MIVD hem natuurlijk voor was geweest.
"In welk blad schreef Uw vrouw en onder welke naam?"
'Ze gebruikte haar meisjesnaam. Jantine De Kok. en ze schreef vooral voor 'de Vrije Post', een opinieweekblad."
Dalstra kende het, een wat links blad dat in iedere kiosk te koop lag. Hij las het zelf regelmatig vanwege de onderzoeksjournalistiek. De culinaire pagina kon hij zich niet zo voor de geest halen. Wel de schaakcolumn, maar dat kwam omdat het zijn hobby was.
"Hoelang doet ze dat al niet meer?"
"Sinds ruim twee jaar, toen ik voor deze functie werd gevraagd. Toen zijn we ook getrouwd."
"Dit is Uw tweede huwelijk?"
"Ja, maar dat beschouw ik toch echt als privxc3xa9."
Dalstra ging er niet verder over door. Misschien iets voor later als er verder moest worden gerechercheerd.
Hij kreeg het adres van Van Stelhoven en nam afscheid.

——————–

Pieter Weenink en zijn team onderzochten dingen die al waren onderzocht. Er was een klein raadseltje. De wapenkamer waar de ponjaarden en sabels waren opgeborgen was geforceert maar niet door de MIVD, zo verzekerde commandant Graanveld.
"Er is een ponjaard weg,' zei het KIM hoofd met een bedrukt gezicht.
"Wanneer is de inbraak ontdekt?"
"Vanochtend, maar er is wel controle op. Dat is 's ochtends rond tien uur met de schoonmaakploeg."
"Dus dat kan ook gisteren zijn gebeurd? gisteravond? vannacht?"
Graanveld haalde zijn schouders op.
"En waar waren de studenten?"
"Op verschillende locaties. De officierenstudies hebben verschillende richtingen. Een aantal is momenteel varende, anderen hadden een sportuur en er waren twee klassen bezig. Er zijn er ook nog op oefening in Noorwegen. Er zijn geen zieken die op hun kamer zijn gebleven. De slaapvertrekken waren leeg. Er was alleen schoonmaakpersoneel, en de keukenbrigade om de lunch voor te bereiden maar de keuken zit aan de achterkant. Die deur daar heeft een cijfercode."
"Verder niemand in het gebouw? Leraren?"
"Die hebben hun werkkamers bij de volgende ingang. Dat is volkomen afgescheiden."
"Dus een vrijwel leeg gebouw."
"Ja, dat is vrijwel zeker. De portier heeft niemand binnen gelaten."
"Ook geen schilders, of loodgieters, computerprogrammeurs, e.d.?"
"Het gebouw is vorig jaar behoorlijk opgeknapt."
"Toch kun je vrijelijk op het terrein komen."
"Zeker, maar niet in de gebouwen zelf."

—————–

Richard Ballengooyer, teamleider van de technische recherche had ook al weinig nieuws. Ja, honderden vingerafdrukken in en op de deur van de wapenkamer. Verder geen spoor te bekennen.
Pieter Weenink wilde naar de keuken en Graanveld ging hem voor. Er werkten zes jonge mensen onder leiding van een chefkok. Ze hadden het druk, de voorbereiding voor het avondeten van de studenten begon in volle gang te komen.
"Heel gewoon hoor," zei de chef die niet al teveel tijd had. "Ze kunnen kiezen uit twee groentes en twee vleesgerechten. Plus gekookte aardappelen."
"U heeft natuurlijk gehoord van de moord."
"Ja, moge hij ruste in vrede. Zelfs als hij wordt vermoord zorgt hij nog voor onrust. De hele dag vreemd volk over de vloer, we kregen nauwelijks de lunch op tafel voor de jongens."
"Had Van Stelhoven hier ook wat in de melk te brokkelen?"
"Nee, zo'n keuken als dit noemde hij een vreetschuur. Meneer was beter gewend, hij deed zeer minachtend over het normale koksleven."
"Vanwaar dan de onrust?"
"Hij wilde zich er wel mee bemoeien, hij probeerde me de stoelpoten door te zagen. Altijd gezeur dat we de verkeerde leveranciers hebben, hij wist betere, ik leidde de keuken niet goed, hij wist betere koks, en als hij tijdelijk een brigade nodig had pikte hij zo een paar jongens hier vandaan, zonder overleg. Van die dingen."
"Geen vriendje dus."
"Nee, het was een arrogante klootzak. Schrijf mij maar bij de lijst van verdachten, alleen zou ik het met een vleesvork hebben gedaan."
"Dus U weet van de ponjaard?"
"Dat weet intussen de hele marine, die tamtam is dik in orde."

————————

"Niets concreets dus," stelde Gerard Dalstra na het verslag van Weenink. Dalstra en Deleijer hadden inmiddels het complete viergangenmenu weten te vinden waar Van Stelwagen mee wilde winnen. Het water liep hem uit de mond.
Voor:Lauwe rivierkreeftenbouillon met in anijs gerookte stukjes paling,
Tussen: gegrilde langoustines met een fris tomatenzuurtje, muskaatpompoem, citrusafrikaantjes en de lavendelmayonaise,
Hoofd:Polderhaas met kervelwortelzalf, jonge zoet/zure bietjes met een saus op basis van geperste rodebiet, jonge worteltjes en melde.
Dessert:Soufflxc3xa9 van kwark, citroen en vanille met een kersensorbet.

———————–

"Ik zou graag in die jury willen zitten," zei Dalstra wat dromerig maar Weenink keek er misprijzend na.
"Geef mij maar de Hollandse pot," bromde hij. "Citrusafrikaantjes, hoe verzinnen ze het."
"Maar goed, hier schieten we verder niet zo op," zei Dalstra. "Ik laat Ballengooyer met een paar man hier om de ambswoning verder door te zoeken. Martje, jij blijft hier in de keuken verder door te spitten. Pieter, wij gaan naar de woning van Van Stelwagen."
Hij nam afscheid van de nog steeds aanwezige Vokkink en stapte met Weenink in de dienstgolf.
Onderweg belde zijn baas, Greet Karpoen, dat de foto's van de AIVD al op het bureau waren en dat een voorlopig verslag van Van Daalen in de maak was.
"Weet je verder al wat?" vroeg ze aan Dalstra.
"Voorlopig niets, misschien is het in de relationele sfeer. Ik heb inmiddels begrepen dat Van Stelhoven niet al te populair was. Ik wil meer informatie over hem, hij was voorheen chefkok op een cruiseschip van de HAL, de Noordam. Ik wil mensen spreken die hem kenden. Keukenpersoneel, de dienstdoende kapitein, etc."
"Ik zal er iemand achteraan zetten, je hoort van me."
"Wat anders, ik heb mensen naar het woonadres van korporaal Brouwer gestuurd, is daar nieuws van?"
"Niet dat ik weet maar als er iets is bel ik meteen."
Dalstra knikte goedkeurend. Kapoen was een actievere chef als haar voorganger.

4.

Van Stelhoven woonde in een ruime flat op de zevende etage van een nieuw appartementencomplex waar eens de oude HBS stond en waar Gerard zijn middelbare schooltijd had doorgebracht. Hij reed er regelmatig langs maar moest nog steeds aan het idee wennen. Vroeger heette het gewoon HBS; dit nieuwe gebouw, met negen etages, kreeg de naam 'Het Anker'. Het was mooi gesitueerd; vanaf de vierde woonlaag kon je over de dijk naar de zee kijken. Toen Dalstra en Weenink op de zevende etage uit de lift stapten keken ze bewonderend naar het uitzicht. Driehonderd meter naar het westen lag de robuuste dijk met daar achter het Marsdiep. Het was helder weer zodat de Razende Bol, een zandplaat in het Marsdiep, en Texel goed waren te zien.
Bij het juiste nummer aangekomen stak Weenink de sleutel in het slot en opende de deur. Ze liepen door de niet al te grote hal en betraden de woonkamer. Alles stond op zijn plaats maar de twee politiemannen wisten zeker dat het die ochtend al was onderzocht door de MIVD. Ze hadden het keurig achter gelaten.
Het was een nette kamer, stoelen en tafels stonden keurig op hun plekje. Het was er ook schoon. Geen slordige stapeltjes kranten of tijdschriften, geen rondslingerende boeken, nee, hier leefde een ordentelijke man. Op een boekenplankje slechts een paar kookboeken waaronder twee handboeken van de HALkeuken. De xc3xa9xc3xa9n stond vol met buffettechnieken, de ander met recepten. In dit boek lagen diverse kladblaadjes met handgeschreven aanvullende recepten of verbeteringen. Geen foto's van kinderen of een vrouw, geen familie, geen banden, of het moest een band met de zee zijn. Er hingen wel 4 foto's van grote cruiseschepen waar hij waarschijnlijk op had gevaren. Op het hoekterras stond een zware verrekijker op een statief, met uitzicht op de Razende bol. Je kon er zo de zeehonden tellen.
Er waren twee slaapkamers, een grote en een kleine logeerkamer. Ook hier weer alles netjes. Het bed keurig opgemaakt, de kledingkast was ook netjes. Geen medicijnen in het nachtkastje, alleen keurig opgevouwen ondergoed. Hetzelfde gold voor de badkamer. Zowaar een doosje paracetamol en een pakje condooms maar keurig in een kastje. Hij scheerde zich elektrisch maar in het apparaat was geen haartje te vinden.
De keuken idem dito. Wat Dalstra verbaasde was de eenvoud van de inrichting. Een normale vierpitsfornuis, een oven, een magnetron, een keukenmachine en een staafmixer. De potten en pannen hadden een HAL keurmerk, ongetwijfeld topkwaliteit, dat wel en het messenset was ook dik in orde. Dalstra zocht in laden naar recepten maar vond niets. Hij liep de kamer weer binnen maar stuurde Weenink naar de buren om informatie te krijgen.
Ook hier geen mobiel. Die zal wel in Den Haag zijn, dacht Gerard. Hij liep naar de vaste telefoon en pakte de klapper met telefoonnummers. Er stonden slechts 12 nummers in met alleen initialen er achter. Dalstra vloekte zachtjes; dat betekende extra werk op het bureau. De films bij de DVDrecorder waren voornamelijk bekende films, oude bioscoopkrakers. Ook een stapeltje pornofilms. De chefkok had een voorliefde voor SM maar Dalstra leken ze niet extreem genoeg om daar op voort te borduren.
Als laatste opende hij de laden van het lichteiken dressoir. Ook hier alles netjes. Zijn giro en bankafschriften en verder wat zakelijke dingen. Helemaal achterin de onderste la vond het iets opmerkelijks. Het was een klein, dun fotoalbum met alleen een paar foto's van een cruiseschip met Arabische letters. Zou van Stelhoven ook als kok ergens in Arabixc3xab hebben gevaren? Op een andere foto stond hij met een paar sheiks op de kiek. En waarom zou de MIVD deze foto's hebben laten liggen? Om hem op een dwaalspoor te brengen? Hij stak het album in zijn binnenzak en keek nog even de kamer rond, alleen de foto's van de cruiseschepen gaven het iets persoonlijks. Hij had er verder weinig meer te zoeken. Hij liep het halletje weer door en sloot de buitendeur achter zich en zag dat Pieter Weenink twee deuren verderop stond te praten met een buurvrouw. Op dat moment kwam een oudere man in een booster de lift uit. Hij keek nieuwsgierig naar de politie-inspecteur.
"Wel, wel, vreemde gezichten op de etage."
"Politie, ik wilde U wat vragen. Kent U meneer Van Stelhoven?"
"Politie? waarom? waarvoor?"
"We doen een onderzoekje naar hem, hij is plotseling vertrokken. Woont U ook op deze galerij?"
"Jazeker. Eerlijk gezegd weet ik niet veel van hem. Een zeeman die gestopt is met varen, daar heb je er veel van in de stad. Ik heb zelf op een tanker gevaren, van Schell. 5 maanden weg, drie maanden thuis. Hij werkte op een cruiseschip als kok. Werkt nu als burger bij de marine."
"Woont hij alleen?"
"Ja, je ziet er nooit mensen als hij niet thuis is."
"Nooit bezoek, ook geen dames?"
"Af en toe. Een vrouw, eentje met wat lang donker haar, als die komt is het 's avonds. Nou, dan weet je het wel. Verder weet ik niets van haar. Ze doet altijd wat stiekem. Kijkt veel om zich heen als ze op de galerij is."
"Nog andere bijzonderheden aan haar?"
"Nee, ik heb haar gezicht nooit goed gezien. Het lijkt me wel een dametje; hoge hakken, dure kleren."
"Komen er verder nog weleens bezoekers?"
"Nee. Wacht eens, wel. Er kwam heel af en toe wel eens een jongere man. Die herkende ik wel, de heeft dat restaurant op de buitenhaven, Havenzicht.
"Heeft U Van Stelhoven wel eens uitgebreid gesproken?"
"Nee, wat praatjes over het weer, over de centrale verwarming die wel eens uitvalt; van die dingen. Kinderziekte's zeggen ze steeds. Nee, het is een eenzelfige man."
Dalstra bedankte hem en keek naar Weenink die ook met lege handen terug kwam.
"Een eenzaad, geen contact met de buren, nooit bezoek."
"Ik heb misschien iets, restaurant Havenzicht op de buitenhaven, daar is iemand die Van Stelhoven schijnt te kennen," zei Dalstra. "Breng mij maar naar het bureau, dan ga jij daar naar toe."

——————

In de recherchekamer werd hij opgewacht door Kapoen.
"Enig idee, Gerard?"
"Nee, we zijn nog bezig familie te lokaliseren. Hij woonde zeer op zichzelf. Er is een soort kookwedstrijd waar hij mee bezig was, we zullen ons daar in gaan verdiepen. Nog nieuws uit Den Haag?"
"Dat verslag is er nog steeds niet. Wel foto's van de keuken."
"En Brouwer?"
"De jongens zijn net terug. Ze stonden voor een dichte deur. Volgens de buren is het een gemeubileerde flat, ze hebben er maanden niemand gezien."
"Ik heb ernstig mijn twijfels over dat zogenaamde terroristich gedoe," zei Dalstra peinzend. "Waarom is het politiebureau niet meteen ingeschakeld i.v.m. beveiligingen? Moesten er meteen geen wegen worden afgezet? De off-shorehaven? De spoorwegen? De pont naar Texel? Daarbij is die alarmfase wel heel vlug opgeheven. Er klopt niets van. Toen met 11/9 moesten we wel meteen alle toevoerswegen naar de havens afzetten."
"Ik heb ongeveer dezelfde vragen vanmiddag nog gesteld aan Binnenlandse zaken maar heb nog geen duidelijk antwoord gekregen. Ik heb het daarna aan de raad van Commissarissen gemeld. Die geheime diensten zijn vaak een luis in de pels voor de ons. Ze gaan meestal volkomen hun eigen gang."
Dalstra haalde zijn schouders op, hij had er vaker mee te maken gehad. Hij belde naar Martje de Leijer en Ballengooyer of ze iets concreets hadden, dat bleek niet het geval, dus hij liet ze terugkomen naar het bureau. Ze moesten zich helemaal op de kok focussen.
Hij ging zelf naar zijn eigen kantoortje en vond de foto's die door de MIVD waren gemaakt. Het was zoals ze de kok hadden gevonden. Van afstand en van dichtbij. Close-ups van de ponjaard in zijn rug. Op de foto's stond ook het tijdstip van afdruk. Allemaal rond 10 uur.
Op een soort overzichtsfoto van de keuken viel hem twee dingen op. Er was net een been zichtbaar van een van de aanwezigen met aan zijn voeten een bruine schoen met gaatjesmotief. Het tweede detail was het pannetje waar de lavendelmayonaise in zat; dat lag op z'n zijkant op het fornuis. Er lagen wat kloddertjes terzijde van het gasstel. Toen Gerard in de keuken was was dat pannetje weer rechtop gezet.
Het werd tijd voor een paar telefoontjes.

—————–

Pieter Weenink kwam net rond dinertijd in Havenzicht. Het restaurant stond pal aan de visserhaven en had een fraai uitzicht op vloot. Vele schepen lagen aan de ketting want veel werd er niet meer gevist in de Noordzee. De vis quota had de vloot behoorlijk gesaneerd. Verderop was de bedrijvigheid van de offshore. Het marineterrein met zijn vele steigers lag daar achter. Weenink was er al een paar keer met zijn vrouw gaan eten en vond het van binnen echt maritiem. Veel foto's van schepen, scheepsattributen en een mooi gepoetste scheepsbel. Het was er bijna vol, de bediening had het druk maar op vertoon van zijn penning bracht een jonge maar handige serveerster hem naar de keuken. Ook daar was het druk en vooral warm.
De kok weinig tijd voor hem. Met drie assistenten werd er in een strak tempo gekookt en borden opmaakte. Het was een goed ge-olied team wat bezig was. Het gezicht van de kok stond echter somber. Het was een dertiger met kort, blond stekeltjes haar en ondanks de drukte had hij het goed in de hand.
"Recherche," zei Weenink.
"Tim Verbeek." zei de kok afgemeten.
"Ja, ik weet waarom je komt, Van Stelwagen is vermoord. Maar ik heb echt geen tijd, ik heb 60 eters."
"Kan dat niet zo even onder het koken door? Ik bedoel, ik kan je ook meteen meenemen naar het bureau. Dit is een moordonderzoek."
"Verdomme, als je maar niet in de weg loopt."
De rechercheur verbaasde zich over de verscheidenheid van de borden. Vis, grote garnalen, biefstukjes, een grote kookpan met bloemkool, en andere met worteltjes. Hij zocht een plaatsje uit dat hij niet in de weg stond en toch vrij dicht bij de kok aanwezig was om hem goed te observeren.
"Kende je hem goed?"
"Zeker, hij was jaren lang mijn chef op de HAL. De Nieuw Amsterdam."
"Hoe weet je dat hij is vermoord?"
"Hier komen ook marinelui over de vloer, ze lullen wat af, die gasten."
Er waren weer vier borden klaar en Verbeek tingelde met een klein belletje dat een serveerster het kon ophalen. Meteen boog Verbeek zich over een paar tournedos.
Ondanks zijn strategische plaats stond Weenink toch in de weg. Een hulpkok passeerde hem al rakelings met een gloeiendhete pan met gebakken aardappels en een andere vroeg hem opzij te stappen zodat hij bij de schone borden kon komen. De kok wilde hem uit de keuken.
"Weet je wat? neem een biertje, of whatever, aan de bar en over een uurtje heb ik tijd voor je. Wegwezen."
Pieter had al goed om zich heen gekeken en zag de grote glazen achterdeur. Hij wist het niet zeker met de kok en koos een barkruk waar hij een beetje uitzicht had op de keuken. Hij had inmiddels honger gekregen en bestelde biefstuk met frietjes.

————————

Op het bureau had iedereen een bestelling ingevuld op de bestellijst van de Chinees, Tong Fa. Niet dat die nou zo enorm goed was maar ze wisten het snelst te leveren. Tijdens een late werkoverleg vergadering hadden ze eens de proef op de som genomen en bij elke Chinees van de stad gelijktijdig xc3xa9xc3xa9n maaltijd besteld en toen de chronometer ingedrukt. Tong Fa, niet eens het dichtstbij, stond in 21 minuten met een bami rames extra op de stoep en het was nog redelijk te eten ook.
Maar er was eerst koffie; wat is een politiebureau zonder een goede koffiepot?
Dalstra zette rechercheur Anika Dompteur op de nummers van de telefoonklapper. Een ander moest kontakt opnemen met de HAL directie voor meer informatie, weer een ander ging op zoek naar familie van de vermoorde keukenmeester. Martje Delijer moest op zoek naar marinekoks die met Van Stelwagen hadden gewerkt.
Dalstra zelf verbond zijn fototoestelletje aan zijn eigen computer om de ponjaard nog eens goed te bekijken. Dat edelsteentje intrigeerde hem. Daar zag hij de foto op schermgrootte op de pc. Hij vergrootte de foto maar zag verder geen onrechtmatigheden, behalve dat de dolk een antieke indruk maakte.
Hij zocht het telefoonnummer van de Schout bij Nacht die gelukkig nog aanwezig was. Na wat beleefdheden over en weer zei Bruintjes dat zijn vrouw die avond nog zou komen, dan was ze de volgende dag beschikbaar voor een verhoor.
"Mooi. Maar er is nog iets," zei Dalstra. "De ponjaard heeft een klein blauwe edelsteentje op het handvat. Is dat standaard?"
Het was opeens stil aan de andere kant van de lijn.
"Bent U er nog?"
Hij hoorde hoe Bruintjes nerveus zijn keel schraapte.
"Daar weet ik niets van."
"Echt niet? U heeft die adelborstenopleiding ook gehad, neem ik aan."
"Inderdaad maar van ponjaarden weet ik weinig af."
Bijna meteen verbrak de Schout bij Nacht de verbinding.
Verdomme, dacht Gerard. Nu wilde hij het weten ook. Hij belde naar Vokkink en legde het uiterlijk van de dolk weer exact uit. Vokkink was dan wel groepscommandant van de Marechaussee maar hij wist veel van de marine en blijkbaar ook van ponjaarden.
"Jezus, Dalstra, dit is erg, heel erg. Normaal hebben ponjaarden een wit edelsteentje, alleen de  koninklijke familie heeft blauwe."

5.

Dalstra liet dit even op zich indringen.
"Daar zijn er dus niet veel van."
"Sinds 1830 kreeg elk Oranjelid dat met de defensie te maken had zo'n ceremonieel uitgaans tenue, inclusief sabel en ponjaard. Dat is besloten door Koning Willem de eerste en uitgevoerd door Frederik Karel van Oranje Nassau, toen Veld-Maarschalk. Daarna Willem 2, Willem 3, misschien nog wat zoons van die drie, dat weet ik niet precies. Wel dat het uitsluitend aan de mannelijk tak werd gegeven."
"Dus ook Bernhard en Willem Alexander?"
"Inderdaad."
"Dit wordt opeens heel glad ijs. Zou de MIVD hier ook vanaf weten?"
"Ik was er vanochtend vrijwel steeds bij in die keuken maar heb ze er niet over gehoord."
"Hm," bromde Dalstra. Hier was stront aan de knikker.
Inmiddels was Tong Fa op topsnelheid komen aan scheuren, ze hadden een reputatie hoog te houden, en iedereen spoedde zich naar de kantine, ze hadden grote honger. Dalstra ging apart met zijn baas aan een tafeltje en stelde haar op zachte toon op de hoogte van het laatste telefoontje.
"Oei," zei Greet Kapoen, "wees voorzichtig, dit wordt delicaat."
Dalstra knikte en keek met ontzag naar de maaltijd die zijn meerdere had besteld. Een nasi van het huis en daarbij nog extra satxc3xa9 en een fikse loempia. Geen wonder dat ze zo vadsig dik was. Dalstra zelf had genoeg aan een Pekingeend maar dat vlees was zo taai dat hij vermoedde dat de eend zelf helemaal vanuit China was overgevlogen.
"Ik bel vanavond nog naar Den Haag, dit mag ik niet achterhouden," zei ze tussen twee happen door.
"De MIVD zal je voor zijn geweest."
"Dat zal best maar ik volg de regels."
"Dan krijgen we de Nationale recherche nog op ons dak maar je hebt gelijk."
Hij schoof de taaie eend misprijzend van zich af. Op dat moment belde Pieter Weenink.
"Eten jullie Tong Fa?"
"Helaas wel. Ik had een rubbereendje. Je kan er zo mee de badkuip in."
"Zo, nou, de biefstukken van Havenzicht zijn botermals en de frietjes en mayonaise zijn zelfgemaakt. Heerlijk. Maar ik heb wel wat nieuws. Deze kok heeft veel met Van Stelhoven samengewerkt op die schepen. Ik kan hem hier wel verder ondervragen maar er is vrijwel geen privxc3xa9ruimte in het restaurant."
"Is goed Pieter, neem hem maar mee."
Dalstra schoof zijn stoel naar achteren en stond op.
"Over een kwartier gaan we weer aan het werk," riep hij over de etende hoofden heen.

——————

"Weet je zeker wat je doet?" vroeg Van Daalen aan zijn chef die binnen de MIVD hoofd binnenlandse acties was. Hij transpireerde nog steeds
"Die Dalstra is beslist niet stom. Ik heb zijn gegevens bekeken, hij zit bijna op 100 % met zijn onderzoeken."
"Het moet op deze manier, er staan te grote belangen op het spel."
"Maar moeten we onze man niet terug halen?"
"Nee, nog niet, dat zou argwaan opleveren. Hij behoort niet tot de verdachten."

—————–

In de kapitale villa Berkenhorst in Wassenaar stond de kroonprins in zijn ondergoed voor zijn kledingkast met daarin al zijn uniformen. Hij had die avond een reunie met bevriende studiegenoten van het KIM en de afspraak was dat ze in het uitgaanstenue van het korps Adelborsten zouden gaan. Hij had er zin in want het zat hem wat tegen de laatste tijd. Buiten iedereen om had hij zich met wat welgestelde vrienden in een bouwproject gestort in Mozambique voor de bouw van een grootschalig vakantievilla's. Dat liep lekker tot de pers zich er op vastbeet en verkeerde dingen aan het daglicht stelde. Gesjoemel met vergunningen, omgekochte ministers, malafide aannemers en onderbetaalde arbeiders. Daarbij werd er zwart geld in gestoken, veel zwart geld. Gelukkig was de pers daar niet achtergekomen.
De kroonprins had zelf geen zwart geld maar zijn schoonvader in Argentinixc3xab wel. Dat was een zeer rijke voormalige minister die daarna in ontroerend goed was gestapt. Hij zag wel wat in het idee van zijn schoonzoon en zijn vrienden. Hij kocht twee minister om zodat de bouw kon beginnen, tot die verdomde pers lastig ging doen.
Aangezien de populariteitsstatistieken van de kroonprins nogal waren gekelderd adviseerde zijn raadsman Jonkheer Tjonk Billink om uit het project te stappen. Zijn moeder had hem ook al gewaarschuwd maar daar luisterde hij nooit naar. Dat eigenwijze mens ook. Nee, dan zijn Argentijnse schoonvader. Die bleef ondertussen via een andere vriend dat Afrikaans project steunen en wist daarnaast voor een prikkie een prachtig landhuis op de kop te tikken in een mondain Argentijns wintersport gebied. Zijn schoonvader had veel van zijn opa weg. Schobbejakken, maar wel slimme mensen. En ze rommelden zich overal doorheen.
"Zo hou jij je centen ook wat op zak," hield hij zijn schoonzoon voor. "En als je op vakantie naar Mozambique wilt kan dat altijd. Want die vriend van me komt daar toch vrijwel nooit in zijn villa. Snap je? Het mes snijdt aan twee kanten. Dan heb je twee vakantieadressen voor de prijs van xc3xa9xc3xa9n." zo hield hij zijn schoonzoon voor.
Zo sprong de kroonprins er toch goed uit maar zijn impopulariteit baarde hem zorgen. Zijn moeder zou gauw aftreden, had ze gezegd, maar dat mens zegt zo vaak wat, en haar populariteit was omontstreden. Dat wilde hij ook; populair zijn, maar wel lekker de helft van het jaar op vakantie gaan.
Toen hij zijn uniformkledingkast opende zocht hij meteen weer naar de ponjaard. Waar zou dat ding zijn? Het was altijd opgeborgen in een notenhouten doos met daarin een mal van schuimrubber waar het wapen precies in paste maar die hele doos was verdorie weg. Hij had de vorige dag al eens goed gezocht maar zonder resultaat. Wat moest hij op een reunie van de jonkers zonder ponjaard? Dan stond je voor lul. Dus belde hij naar Joost Gallebak, een oude vriend op het KIM of die nog ergens een ponjaard hadden liggen.
"Nee, die zijn opgeborgen, in de wapenkamer, dat weet je toch?"
"Verdorie, ik moet er toch eentje hebben, ik ben de mijne kwijt."
"Tja, dat weet ik ook niet zo."
Dat schoot ook niet op. De kroonprins besloot het over een andere boeg te gooien.
"Joost, welke rang heb je nu?"
"Luitenant ter zee tweede klas."
"Wil je een streep hoger of lager op je mouw?"
"Goed, ik snap het," zei Joost met een diepe zucht. "Als je morgenavond komt ligt er een ponjaard voor je klaar."
Tevreden verbrak prins Alex de verbinding. Dat was tenminste opgelost.
Maar nu, een dag later, hield het hem toch nog bezig. Zijn eigen ponjaard had een blauw edelsteentje, de anderen een witte en verschil moest er zijn.
Schatje, heb jij mijn ponjaard gezien?" vroeg hij aan Minima die een kamer verderop haar collectie hoedjes inspecteerde. Ze slaakte een diepe zucht, alweer die ponjaard, gisteren ook al steeds dat gezeur. Wat kon die vent af en toe een sufkop zijn.
"Nee, hoe zou ik dat moeten weten? Ik kom nooit in jouw kasten."
"De kinderen spelen er toch niet mee? Laatst wilde Omaliaatje ezeltje prik spelen, hoorde ik van de oppas."
"De kinderen komen ook niet in jouw kasten en ezeltje prik speel je met een punaise."
'Shit', dacht hij, 'zij weet meer van die stomme spelletjes dan ik.' Ondanks dat hij vanaf zijn geboorte was veroordeeld tot koekhappen en hoefijzerwerpen snapte hij niets van die spelletjes. Hij haatte dat soort dingen dan ook grondig. Als hij koning zou worden was dat het eerste wat zou worden afgeschaft.
Hij zocht de hele kast nog weer eens goed door maar de ponjaard was in geen velden of wegen te bekennen. Hij spoedde zich naar beneden en riep de kamerheer. Die wist ook van geen ponjaard en toen die de garderobedienaar had opgetrommeld wist die ook van niets.
'Grote kolerebende,' dacht Alex toen hij de trap weer beklom.
"Je bent toch niet in je onderbroek naar beneden gegaan?" vroeg zijn vrouw die net een hoedje met struisvogelveren paste.
"Eh, nee, natuurlijk niet."
"Oh Lex, schatje, even wat anders, wanneer komt de nieuwe kok?
"Die komt over drie weken, dat weet je toch? Tot die tijd heeft hij een contract bij de marine, hij doet dan eerst mee aan zo'n Europese kookwedstrijd. Als hij wint hebben we een kampioenskok."
'Wat een gekloot,' dacht de kroonprins terwijl hij in de gauwigheid een jogginbroek aanschoot. De vorige kok had een hartaanval gehad en men was al een tijdje naarstig op zoek naar een goede opvolger. De huidige inval-kok beviel hem niet; die kookte te mager. Alles in olijfolie en geen randje vet aan de entrecotes. Zijn vrouw was er wel tevreden over maar hij wist af en toe goed zijn zin door te drijven. Ze was goed voor zijn p.r. en had voor een perfecte schoonvader gezorgd, maar verder moest ze gewoon af en toe haar muil houden.
Gelukkig had hij nog relaties bij de marine en daar pochte men over die Van Stelhoven. Die aarzelde eerst maar met een salarisverhoging salarisverhoging van 50 % in het vooruitzicht ging hij akkoord. Zo zou de kroonprins straks de staatsdiners ook behoorlijk opkrikken. Hij vond zijn moeder toch teveel een 'broodjekaas mens'. Enfin, de ponjaard was geregeld.

—————-

Het viel niet mee een onderzoek te doen terwijl driekwart van Nederland thuis aan de etenstafel zat. Velen namen de telefoon niet eens op. Men wil geen gedoe als de spruitjes op tafel staan.
Dalstra besloot Sergio Boer te bellen, een sterrenkok in Zeeland die hij kende uit een vorig onderzoek. Boer zou gezien het tijdstip ook wel niet veel tijd hebben, maar dat viel mee. Gerard begon het gesprek wat verontschuldigend.
"Geeft niet, tegenwoordig laat ik voor me koken, ik houd alleen toezicht."
"Ken je Van Stelhoven? Een marinekok, voorheen chefkok bij de HAL."
"Van naam wel. Hij schrijft af en toe in de vakbladen."
"Het schijnt een goeie te zijn."
"Zal best, daar werken vaak zeer goede koks. Bij ons, koks aan land, staan die cruisekoks bekend als buffettenkoks."
"Hij wilde meedoen aan de Europese dag van de smaak. Een soort kookwedstrijd in Brussel voor topkoks, heb ik begrepen."
"Ja, dat is een jaarlijkse wedstrijd, zoiets als een Europese kampioenschap. Ik zat vorig jaar zelfs in de jury. Het is nogal prestitieus. Het zijn vrijwel allemaal jonge restauranthouders die meedoen. Goed voor de publiciteit en omzet. Er zijn zelfs voorrondes, ook op nationaal niveau. Die moet hij dan zijn doorgekomen."
"Wie organiseert dat in Nederland?"
"De koksgilde, een soort overkoepelend orgaan waar veel restaurants bij zijn aangesloten. Maar wat is dat dan met die Van Stelhoven? Ik neem aan dat je niet zomaar belt."
"Wie is de voorzitter van die Koksgilde?"
"Klaas Kelder."
"De beroemde Rotterdammerse kok?"
"That's the one. God himself."
"Van Stelhoven is vanochtend doodgestoken met een dolk."
"Ach, wat erg. Maar ik ken hem dus verder niet."
"Waarom zit je nu niet meer in die jury?"
"Dat was eenmalig. Je wordt daar bewerkt. Het is namelijk een corrupt zootje. Elk jaar wint een Noor die prijs, de Noorse ministerie van visserij is namelijk de grootste sponsor van de wedstrijd. Er waren vorig jaar veel betere dan die Noorse winnaar."
"Ken je Jantine de Kok? de recensente?"
"Uiteraard, elke chef van betekenis kent haar. Maar ze schrijft niet meer, ze is met een hoge pief getrouwd."
"De Schout bij Nacht."
"Aha. Dan is ze behoorlijk opgeklommen. En zo komen we bij Van Stelhoven?"
"Hij kookte voor hun als ze in Nieuwediep verbleven."
"Aha."
"Sergio, kan het zijn dat die Jantine iets met koks had? Ik bedoel in relationele sfeer?"
"Ik denk dat ik snap waar je naar toe wilt."
"Leg dat eens fatsoenlijk uit."
"Ze verzamelde sterrenkoks zoals een Indiaan scalps verzamelde."
"Ben jij ook gescalpeerd?"
"Pfff, een ander onderwerp graag."
"Niet zo vlug, ik moet meer weten."
"Het zit zo; ze was gezaghebbend. Als zij je neersabelde was het gedaan met je zaak. Maar ging je met haar naar bed en je voldeed, dan kreeg je een goede kritiek."
"Een rare manier recenseren."
"Iedereen was ook opgelucht toen ze stopte. Het was het einde van een tijdperk."
Gerard bedankt Sergio Boer voor de informatie en legde af. Tijd om lang na te denken had hij niet, want Anika kwam met de telefoonklapper en de namen.
"Ik kon er een paar niet te pakken krijgen maar het zijn vrijwel allemaal nummers van koks op de grote vaart en van zijn huidig werk. Er zijn  nummers bij van twee vrouwen, mevrouw Bruintjes met een o6 nummer en ene mevrouw Klauwhamer. Overigens zijn er meerdere 06 nummers bij.

———————-

Op dat moment kwam Weenink met Verbeek, de kok van Havenzicht, binnen.
"Grappig," zei Weenink. "Er was net een telefoontje van de politie op het mobiel van meneer Beekman."
"Ben ik onder arrest?" vroeg Verbeek aan Dalstra.
"Nee, maar we willen gewoon meer weten over Van Stelhoven."
Hij leidde de kok naar zijn eigen kamer en Weenink liep mee.
"Eerst over zijn familie, heeft hij die?"
"Bij mijn weten niet. Geen kinderen, zijn ouders zijn allang dood. Er is wel een ex-vrouw maar hij was al gescheiden voordat ik met hem werkte."
"Geen vriendinnen?"
"Jawel, tijdens de trips had hij trouwe fans."
"Fans?"
"Eetgroupies. Hij was beroemd onder het cruisepubliek. Er waren mensen die alleen maar op die boot wilden varen als hij daar chefkok op het elitedek was. Hij had een vaste schare volgelingen, om het maar eens zo te zeggen. Allemaal van die rijke miljonairsvrouwen die een cruise doen terwijl hun mannen ondernemingen besturen. Als hij een maandje aan wal was vroegen ze hem om bij hun thuis te komen koken, of om buffetten te maken bij hun party's. Daar werd hij ook nog eens vorstelijk voor betaald. Plus gratis seks als ze weer bij hem aan boord kwamen."
"Was het zo'n goede kok?"
"Mischien wel de beste van Nederland. Vergeet al die michelinsterrenkoks op het vaste land, op de HAL wordt beter gekookt en Van Stelhoven behoorde tot de top. Hij deed altijd de Captains table, dan ben je iemand."
"Heeft hij ook op Arabische cruiseschepen gewerkt?"
"Kan zijn, hij werd weleens als adviseur uitgeleend. De HAL is jaren gelden overgenomen door een wereldwijd cruiseshipconcern; de Carnival corporation. Daar vallen ook Arabische cruiseships onder."
"Had hij politieke voorkeuren?"
"Daar heb ik hem nooit over gehoord. Dat interreseerde hem ook vrijwel niet. Zijn keuken en vrouwen, dat was het wel zo ongeveer."
"Had hij het nooit over de islam? positief of negatief?"
"Nee, als hij het over Arabieren had dan was het de Arabische keuken."
"Stemde hij?"
"Nee, volgens mij niet. Je vaart veel, ook als er verkiezingen zijn. Je moet weten, zo'n cruiseschip is een verzameling van internationaliteiten en religies, zowel in de keukens, het dekpersoneel en in de machinekamers. Het is een wereldje opzich, een varend dorp; daar is geen tijd voor politiek of landen van herkomst. Je moet samenwerken."
"Tot voor kort kwam hij over als een tamelijk gesloten, teruggetrokken man maar U schetst een heel ander beeld. Een kokende rokkenjager. Waarom ging hij bij de HAL weg als hij er zo'n mooi leventje had?"
"Er komt op een ogenblik een draaipunt. Vergeet niet; het is ook een zwaar leven. En je bent daar ook een opleider voor jong talent. Het zijn dagen van soms 12 a 13 uur als je vaart. Het verdient goed maar eens houdt het op. Je heupen slijten, etalagebenen, spataderen, noem maar op, dan wil je ook eindelijk een vaste stek aan wal. Hij had connecties en begon de marine-top te adviseren. Daar hadden ze nog dat Calvinistische van een slap broodje kaas en een beker melk tijdens de lunch. Het marine-eten moest Bourgondischer, dat was al gaande maar Van Stelhoven perfectioneerde dat. Vorig jaar ging hij er zelf werken."
"Jullie hebben altijd contact gehouden."
"Niet echt innig. Als hij die etentjes bij mensen thuis deed assisteerde ik hem vaak. Ik ben al een jaar of vijf aan wal."
"Bent U wel eens bij hem thuis geweest?"
"Heel af en toe, als hij weer ergens moest koken; een soort werkoverleg."
"Kwam hij bij U thuis? of op de zaak,"
"Op de zaak wel, nooit bij me thuis. Ik heb een vrouw en kinderen, hij had een hekel aan dat soort burgerlijkheid."
"Wat denkt U, had hij vijanden die hem dood wilden?"
Hier moest Verbeek even over nadenken.
"Kijk, eerlijk gezegd, hij was niet echt sympathiek voor anderen, eigenlijk was het een arrogante man. Hij wist donders goed dat hij een topchef was en zo deed hij ook. Ook aan boord. Je hebt nog van die ouderwetse chefs die met pollepels zwaaien en slaan als de brigade het niet goed doet. Zo was hij ook. Hij kon zijn personeel soms volkomen tot razernij brengen. Hij werd af en toe gehaat door zijn brigade. Er zullen velen van hun met moordplannen hebben rondgelopen. Maar het kan ook een jaloerse echtgenoot zijn; wie weet."
"Jij had geen hekel aan hem," zei Weenink.
"Nee, ik nam het voor lief. Aan de andere kant kon je veel van hem leren. Er zijn meerdere sterrenkoks die door hem zijn opgeleid. Een paar uit Nederland maar ook elders. Nogmaals; het is een hele internationale bedoening in zo'n varende keuken. Veel van die chefkoks zijn buitenlanders, de meeste zijn Fransen. Fantastische koks maar nog ouderwetser dan Van Stelhoven."
"Kent U Jantine de Kok?" vroeg Dalstra opeens.
Er verscheen opeens een vette grijns op het gezicht van Verbeek.
"Jantine de Kok, tegenwoordig Bruintjes, de grootste groupie van Van Stelhoven. Ze maakte ook af en toe een cruise."
"We hebben het over de vrouw van de Schout bij Nacht," zei Weenink.
"Ik kan niets bewijzen en Van Stelhoven hoorde je er nooit over, maar zij heeft hem naar de marine gehaald. Zij was die connectie van de marine. Er komen vaak marinekoks bij mij over de vloer, er wordt veel geouwehoerd in dat wereldje."
"Hadden ze een relatie?"
"Ik zeg niets," grijnsde de kok van Havenzicht.

6.

Dalstra vond het onderzoek tot dan toe vlotjes verlopen en de verdachten regen zich aaneen. De marinemensen die hem vonden hadden geen alibi, dan was er de kookwedstrijd, misschien boze echtgenotes. Ja, zelfs de kroonprins, als het verhaal van de ponjaard juist bleek te zijn. Maar hij sloot de MIVD ook niet uit. Er moest een verband tussen de ponjaard en de geheime dienst zijn. En als die er was, hoe kwam hij er achter?
Hij bekeek de foto's die de MIVD hem had gestuurd van de plaats van de misdrijf. Van Stelhoven lag met zijn rug nog een beetje tegen het fornuis aan. Hij moet zich nog hebben omgedraaid terwijl de ponjaard al in zijn rug was gestoken. Eigenlijk wilde hij nog wel een kijkje in de keuken van de Schout bij Nacht kijken. Alleen, met zijn zintuigen op scherp. Het kantoortje van die Nijenkerk stond ook op zijn lijstje.
Na twee keer doorverbinden had hij Schout bij Nacht Bruintjes aan de lijn.
"Mijn vrouw is juist aangekomen maar ik dacht dat U haar morgen wilde spreken."
"Dat is helemaal mooi, maar ik wilde nog even in de keuken kijken."
"U bent welkom."

—————–

Dalstra kroop in een dienstwagen en reed naar Het Paleis. Nu kon hij wel zo het terrein op rijden maar bij de deur van de Schout bij Nacht stonden twee MP'rs. Gelukkig waren ze geinstrueerd en lieten Dalstra na vertoon van zijn legitimatiebewijs binnen. Bruintjes ontving hem persoonlijk en stelde voor eerst een borrel met zijn vrouw te gaan drinken.
"Graag, maar geen drank. Ik werk nog, koffie graag."
De Schout bij Nacht liep even naar de naar achteren om een bediende te waarschuwen en leidde de inspecteur het woongedeelte in.
Een vrouw van rond de veertig stond op vanuit een fauituille en liep met gestoken hand op hem af. Het was een grote kamer die klassiek was ingericht. Achter een grote eettafel waar zeker 16 personen aan konden zitten, voor waren zachte pluche fauilletuis. Een hoog plafond met kroonluchters en velours gordijnen.
"Mevrouw Bruintjes de Kok neem ik aan." Hij keek haar eens goed aan. Hij zag een slanke, goed verzorgde vrouw met lang donker haar en een knap gezicht. Ze was gekleed in een bruin mantelpakje wat op Dalstra wat ouderwets overkwam maar het zou mode kunnen zijn. Op dat gebied vertrouwde hij zijn eerste indrukken niet. Haar gezicht zag wat bleekjes.
Ze wisselden wat beleefdheden uit. Het liefst zou hij haar alleen hebben gesproken; nu moest hij oppassen met zijn woorden. Het echtpaar nam plaats op een brede bank, Dalstra zakte weg in een ruime televisiestoel.
"Ik heb onderhand begrepen dat U Van Stelhoven heeft benaderd om bij de marine te gaan werken?"
"Reprensatief liep onze marinetop qua eten wat achter op andere NAVO landen. Gezien mijn achtergrond leek het me een mooie taak om daar wat verandering aan te brengen. Ik ben nog redelijk thuis in de culinaire wereld en wist dat Van Stelhoven ander werk zocht."
"U kende hem langer?"
"Al lang. Negen jaar verleden heb ik eens een reportage gemaakt over eten tijdens cruises. Ik heb verschillende cruises gemaakt bij diverse rederijen. Van Stelhoven was toen al een begrip in dat wereldje."
"En U bent hem blijven volgen?"
"Enigzins, het was misschien de beste kok van Nederland. Eten bij hem was een voorrecht."
Er verschenen wat traantjes in haar ogen die ze met de palm van haar hand wegveegde. Op dat moment werd er beschaafd op de deur geklopt en verscheen adjudant Nijenkerk met twee jonge borrels en koffie. Dalstra was verrast.
"Werkt U de hele dag?"
"Vandaag wel, er zijn zieken en daarbij is het door de gebeurtenissen een bijzondere dag."
"Ik heb hem gevraagd te blijven," zei Bruintjes. 'Nijenkerk is vertrouwd."
De adjudant zette de drankjes neer. Hij leek plotseling wat verkouden zijn geworden, zette het kleine dienblad even neer, pakte vlug een witte zakdoek uit zijn uniformbroek en snoot zachtjes zijn neus.
"Neemt U me niet kwalijk. Het komt plotseling opzetten."
"Nee, natuurlijk niet kerel, neem morgen een vrije dag, dan is alles weer normaal, je bent er al de hele dag," zei Bruintjes.
Dalstra had een scherpe neus. Op het moment dat Nijenkerk zijn neus in zijn zakdoek ledigde rook hij een aparte geur. Een bloemetjesgeur. Eerst vroeg hij zich waarom zo'n kerel met geparfumeerde zakdoekjes op zak liep. Nog geen vijf seconden later herkenden zijn hersens de geur.

—————–

Gerard Dalstra liet niets blijken en dronk van zijn koffie. Nijenkerk verliet bijna geruisloos het verblijf.
"Wist U van de kookwestrijd?" vroeg hij aan de voormalige culinaire journaliste.
"Uiteraard. Ik heb hem nog wat geadviseerd bij zijn menu. Niet qua smaak maar de presentatie. Dat is nogal aan mode onderhevig."
"Hoe hard is die competitie, weet U dat?"
"Niet moordend, als U dat soms bedoeld. Maar het gaat wel degelijk om reputaties. Er zijn een paar Nederlandse topkoks die altijd meedingen. Wedstrijdkokers. Ik weet dat die het niet leuk vonden dat Van Stelhoven de voorrondes won. Men vond hem een indringer, te oud ook."
"Het zijn wel allemaal meesters met het mes."
Dalstra ging expres die richting op want hij wist vrijwel zeker dat er op de gang werd meegeluisterd en hij wilde voorkomen dat de luistervink zou ontdekken wat Dalstra nu zeker wist.
"Uw onderzoek gaat die kant op?" vroeg Bruintjes.
"We onderzoeken alles, ook deze kant. Maar er zijn meerdere sporen."
"Juist," sprak Bruintjes en verhief zich uit de bank. Hij moest even naar het toilet.
"Ik zou U morgenochtend graag op het politiebureau willen spreken," zei de inpecteur tegen zijn vrouw.
"Kan dat hier niet?"
"Nee, ik moet meer dingen weten die misschien te privxc3xa9 zijn."
Ze begreep het en knikte. Haar wangen hadden opeens rode blosjes en ze keek wat schichtig toen haar man weer binnenkwam. Nu stond Dalstra op.
"Als U het me niet kwalijk neemt; ik wil nog even in de keuken kijken. Voorlopig weet ik genoeg. Het is nu half tien en ik ben van plan de dag af te sluiten."
Het echtpaar knikte en mevrouw Bruintjes liep met hem mee naar de deur.
"Ik wijs U de weg."
"Sorry," zei Dalstra, "ik ga eerst even buiten een sigaretje roken."
Daar had hij echt zin in, het was pas zijn derde van die dag, maar hij moest ook dringend bellen. Toen hij buiten de rook in zijn longen zoog belde hij naar Weenink.
"Pieter, luister goed. Laat onderzoek doen naar adjudant Nijenkerk. Vindt uit waar hij woont."
"Dat weten we al, een appartement in de Poort van Nieuwediep."
"Zet Martje op Nijenkerk en Anika op Jantine de Kok, laat ze dat heel discreet doen. Laat de andere onderzoeken voorlopig even liggen, dit is belangrijk. En jij gaat meteen met 5 man naar zijn woning en wacht hem daarop. Laat Van Driel hem volgen vanaf hier. Ik blijf hier nog even hier. Arresteer hem voordat hij naar binnen gaat, hij mag niemand spreken en niemand mag het weten. Kijk wel uit, hij kan gevaarlijk zijn. Bel me als je hem hebt opgepakt."
"Ja baas."
"Als je hem te pakken hebt bel je mij en kom ik naar de Poort. Dan onderzoeken we zijn appartement."
"Goed baas."

—————

Hij wist dat hij zo'n arrestatie gerust aan Weenink kon overlaten, die had eerder in een arrestatieteam gezeten.
Daarna liep hij door de gang naar de keuken waar mevrouw Bruintjes treurig stond te kijken. Ook Nijenkerk stond erbij. De keuken was helemaal opgeruimd na goedkeuring van rechercheur Ballengooyer, eigenlijk was er niets meer te kijken.
"Hoelang werkt U al in deze functie?" vroeg hij Nijenkerk.
"Een half jaartje ongeveer."
"Ga nou maar naar huis," zei Jantine Bruintjes, "Je zult wel moe zijn. Althans, als het van de inpecteur mag."
"Ik zie geen bezwaar." zei Dalstra.
De adjudant knikte.
"Dan kom in overmorgen terug," zei hij en nam afscheid.
Dalstra lette goed op en zag dat de adjudant en de vrouw van de Schout bij Nacht vermeden elkaar in de ogen te kijken.
Vijf minuten later zag hij Nijenkerk in een blauwe Ford Focus het terrein afrijden. Nu was het noodzakelijk haar gedurende tien minuten aan de praat te houden. Hij wilde niet dat zij Nijenkerk in zijn auto zou kunnen bellen.
"Zou Van Stelhoven kans maken op die kookwedstrijd?" vroeg hij aan haar.
"Zeker, het is een topmenu en met zijn kookkennis moest hij dat kunnen winnen."
"Ik hoorde van Noorse lobby, inzake de sponsoring."
"En een jury die daar gevoelig voor was. Er is nu een compleet nieuwe jury, volkomen onafhankelijk. Maar van wie heeft U die informatie?"
"Sergio Boer."
Hij zag mevrouw Bruintjes haar neus ophalen.
"En waar denkt U dat hij zijn visjes en kreeftjes vandaan heeft?"
"Laat me raden," glimlachte Dalstra. "Noorwegen."
"Goed geraden. Maar waarom wilt U me morgen apart spreken? Dat kan nu ook, mijn man is er nu niet bij."
Dalstra schudde het hoofd. Hij vermoedde afluisterapparatuur in de gehele ambswoning.
"Nee, ik moet het samen met een collega doen, dat is voorschrift. Nu ik te maken heb met hoge marinefunctionarissen moet ik strikt de regels hanteren."
Ze begreep het.
"Maar ik ben wel een beetje jaloers op U," zei Gerard. "U zult als culinaire journaliste lekker hebben gegeten."
Zo hield hij haar nog tien minuten aan de praat tot zijn telefoontje ging. Het was Weenink.
"We hebben hem, hij wordt nu afgevoerd. Hij had wel een pistool onder zijn autostoel. Gelukkig was hij zijn wagen al uit."
"Mooi zo. Ik kom een uurtje later. Probeer ook Kapoen er buiten te houden."

—————–

De Kroonprins was zonder ponjaard afgereisd naar Nieuwediep. Twee gepanserde mercedesen reden met grote snelheid over de snelweg. De kroonprins zat op de achterbank van de eerste wagen en nam een slokje champagne. Twee waakzame bodygards zaten voorin, waarvan er eentje reed. Je moest een feestje goed beginnen, die twee voorin hielden hun mond wel. Zijn uniform knelde wel een beetje, hij was hoognodig aan een nieuwe toe. Hij kreeg er steeds meer zin in, lekker bier drinken met zijn oude vrienden. Thuis kreeg hij de kans niet. Twee rode wijntjes per avond, meer zat er niet in met Minima, die hield hem strak. Laatst had ze de ganzen en eendenlevers ook al uit Berkenhorst verbannen, net als varkensvlees. Achterin de Mercedes dacht hij aan zijn studententijd op het KIM en al die feestjes. Overmorgen moest hij alweer naar Rome voor een toespraak over water. Christus, dat water, hij werd gek van dat water. Toen hij pas hoofd van het watermanagement werd las hij met ingehouden woede al die grappen in de kranten. Prins Pils was Prins Waterhoofd geworden. In de tweede mercedes zaten nog twee lijfwachten.

7.

Richard Nijenkerk ging in de rang van onderofficier naar Afghanistan. Op gymnasium bleek hij een talenknobbel te hebben en wilde daar meer mee doen. Aan de andere kant had hij een fascinatie voor gezag en uniformen. Vlak voor zijn eindexamen keek hij goed om zich heen en koos voor de poltie. Nederland was een multicultureel land geworden en talenkennis bij de politie was een noodzaak geworden. Via de politieacademie kwam hij echter bij de Militaire Inlichtingen Dienst terecht, daar zaten ze verlegen om talenkenners.
Naast gezag ws hij ook geintrigeerd door spionnenwerk en was vastbesloten er ook eentje te worden. Hij bleek een talent als undercoveragent te hebben en doorliep de opleidingen met uitstekende cijfers. Nijenkerk bleek ook over aanleg als acteur te bezitten. Hij kon zich wegcijferen, opgaan in de massa. Gezien de opkomst van de Islamitische wereld met soms zijn exterme vormen van geweld deed hij er ook Arabisch bij en sprak de taal na drie jaar uitstekend. Hij werd uitgeleend aan de Mossad, de geheime dienst van Israxc3xabl en debuteerde als infiltrant in de Hamas. Het waren spannende tijden maar hij wist door te dringen tot de militaire top. Daar hij wat donker van huidskleur was en zich in elk kledingstuk thuisvoelde was hij xc3xa9xc3xa9n van de Arabieren. Hij wist een plek te lokaliseren waar de Arabische militanten een lanceerplaats hadden voor raketten die op Israxc3xabl waren gericht en stelde hij de Joodse legerleiding op de hoogte die nauwelijks een uur later een luchtaanval uitvoerden. Dat hierbij ook een ziekenhuisje aan flarden werd geschoten en daarbij tientallen doden vielen deed hem hoegenaamd niets.
Daarna werd hij uitgeleend aan de Amerikanen die in Irak aktief waren. Het was ongeveer hetzelfde werk. In de achterbuurten van Bagdad wist hij door te dringen in een moskee en sloot zelfs vriendschap met een radikale imam die haat en verderf predikte. Tijdens zijn laatste bezoek ging het nog bijna fout. Toen hij het pand met gestolen sleutels verliet deed hij van buiten alle deuren van de kleine moskee op slot en wilde zich uit de voeten maken omdat een groepje Amerikaanse commando's al onderweg waren om de moskee op te blazen. Toen hij de laatste deur op slot deed werd hij gesnapt door een gelovige volgeling. Met een vrolijke glimlach wenkte Nijenkerk hem en stak de Irakees vervolgens een mes in zijn borst. De undercoveragent stond er zelf van te kijken dat het hem niets deed. Hij keek bijna gedachtenloos toe hoe zijn slachtoffer reutelend op de grond zakte en zijn laatste adem uitblies. Meteen daarna maakte hij zich uit de voeten om de commando's hun werk te laten doen. Er waren geen overlevenden, hoorde hij later. Met deze ervaring op zak riep de MID hem terug om hem in Afghanistan te gaan gebruiken.
Hij deed daar inlichtingenwerk onder de Afghaanse bevolking door zich voor te doen als een buitenlandse imam die op zoek was naar de wortels van het geloof. In het begin werd hij natuurlijk zeer argwanend bekeken maar na een half jaartje veldwerk en bezoeken aan meerdere moskees had hij progressie gemaakt. Zijn hoogtepunt was dat hij werd uitgenodigd op een Taliban bijeenkomst om daar gescreend te worden door de raad van Mullah Dadhulla, een plaatselijke Talibanleider. Nijenkerk lichtte uiteraard zijn chef in, hij wist dat Dadhulla een gezochte terrorist was die de bermbommen in zijn gebied organiseerde. Dat wist de inlichtingendienst ook. Nijenkerk werd eerst streng gefouilleerd en werd vervognes met een oude jeep bemand met vier zwaarbwapende mannen naar een afgelegen boerderij gevoerd waar de Talibanleider zitting hield. Via satelieten wist MIVD het voertuig goed te volgen. De MIVD stond weer rechtstreeks in verbinding de commandant ter plekke van de Koninglijke Luchtmacht die twee F 16's  klaar hadden staan om toe te slaan als het nodig was. Bovendien werd de Jeep op een kilometer afstand gevolgd door een oude roestige vrachtwagen waarin tien gespecialiseerde zwaarbewapende Nederlandse commando's zaten.
Toen de Jeep een bergpas inreed kwamen ze vrij vlug bij een wat vervallen boerderij, opgebouwd van blokken leem. Nijenkerk werd verzocht uit te stappen en werd door een paar lijfwachten naar binnen gebracht. Hij herkende de Mullah meteen; zijn foto hing al een tijd op een lijst van gezochte terroristen. Hij wist ook dat op dat moment de hoeve werd omsingelt door de commando's, het wachten was op de schijnluchtaanval. Die kwam toen de thee net werd ingeschonken. Er was opeens een hoog fluitend geluid en een enorme ontploffing die wel erg dichtbij was. De muren schudden op hun grondvesten en iedereen binnen was in paniek, behalve Nijenkerk; die deed alsof en nam een witte zakdoek onder zijn hoofdtooi vandaan. De Mullah had zichzelf als eerste in bedwang en deed een greep onder zijn kaftan. Hij was hopeloos te laat. Op dat moment drongen vier commando's de kamer binnen en schoten iedereen dood, behalve de man met de witte zakdoek.

——————–

Hij kon niet in Afghanistan blijven, de MIVD haalde hem terug naar Nederland, ze promoveerden hem tot adjudant derde klas en dropten hem op het KIM om hem een tijdje uit beeld te houden. Al heel snel werd hij de persoonlijke assistent van Schout bij Nacht Bruintjes en viel als een blok voor zijn vrouw. Nijenkerk was nog nooit verliefd geweest en de Schout bij Nacht was wel erg vaak in het buitenland. Het was zij die hem op een avond verleidde door met haar diepste decolletxc3xa9 op zijn kantoortje te komen. Ze was eenzaam. Haar man zat in Brussel en Lucien Van Stelhoven deed ergens een buffet in Utrecht voor een besloten avondje voor bankiers. Contacten met andere grote koks waren verbroken. Richard Nijenkerk keek met een droge keel recht tegen haar harde tepels aan en ging die nacht als een stoomwals over haar heen. Nadat ze uitgeput in slaap waren gevallen opende korporaal Brouwer de slaapkamerdeur op een kiertje en nam zachtjes wat foto's van het naakte stel.

———————–

Nijenkerk was getraind als geheim agent en infiltrant maar had die avond niet door dat hij op weg naar zijn appartement door de politie werd gevolgd. Zijn geest was wat troebel. Een week geleden had hij ontdekt dat Jantine ook een verhouding met die kok had en het maakte hem razend. Dat ze gehuwd was met de Schout bij Nacht maakte hem niets uit, die twee deden toch niets in bed, behalve slapen en dat deden ze ook nog apart. Maar die klote kok met zijn frutseltjes in zijn pannetjes, die vette pens tegenover zijn getraind lichaam; nee, dat kon hij niet verkroppen. In zijn jaloerse woede kwam een duivels plannetje bij hem op.
Het vak van inbreken verstond hij heel goed, dat hoorde bij zijn opleiding als spion, en op de dag voor de moord, toen Van Stelhoven net op zijn werk was aangekomen, reed hij naar diens appartement. In de wandkast verstopte hij een complete handleiding hoe je kleefbommen moest maken en legde er een beduimelde koran naast. Weer op zijn kantoor belde hij naar de chef van de MIVD.

8.

Dalstra parkeerde zijn wagen naast de ingang van de woontoren waar Pieter Weenink hem stond op te wachten.
"Heb je zijn sleutels?" Als antwoord rammelde Weenink met een sleutelbos.
De provoost woonde op de derde etage. Het interieur zag er bijna Spartaans uit, sober en strak.
"Waar zoeken we naar?" vroeg Weenink terwijl ze hun plastic handschoentjes aantrokken.
"Alles wat met de zaak te maken heeft. Identiteitspapieren, wapens, verwijzingen naar de MIVD, ik heb het idee dat hij bij een van die diensten werkt. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hij een relatie met Jantine Bruintjes, van die dingen."
"Die ging toch met Van Stelhoven?"
"Ook." En toen, "Begin jij in de slaapkamer? Ik pak de badkamer wel."
Ook hier was alles strak en schoon maar er stonden wel opvallend veel geurtjes en lotions op het plankje bij de wastafel en het waren vrijwel allemaal Arabische merken. Na een minuut of tien had hij het wel bekeken. De huiskamer leek interessanter. Het apparatuur was allemaal vrij nieuw. Een platte tv met surround, bose audio, dvd en blue ray, en een vrij nieuwe computer. Toen Dalstra hem aanzette verscheen een marineschip als desktop maar verder kwam hij niet, er was een wachtwoord nodig. Hij probeerde nog Jantine maar dat was het niet. Geen agenda's, geen foto's. Hij had hetzelfde gevoel als eerder op de dag toen hij de flat van Van Stelhoven onderzocht; iemand was hem voor geweest en hij kon wel raden wie.
Weenink had meer geluk. Hij kwam redelijk opgewonden uit de slaapkamer met een geopend notenhouten kistje. Dalstra zag de uitsparing van het schuimrubber, daar paste precies een ponjaard in.
"Waar vond je dat?"
"Onder een stapeltje dekbedhoezen."
"Hm, een beetje te opvallend, vindt je niet?"

———————–

Het was elf uur toen Dalstra en Weenink op het bureau arriveerden. Ze hadden honger, iedereen had honger, maar er zou worden doorgewerkt. De zaak liep nog steeds, er was geen stilstand, rustpauzes zouden funest zijn. Er werden bestellingen genoteerd voor de shoarmatent aan de overkant van het bureau. Dalstra liep meteen naar het cellencomplex achter het gebouw waar Nijenkerk de enigste gast was.
"Ik zeg niets, zei die meteen en de hoofdinpecteur wist dat hij dat zou waarmaken.
"Dat had ik wel verwacht maar ik wil U graag laten zien wat we in uw slaapkamer vonden."
Hij pakte het lege notenhouten kistje en toonde het aan de onderofficier.
"Hier heeft een ponjaard met een blauw edelsteentje ingezeten."
Nijenkerk verbleekte maar hield zijn kaken stijf op elkaar. Dalstra probeerde hem uit zijn tent te lokken.
"Wie je ook bent, wat je ook doet, je wordt er door je baas erin geluisd. Heb je dat er voor over? En dat voor een restaurantsnol die de hele sterrenkokswereld bij elkaar heeft geneukt?"
Nijenkerk werd nog witter maar hield zijn kaken stijf op elkaar. Hij zou geen woord zeggen.
"En weet je waar die korporaal Brouwer is gebleven? We hebben hem gezocht maar we hebben niet eens een adres van hem kunnen vinden. Ja, hij sliep op de matrozenflat op de haven maar hij is gewoon spoorloos."
Nijenkerk werd nu kleurloos in zijn gezicht maar zei helemaal niets.
"Wie is trouwens jou baas, de MIVD?"
Nijenkerk bleef strak voor zich uitkijken.
Dalstra keek hem peinzend aan en nam toen een besluit.
"Weet je wat ik doe? Ik ga rotzooi trappen, ik ga er een ongelooflijke bende van maken. Ik ga straks je vriendinnetje, de vrouw van de Schout bij Nacht, arresteren. Tenslotte zijn er aanwijzingen genoeg. Haar aan de tand voelen zal gemakkelijker zijn dan bij jou; ik breek haar binnen vijf minuten. En dan komt er een beerput open. Stel je voor zeg, de vrouw van de Schout bij Nacht gearresteerd; de Telegraaf zal er van smullen. En weet je wat? Jij zit er midden in."

————————

De kroonprins was al tamelijk aangeschoten. Hij was in zijn oude gewoonte gevallen om champagne en bier door elkaar te drinken. Vroeger kon hij daar goed tegen maar ook hij werd wat ouder en Minima hield ook zijn drinkgewoontes goed in de gaten. Maar nu was Minima er niet bij en hij zoop zich regelrecht een stuk in zijn koninklijke kraag. Het was ook ontzettend gezellig. Geen journalisten, geen camera's en iedereen had een soort zwijgplicht.
Gallebak had een ponjaard weten te regelen, de brave borst had die nacht de wapenkamer opengebroken, en trots liet Alex zich feteren door zijn vrienden die allemaal apetrots waren dat ze in hetzelfde jaar als de kroonprins hun opleiding hadden gehad. Natuurlijk hadden ze toen meteen wel door dat de kroonprins geestelijk niet veel in zijn mars had, dat hij aan alle kanten werd geholpen en dat zijn cijfers en beoordelingen werden opgekrikt maar daar stond tegenover dat ze er voordeel van hadden. Niet alleen waren er prachtige vakanties voor het klasje in o.a. Italixc3xab en spectaculaire feestjes in feestpaleis Drakensteijn, allemaal betaald door de kroonprins, die wel heel goed wist dat je vriendschap moest kopen; na afloop van hun opleiding kwamen ze ook nog allemaal op mooie functies terecht.
Het liep al aardig tegen twaalf toen hij opeens hoognodig moest plassen en stommelde naar het toilet. Helemaal rechtlopen ging niet meer maar xc3xa9xc3xa9n van de twee meegereisde bodygards pakte hem bij zijn arm en liep een stukje mee. Bij de ingang van het toilet bleef die echter staan want om een kroonprins te zien plassen ging hem te ver. Er stond nog iemand te plassen, Peter Jan Balkjes, ook van zijn lichting en intussen al opgeklommen tot commandant op de nieuwe fregat die wordt uitgetest. Die ochtend was Schout bij Nacht Bruintjes bij hem aan boord geweest en hij had de helicopter geregeld vanwege de gebeurtenissen op de KIM. Het schip was vroeg in de avond binnen gekomen zodat Balkjes op tijd naar het feest kon.
"Peter Jan, wat een mooi feestje," zei de kroonprins een beetje lallend.
"Nou, Alex, daar was je zeker wel aan toe?"
"Mijn god, grote goden zeg, het is veuls te lang geleedn."
"Ik hoorde dat het vandaag hier niet zo gezellig was," zei Balkjes terloops terwijl hij zijn gulp dichtknoopte.
"Hoe dat zo kerel?"
"Ze hebben die kok van Bruintjes vermoord."
"De kok vermoord? Van Stelhoven?"
"Oh, ken je hem? Nou, hij had een ponjaard in zijn rug."
"Maar dat zou godverdomme mijn huiskok worden!"
"Jouw huiskok?" vroeg Balkjes verbaasd. Hij snapte het even niet. Hij week echter wel wat achteruit want de kroonprins werd opeens woedend.
"GODGLOEIENDE GODVERDOMME ze gunnen me ook niks!!!!!!"
Daar in het toilet kwamen opeens alle frustraties naar boven. Wat een goor tyfuszootje. Ze gunden hem geen ongestoorde vakanties in Mozambique, ze gunden hem geen lekker eten, ze gunden hem geen vrijheid. Laatst kreeg hij nog van zijn moeder op zijn sodemieter omdat hij teveel in het regeringstoestel vloog. Moest hij godverdomme dan zijn eigen tripjes ook nog zelf betalen? Het allerergste was dat hij zijn functie in het Internationaal Olympisch Comitxc3xa9 moest opgeven als hij koning zou worden. Iedereen had een keurslijf voor hem. Die kutregering, die klote tweede kamer, zijn moeder, Minima.
"Wie heeft hem vermoord?" schreeuwde hij naar Balkjes. "Toch niet Bruintjes zelf?"
Peter Jan Balkjes stond even in dubio maar koos toen de weg van de minste weerstand en vluchtte het toilet uit. Een fregat commanderen was een stuk eenvoudiger dan een woedende kroonprins.
Die had inmiddels een nog groter wordende staat van razernij bereikt wat uitmonde in een vlaag van verstandsverbijstering. Het was hem duidelijk; Bruintjes, die lul van een Schout bij Nacht, die gunde hem zijn kok niet, niemand gunde hem iets. Maar dat was vanaf nu afgelopen! Daar zou hij nu godverdomme voor altijd een een einde aan maken.
Met zijn gulp nog open schopte hij de toiletdeur open en denderde door de feestzaal, op weg naar de ambswoning van de vlootcommandant. Hij wist de weg nog. Zijn vier bodygards waren even verrast maar holden toen achter hem aan maar hij had een voorsprongetje en het was maar vijftig meter lopen. Met de bodygards vlak achter hem en daarachter een stoet lichtelijk beschonken adelborsten vloog hij naar buiten en tien tellen later schopte hij de zware houten deur van de ambtswoning open.

—————————-

Dalstra had Weenink en twee geuniformeerde agenten opgetrommeld en reden met twee combi's naar het Paleis. Ze scheurden zo het terrein op en stopten bij de deur van de Schout bij Nacht; er brandde nog licht. Uit het naastgelegen gebouw van de kadetten klonk wat feestgedruis en er klonk een vloekende overslaande stem in de hal van dat gebouw maar Dalstra negeerde dat, hij was er voor andere zaken. Wel klonk een vloekende stem hem enigzins bekend in de oren klonk.
De bewapende MP'r bij de ambswoning knikte bij het weerzien van zijn legitimatiebewijs.
"Ik zal de Schout bij Nacht verwittigen," zei hij.
"Sorry, daar heb ik geen tijd voor," antwoordde Dalstra kortaf en stapte met Weenink en de twee dienders vastberaden naar het woongedeelte. Zonder te kloppen opende hij de deur en keek naar het verraste echtpaar. Ze waren alletwee al gekleed in nachtkleding.
"Wat heeft dit te betekenen?" vroeg Bruintjes woedend. Maar Dalstra negeerde hem.
"Mevrouw Bruintjes, ik arresteer U wegens betrokkenheid bij de moord op Lucien Van Stelhoven."
"Bent U gek geworden?" schreeuwde Bruintjes. "Ik ben de Schout bij Nacht!"
"Ik ben niet gek geworden, mevrouw gaat met me mee. U kunt vrijwillig meegaan of we slaan U in de boeien."
Op dat moment was er een aanzwellend rumoer in de gang naar het woongedeelte. De deur werd opeens opengesmeten en daar stond de briezende kroonprins met het schuim op zijn mond en een opgeheven ponjaard in zijn hand. Achter hem kwamen de bodygards binnen duikelen die hem net niet te pakken hadden gekregen.
"Bruintjes, je gaat er aan!!" schreeuwde hij met verwrongen stem en wilde zich op de Schout bij Nacht storten.
Gerard Dalstra hield zoals altijd het hoofd koel. In een flits greep hij de pols van de kroonprins, juist op het moment dat die de stekende beweging maakte. Het scheelde maar tien centimeter of de punt van de ponjaard zou in de borst van de vlootcommandant zijn verdwenen. Het koste behoorlijk wat kracht maar hij wist met een judogreep de arm van de kroonprins op zijn rug te krijgen en draaide stevig door. Hij hoorde zelfs wat kraken. Door deze greep verloor de kroonprins de macht over het wapen dat zachtjes op het tapijt plofte. Tegelijkertijd begaven ook zijn benen het en zakte hij door zijn kniexc3xabn. Zijn bodygards, getraind in het beschermen van de prins, wilden zich op Dalstra storten maar vonden Weenink en de twee geunifromeerde agenten op hun weg. Pieter Weenink had opeens zijn pistool in zijn hand en drukte nadrukkelijke de loop van het wapen op het voorhoofd van de kleinste bodygard. De twee agenten wisten na een korte worsteling de grootste bodygard op de grond te krijgen en sloegen hem in de boeien. De twee andere hielden zich opeens afzijdig; het pistool van Weenink dwong ontzag af. Het echtpaar Bruintjes stond met wijd geopende monden toe te kijken.
Dalstra bleef bij zijn positieven.
"Afvoeren dat zootje, nu meteen! En U mevrouw, U gaat ook mee."
Ze liepen naar de buitendeur. Een agent voorop, daarachter de geboeide bodygards, toen de kroonprins en tot slot Jantine Bruintjes. Dalstra en Weenink deden de begeleiding. Toen de agent de zware houten deur opendeed stokte zijn tempo.
"Doorlopen, Van Houten," riep Gerard vanuit de achterhoede. "Naar de auto's."
"We kunnen niet verder, baas," zei Van Houten met schorre stem.
"Wel verdomme," mompelde Dalstra en wrong zich langs het rijtje naar voren. Hij keek naar buiten en zag acht zwaar bewapende Marechaussee's met geweren in aanslag op hem gericht. Een negende man stond even opzij daarvan en liep hoofdschuddend naar de hoofdinspecteur.
"Gerard, waar ben je in godsnaam mee bezig?" vroeg Henry Vokkink.

9.

"Waar ik mee bezig was? Poging tot moord op de Schout bij Nacht."
Het was 08.30, 24 uur nadat Van Stelhoven de ponjaard in zijn rug kreeg geplant.
Gerard Dalstra was tijdelijk geschorst, het onderzoek was die nacht overgenomen door de rijksrecherche. Hij zat met Vokkink in zijn kantoortje en voelde de vermoeidheid opkomen.
"Je hebt in ieder geval de moordenaar te pakken gekregen. En dat zo vlug. Overigens is Nijenkerk overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen."
"Nijenkerk is niet alleen de moordenaar," zei Dalstra op vlakke toon. "Zeer waarschijnlijk mededader maar nu is hij het slachtoffer geworden."
"Wie is dan die andere moordenaar?" vroeg Vokkink voorzichtig.
"Brouwer, ongetwijfeld ook MIVD maar meteen weggegaan. En jij stond erbij en keek er naar."
Een viel opeens een zware stilte in het kleine kantoortje. Vokkink kreeg een rode kop en Gerard stak maar weer eens een sigaretje op.
"Vertel," zei de Marachausseecommandant na een minuutje.
"Ik wist het laat in de middag al. Je schoenen hebben je verraden."
"Mijn schoenen?"
"Ja, Van Daalen zei me dat jij pas rond halfelf op de plaats van misdrijf arriveerde, maar je schoenen stonden al op een foto die om tien uur was genomen. Het viel op, een bruin gaatjesmotief. Burgerschoenen onder een uniformbroek. Erg slordig."
"Dat is geen bewijs."
"Je hebt het samen met Nijenkerk en Brouwer gedaan. Op dezelfde foto was het pannetje met lavendelmayonaise op het fornuis omgekieperd. Toen ik gisteravond bij de familie Bruintjes was rook ik het aan het zakdoekje van Nijenkerk. Het pannetje was zo gevallen dat Nijenkerk het slachtoffer van voren afleidde en jij, of Brouwer hem vanachteren doodstak."
"Dat zijn vermoedens."
"Nee, je kunt het van de foto aflezen. Nogmaals, erg slordig. Toen ik er achterkwam heb ik gebeld met een collega van jou. Die ken ik van vroeger, die zat met mij op de politieacademie. We hebben altijd contact gehouden. Hij wist me te vertellen dat jij voor deze functie verbindingsofficier was bij de MIVD. Jij deed operationele acties in de eerste golfoorlog."
"Dat is nog minder bewijs."
Dalstra knikte en zweeg weer even. Ondertussen drukte hij zijn sigaret uit. Vokkink werd wat ongeduldig.
"Vertel eens hoe het volgens jou zit, je bent behoorlijk tekeer gegaan in een dag tijd."
"Het stomme is dat jullie het zo knullig hebben gedaan. Eerst die twee potentixc3xable verdachten die ik zomaar kreeg. Korporaal Brouwer en Luitenant Nijenkerk, maar dat lag er veel te dik boven op; daar keek ik meteen doorheen. Ik had meteen het vermoeden dat die twee bij de MIVD werkten. De vondst van dat belastend materiaal in de flat van Van Stelhoven lag er ook duimendik bovenop, net als de lege ponjaarddoos bij Nijenkerk thuis. Zo amateuristisch, ontstellend gewoon."
"Nijenkerk had motief," zei Vokkink met een geforceerde glimlach. "Hij was verliefd op de vrouw van de Schout bij Nacht en die deed het inmiddels met die kok. Crime passionel."
"Ze deed het al veel langer met die kok, maar dat terzijde. Maar zo konden jullie alle verdenkingen op hem schuiven. Een prima verdachte en jij gaat vrijuit. Maar dan nog, waarom met de ponjaard van de kroonprins?"
"Laten we even naar buiten gaan, dan ruik ik die stank van je sigaretten niet."

—————-

Ze zaten op een bankje bij de schouwburg en keken elkaar niet aan.
"Het plan was al heel raar," begon Vokkink. "We deden uiteraard antecedentenonderzoek naar Van Stelhoven toen de kroonprins hem als persoonlijke kok wilde hebben. Nijenkerk vermoedde Arabische connecties dus we zijn we bij hem binnen geweest. We vonden inderdaad belastend materiaal, niet wetende dat Nijenkerk ons voor was geweest en dat hij voor die aanwijzingen had gezorgd. Van Stelhoven heeft overigens wel gevaren op een cruiseschip waarvan een broer van Osama Bin Laden mede eigenaar is maar die broer zit gewoon in de oliehandel."
"Dus Van Stelhoven moest dood; met een koninklijke ponjaard."
"Er was een dubbelplan. De kroonprins begon zich teveel te profileren. Hij wil geen koning worden althans niet zoals het nu gaat. Hij wil Koning op afstand worden en alleen als het nodig is in Nederland zijn. Hij heeft al een groot appartement in New York, de olifant in Italixc3xab blijft ook in de familie maar hij wil meer, het is een wereldburger geworden. Afrika, Argentinixc3xab. Maar ja, dat gedoe in Mozambique, nu in Argentinixc3xab. Zijn schoonvader zit daar financixc3xabel achter maar die heeft banden met de Colombiase drugskartels. Daar waren ze in Den Haag helemaal niet blij mee. En nu zat de ponjaard van Alex in de rug van zijn aanstaande kok en hij wilde de Schout bij Nacht vermoorden. Er zijn foto's van die ponjaard en getuigen van bijna steekpartij van vannacht. Alex is vanaf nu onder controle, die doet geen gekke dingen meer en wordt een brave koning. Twee vliegen in xc3xa9xc3xa9n klap."
"Welke gek bedenkt zoiets?"
"Dat weet ik niet, maar de opperbaas van de MIVD, Boschaerd Wouters, heeft de uitvoering bedacht."
"Ook nog eens uitgevoerd door klungels."
Het was even stil tussen beide mannen en Dalstra stak nog maar weer eens een sigaretje op.
"Heb jij vaker mensen vermoord?" vroeg hij niet eens onvriendelijk.
"Ja, ik heb in Angola gezeten en in Irak."
"Van Stelhoven was gewoon een goede kok. Een beetje vrouwengek, dat wel, maar meer was het niet. Geen spijt van?"
"Ik wist dat toen niet, alles wees erop dat een extreme moslimaanhanger bij de kroonprins wilde infiltreren."
Vokkink zei het zonder gevoel in zijn stem.
"Nijenkerk zal het ook niet na vertellen, neem ik aan."
"Dat zit er waarschijnlijk niet in maar daar beslis ik uiteraard niet over."
"Wat is die Nijenkerk voor een man?"
"Een geheimagent, hij heeft in het Midden Oosten gezeten, hij moest een tijdje in de luwte. Brouwer hield hem wat in de gaten. Maar laatst kregen we informatie dat Eurpese tak van de Taliban hem bijna was opgespoord."
"Dus hij moest van het toneel."
"Tja…"
Gerard zei niets, stond op, gooide zijn brandende peuk weg en wandelde richting het politiebureau. De recherchekamer was verlaten maar in zijn kantoortje zag hij echter een vreemd gezicht.
Tot zijn verbazing was Boschaerd Wouters niet eens een oude man maar een kwieke, energieke veertiger. Perfect in de kleren maar zonder stropdas.
"Gerard Dalstra neem ik aan? Wij moeten eens goed met elkaar praten. Kan jou kantoortje op slot?"

——————–

"Alex toch, in wat voor wespennest heb jij je nu weer gestoken?"
"Ik weet het niet mama, ik snap er niets meer van."
"Je wilde zelfs de Schout bij Nacht met een ponjaard aanvallen."
"Tja, ik had een biertje op."
Trix keek met vermoeide ogen naar haar oudste zoon maar had geen medelijden. Hij zag er niet uit. Zijn haar was in de war, dikke wallen onder zijn ogen, een verfomfaaide uniform en zijn rechterarm in een mitella. Voor haar was dit het moment om beslissingen te nemen.
"Vanaf nu sta je onder curatele bij Tjonk Billink. Hij, en ik, en niemand anders, vertellen jou wat te doen."
Alex knikte gelaten.
"Na de olympische zomerspelen leg jij je functie neer als lid van het IOC. Londen is wat dat betreft het eindpunt voor jou, dan stop je met die onzin."
"Ah, toe nou mama!"
"Nee, houdt je mond! Ik maak op koninginnedag mijn aftreden bekend en vlak na prinsjesdag ben jij de nieuwe koning. Ik zal voor het laatst de troonrede uitspreken, daarna ben jij aan de beurt. Zo helpe mij, God almachtig."
De kroonprins huiverde eventjes. Die troonrede was toch wel het ergste van het ergste, dat gunde je je grootste vijand niet toe.
"Maar ik ben er nog niet klaar voor!" zei hij op klaaglijke toon. Dat was het einde van zijn mooie leventje.
"Zo zal het gebeuren. En nu naar huis, ik wil je voorlopig niet meer zien. Dan kunnen anderen jou plooien weer gladstrijken. En pas op; Minima is helemaal op de hoogte."
Geknakt verliet de kroonprins Paleis Noordeinde.

 

Maggi Hot Aroma. Een eerbetoon

Posted by: 17 August 2011

284_299%20maggi "Proef nou toch eerst even," zei moeder soms wat wanhopig. Ze had de zelfgemaakte groentesoep net opgeschept of mijn hand ging al naar het maggiflesje. Zeker, ik was nog kind maar ik was al vroeg verslaafd aan de fles.
Maggi. In 1886 uitgevonden door Julius Maggi uit Zwitserland. Ik betwijfel of er voor dit genie ergens een standbeeld is opgericht maar er is gelukkig nog wel een plant naar hem vernoemd, ook al is het maar een bijnaam. Lavas wordt namelijk ook wel als Maggiplant aangeduidt. Gek genoeg zit er geen lavas in het Maggi recept.
Er staan bij mij altijd wel twee flesjes in de keukenkast. Die waar ik mee bezig ben staat vooraan, een nieuw flesje wat meer naar achteren. Nu is er met gewone Maggi iets gebeurd; de firma Nestlxc3xa9 had het recept veranderd. Werd voorheen de maggi gemaakt met soja-eiwitten, sinds 2006 zijn tarwe-eiwitten de basis. Volgens kenners een duidelijk smaakverschil. Nu was ik ver voor die tijd al overgeschakeld op Maggi Hot Aroma. Dat is wat pikanter, ook wat intenser van smaak en het is nog steeds ontzettend lekker.
"Proef nou toch eerst even," zei mijn vriendin wat wanhopig toen ze onlangs met plakken rollade aan kwam zetten. Het flesje stond al paraat bij mijn bord.
Maggi door de nasi, bami, macaroni, spaghetti, voor mij een must. Een plak rosbief fleurt er helemaal van op en fricandeau kan eigenlijk ook niet zonder. Uiteraard kan er ook een scheutje door de soep maar gek genoeg doe ik dat nooit. Mijn soepjes zijn vaak al pittig gemaakt met blaadjes Lavas en een rood pepertje.
Hieronder een eenvoudig spaghetti-receptje wat door de Maggi Hot Aroma helemaal wordt opgekrikt.

3 eieren—zout—peper—spaghetti voor twee personen—1 preitje, in ringetjes—1 ui, gesnipperd—1 flinke teen knoflook, fijn gesnipperd—1 rode peper, met of zonder zaadjes—olijfolie—een hand peterselie, fijngehakt—een kippenbouillonblokje (mag van elk merk zijn, ik gebruik altijd de Halalblokjes van de toko)—een flesje Maggi Hot Aroma.

Maak eerst een omelet.
Kluts drie eieren los in een kom en voeg wat zout en peper toe. Doe een scheutje olijfolie in een koekenpan en bak de omelet zachtjes. Laat het dan wat afkoelen en snijdt het in reepjes.

Doe een flinke scheut olijfolie in een andere, ruime koekenpan en wok op hoog vuur de ui, knoflook, prei en het pepertje. Breng ondertussen in een pan het water met het bouillonblokje aan de kook en laat de spaghetti volgens gebruiksaanwijzing garen. Afgieten en voeg het bij de gewokte groente. Roer de zaken goed door elkaar, voeg de peterselie toe en breng alles op smaak met flink wat Maggi Hot Aroma. Yammi!

Boom met een jasje.

Posted by: 15 August 2011

399_boom 
Gezien, op de Weststraat, voor de galery, een boom met een jasje. Of een bandage? Ik heb geen idee waarom. Hij lijkt niet ziek want de takken zitten vol met bladeren. Dan zit er ook nog een gat in de bandage. Een korte speurtocht op internet leverde niets op en om nu de plantsoenendienst om opheldering te gaan vragen gaat me te ver. Een mooi verband is het ook niet want zo te zien zit deze bandage al maanden om de stam van de boom. Tjees, wat is er met deze boom aan de hand?

Powngtong Den Helder.

Posted by: 14 August 2011

We hebben al sinds een jaartje een Thais restaurant in de stad maar waren er, tot onze schande, nog niet geweest. Het zit tijdelijk in de kunstgalery Windkracht 13, in afwachting van een vaste, eigen lokatie. Wat jammer dat we er niet eerder zijn geweest want we hebben er heerlijk gegeten. Moeders kookt; haar twee vriendelijke dochters doen de bediening. Men heeft, net als veel Indiaase restaurants, een sterrensysteem voor de pittigheid van de gerechten. Drie sterren is het pikantst.
Men huist dus in een ruime galery waardoor er redelijk veel ruimte tussen de tafels is. Mooie grote tafels ook, keurig gedekt met kleden met een Thais motief. Veel moderne kunst aan de muren en voor in de galery is nog een zomertentoonstelling van diverse kunstenaars. http://www.windkracht13.nl/
Om in stijl te blijven namen bestelden we eerst Singha, een Thais biertje dat ons wel beviel. Vanwege de pikante gerechten hebben we het gedurende het diner bij dat bier gehouden.
Als voorgerechtje had G een mix van diverse hapjes als viskoekjes, krokante wanton, Thaise gehaktballetjes en visballetjes, dat met een pikant Chilisausje. Lekker, behalve de visballetjes, wij blijven het maar een soort elastieken balletjes vinden. Voor mij was er een Tom Yam Kai soepje die prima van smaak was. Licht pikant met een zachte kokos/limoensmaak, goed gevuld met beetgare groente en malse stukken kip.

218_thai%20vlees 218_Thai%20vis 
Als hoofdgerecht had G Massaman Neau. Het bleek een flinke portie malse reepjes biefstuk in kokosmelk met massaman curry die ze zich uitstekend liet smaken.
Voor mij was er Phad Phed Plaa. En nog grotere schotel met flinke stukken gebakken vis in een geweldige rode currysaus en zeer veel beetgare groente. Brocoli, milde pepers, wortel, sperzieboontjes en wat rauwe witte kool als salade. Bij dit alles was uiteraard voor beiden een flinke kom wat kleefachtige rijst, bestrooid met bosui.
Als nagerecht was er weinig keus. Gebakken ijs met banaan of gebakken banaan met ijs, wat op zich wel weer grappig is. Nieuwsgierig kozen we voor het eerste. Het is ijs in een warm, krokant deegkorstje met plakjes banaan er omheen, besneeuwd met geraspte kokos. Simpel maar heerlijk van smaak.

218_thai%20ijs 

We waren zowaar onder de indruk van dit restaurant. Het eten was prima, de bediening vlot en vriendelijk en de prijzen keurig. Wat ons betreft mag de zaak ook hier blijven zitten want eten tussen de kunst heeft wel iets aparts. Bovendien is het pand gelegen aan een gracht met een mooi uitzicht op een verzameling van oude reddingsboten van het reddingsmuseum.

Hier komen we vaker, hoewel we bij de volgende keer een andere bestelstrategie moeten hanteren want de porties waren dermate groot dat het allemaal lang niet opging. http://www.powngtong.com/site/

Postcard from London

Posted by: 12 August 2011

Ik moest de laatste tijd vaak aan dit nummertje denken. Het is een kerstsingle van Ray Davies, voormalig frontman van The Kinks, samen gezongen met Chrissie Hynde, zijn ex-vrouw. Het is uitgebracht in 2009.
Een mooi nostalgisch nummertje over het Londen van toen over de mooie tijden van weleer. Toen de vorige week daar de pleuris uitbrak en de straten tijdelijk werden overgenomen door relschoppende en plunderende jeugd schoot dit lieflijk kerstliedje steeds door mijn hoofd.

<iframe width="560" height="349" src="http://www.youtube.com/embed/5ZbLHTmmPGY" frameborder="0" allowfullscreen></iframe>

De kapper

Posted by: 9 August 2011

Ja ja, ook mannen wisselen regelmatig van kapper, althans; ik dan. Ik groeide op met kapper Lagerveld, dat was in de tijd dat er nog buurtkappers waren. Honderd meter verderop zat kapper Beentjes maar daar gingen we niet naar toe, dat was een katholiek. Dat deden we niet als protestanten, zo'n tijd was het nog. Thuis hadden we de VPRO gids, toen de omroepgids voor vrijzinnige protestanten al werd die er vlug uitgekieperd toen de VPRO wat progressiever werd en Phil Bloom naakt op het beeldscherm liet zien. De vrije geluien werd vervangen voor de AVRO bode.
Kapper Lagerveld was nog van de bloempotmodellen en schudde misprijzend het hoofd toen de langharige Beatles en, nog erger, de Rolling Stones doorbraken. Het was de doodsteek voor onze kapper die opeens een heel stuk van zijn jeugdige klanten verloor.
Kapper Reus, een nieuwe kaptalent, opende een kapsalon in de binnenstad en ging wel met de mode mee. Hij kreeg het bijzonder druk tot ook andere kappers zch aan de tijd haden aangepast. Zo hield ik een lange zoektocht naar een goeie kapper en kwam uiteindelijk terecht bij Robert Jan, die ik kende van wielrennen. Ook hij begon net in een oud pandje en werd de doodsteek van Kapper Reus. Ik ben jarenlang bij Robert Jan gebleven tot hij wel erg modern begon te doen en zijn kapsalon in een soort kap/discotheek veranderde met twee joekels van beeldschermen, afgesteld op lawaaierige muziekzenders. Een goed gesprek was niet meer mogelijk maar gelukkig kwam de Turk net opzetten. Die was de helft goedkoper dan Rober Jan maar knipte even goed. Ik weet nu dat er momenteel al zeker drie kapsalons in de stad zijn die door jongens uit de Arabische wereld worden gedreven. Keurige, schone zaken, zachte achtergrondmuziek en een stempelsysteem waar je na tien stempeltjes een gratis knipbeurt krijgt. Een goed gesprek is weer mogelijk al doen deze jongens vaak geen bek open. Ze knippen je zwijgend maar voeren mijn wensen uitstekend uit. Oren vrij, vanachter wat op lengte houden.
Daar waar ik nu kom knippen ze ook dames. Een jong wulps ding, net van kappersopleiding, en ze doet ook vreselijk haar best. De laatste keer dat ik er zat had ze een wat oudere, tamelijk stevige vrouw in haar stoel zitten. Ze hadden het over afvallen want het slanke jonge ding vond toch wel dat haar billen een tikkeltje te dik waren. Ik gluurde wat vanuit mijn ooghoeken maar vond dat er niets mis was aan haar achterwerk. Het zag er juist prima uit.
"Ik ben nu aan het Dokter Franken," zei de klant. "Maar daar dan weer een variant op."
"Maar wel zonder koolhydraten?"
"Gedeeltelijk. Je mag op een bepaald gedeelte van de dag een uur lang wel koolhydraten eten maar voor de rest van de dag niet. Nou eten wij altijd rond half zeven dus ik hou mijn uurtje van zes tot zeven."
De kapster, en ik ook, keken haar verbaasd aan. Zelfs mijn kapper, een jonge man met de kruis van zijn jeans tussen zijn kniexc3xabn, keek met een vette grijns in de grote spiegel naar mij en knipoogde.
"Maar Dr. Frank is toch helemaal zonder die koolhydraten?" vroeg het meisje.
"Daarom is dit een variant. Ik eet wel elke ochtend twee eieren voor dat hongergevoel en als je alleen gedurende dat ene uurtje vlees en brood eet neem het lichaam dat niet op."
Ik keek nog eens goed naar haar. Een fikse onderkin bewoog mee toen ze haar woorden sprak. Toch voelde ze de wat spottende ogen op haar gericht en ze kreeg een verdedigende toon.
"Ik ben in veertien dagen tijd toch al een kilo afgevallen."
"Dat is knap," zei de kapster met een neutrale stem maar ik kon nauwelijks mijn lachen houden. Gelukkig was ik net klaar. Voor ik de stoel uitstapte werkte de jongeman nog even keurig mijn wenkbrauwen bij, dat deed Robert Jan nooit, en betaalde de rekening. 12 euro voor meneer. Verhip, waren ze toch een eurootje duurder geworden. Maar het was een leuke knipbeurt, dat is ook wat waard.

Dood vlees.

Posted by: 7 August 2011

(Gelijkenissen met bestaande mensen berusten geheel op toeval.)

Hoofd inspecteur Gerard Dalstra keek eens goed om zich heen toen hij zijn politiewagentje uit stapte. Het Kastanjelaantje was een stil straatje. Aan de ene kant van de straat stonden 5 fraaie bungalows, aan de andere kant  grote herenhuizen die niet in Dalstra's budget pasten. Bij de middelste bungalow moest hij zijn. Het was bijna zeven uur 's avonds en de oktoberschemer begon al te vallen. Nog twee weken en de klok moest weer een uur terug. Het was een mooie dag geweest met een vrolijk zonnetje en misschien daardoor vrijwel geen ernstge misdrijven. Gerard Dalstra had een rustige dag gehad en had alleen maar wat rapporten moeten maken over een vorig misdrijf die voor 100 % was opgelost.
Nieuwediep werd niet vaak opgeschrikt door ernstige misdrijven. De laatste moordzaak betrof een jaloerse echtgenoot die de vriend van zijn vrouw 's nachts doodstak omdat ze samen zaten te vrijen op een bankje op de dijk. De klopjacht op haar man was maar kort omdat de dader zich de volgende dag zelf aangaf bij de politie.
De politie had de havenstad redelijk onder controle. Twee rivaliserende Antilliaanse drugsbendes werden scherp in de gaten gehouden
Deze avond was er een alarmerend telefoontje geweest van de werkster van dit optrekje die de bewoner dood voor zijn computer had gevonden.
"Dat kan," dacht Dalstra toen zijn jasje aandeed. Met zijn steun en toeverlaat, rechercheur Pieter Weenink, reed hij naar de plaats des onheils.
Zoals gewoonlijk was Gerard nonchalant gekleed. Een zwart colbertje, daaronder een ruitjesoverhemd en een licht verkleurende spijkerbroek. Zijn zwarte instappers zagen dof. Vijftig jaar was hij nu en zijn haar begon al behoorlijk te grijzen. Hij prees zich gelukkig dat er nog geen kale plekjes in zijn kapsel waren te vinden. Op het werk en voor ondergeschikten was hij vormelijker. Iedereen noemde hem bij zijn achternaam en dat vond hij prima. Van dat ge-jij en ge-jou hield hij niet zo van. Hij zelf gebruikte ook meestal de achternamen van zijn rechercheteam; alleen Pieter Weenink werd door hem bij zijn voornaam aangesproken.
"Dit is het huis van Grafkerk," zei de vijf jaar jongere Weenink. Die was gekleed in een losse combinatie maar wel met een stropdas. Hij had lang in de uniformdienst gezeten en was gewend aan stropdassen.
"Ken je die dan?"
"Wie niet? Zijn grootste hobby is bij de politie klagen. Volgens de telefonistes minimaal xc3xa9xc3xa9n keer per week."
"Waarover dan?" De naam Grafkerk deed bij Dalstra geen belletje rinkelen.
"Ach, over van alles. Geluidsoverlast van de ene buur, de blaffende hond van de andere buren, een te hoge schutting van de achterburen, de auto van de overburen voor zijn deur. Als de strooiwagen te laat is als het glad is, de stoplichten bij een bepaalde kruizing werken te langzaam. Van dat gezeur. Het gemeentehuis zal hem ook wel kennen; het schijnt dat hij zelfs advocaten op hun dak stuurt als hem iets niet aanstaat. Geld zat; blijkbaar."
"De zeurpiet van de buurt, dus."
Dalstra stapte uit de auto en liep alvast naar de voordeur, terwijl Weenink nog wat met de veiligheidgordel morrelde. De golf was al 12 jaar oud, reed nog perfect maar bepaalde onderdelen waren aan vervanging toe.
Ondertussen had Dalstra al aangebeld en keek door een groot zijraam naar de ruime hal waar twee grote vazen domineerden.
Weenink was nog maar net uit de auto of er verscheen een hijgende blonde vrouw in de hal om de deur open te doen. Ze zag er paniekerig uit.
"Hij is in de woonkamer," zei ze tussen twee ademhappen door. Ze transpireerde behoorlijk en ging hem haastig voor. Dalstra schatte haar op een jaar of veertig en keek zonder bijbedoelingen naar haar flinke billen die strak waren samengeperst in een krappe spijkerbroek.
Zijn ogen flitsten de kamer door en vond in de verste hoek van de kamer een wat oudere man die met zijn voorhoofd op het toetsenbord voor hem lag. Dalstra schatte hem rond de zeventig.
Dalstra liep naar het lichaam en zag dat hij inderdaad dood was, daar hoefde je geen dokter voor te zijn. De man zag er op zich goed verzorgd uit. Een keurig grijs kapsel, verzorgde handen, hij zat goed in de kleding met dure lederen slippers aan zijn voeten. Dalstra vond alleen zijn overhemd wat schreeuwerig.
Het wachten was op de ambulance en de huisarts om hem echt dood te verklaren maar die waren onderweg; verzekerde de werkster. In afwachting hierop keek Dalstra eens goed om zich heen. De computer stond op een vrij groot strak metalic computertafel en stond in werking. Dalstra was geen computerexpert maar hij zag wel dat het er eentje uit het duurdere segment was. Het beeldscherm stond op een soort forum, vlak naast de computer lag de financixc3xable Telegraaf, opengeslagen bij de beursberichten. Een professionele belegger die een hartaanval kreeg vanwege kelderende aandelen? Het zou zomaar kunnen.
Hij hoorde van buiten de ambulance met sirenes naderen maar ging er van uit dat Weenink de deur wel zou open doen. Die stond in de keuken de werkster tot rust te brengen. Dalstra keek verder en zag op de eettafel een geopend doos met etenswaar liggen.
'Traiteur van Spoelhout, Voor al Uw  exclusiefe maaltijden' stond er op de verpakking. De inspecteur kende de zaak alleen van naam; ook dat lag boven zijn budget. Zijn traiteurs waren de afhaalchinees, de snackbar tien huizen verderop en de politiekantine waarvan hij weleens broodjes mee nam naar huis. Het etensbakje was half leeg maar het bord leek bijna schoongelikt. Osso bucco, constateerde de politieman, een flinke bot met nog wat vleesresten, pasta en een wat donkere saus.
Dalstra was een echte politieman, gepokt en gemazeld in het vak. Hij kreeg opeens een gedachtenspinsel en besloot nog eens goed naar de dode te kijken. Op het moment kwamen de twee ziekenbroeders met de brancard kwamen binnen rijden, vooraf gegaan door Weenink en de werkster vlak achter de brancard. Ze wurmde zich naar voren om als het ware nog een laatste blik op haar werkgever te werpen.
Daar zag hij het. Aan de binnenkant van de lippen van de dode zag hij een paar schuimblaasjes. Juist! Hij wilde het bakje nog een bekijken maar zag dat het voor zijn neus werd weggegrist. De werkster liep met het bakje en opgetrokken neus ermee naar de keuken om het weg te gooien.
"Ho, ho," riep Dalstra en liep haar vlug achterna. In de luxe keuken had hij haar ingehaald.
"Niet weggooien, mevrouw." De werkster was vlug van begrip. Ze keek plotseling naar het bakje alsof het een tijdbom met een ontstekingsmechanisme was.
"Zet U het maar op het aanrecht. Juist, dank U. Heeft U toevallig een plastic zak bij de hand? Een pedaalemmerzakje of zoiets?"
Dat had ze en voorzichtig schoof Dalstra het bakje etenswaar in de zak. Meteen belde hij naar het bureau voor technische bijstand. Daarna vroeg hij aan de werkster of ze wist of de dode familie had. Die wist van een zoon maar waar die ook maar weer woonde…. Dalstra vond het adres in de telefoonklapper. Apollolaan; Amsterdam zuid. Ook boven zijn budget. Hij belde nogmaals naar het bureau die de politie aldaar maar moest inlichten.
"Wat is Uw naam?" vroeg hij de al wat herstelde blondine.
"Anneke Vrijbergen."
Er ging meteen belletjes rinkelen bij Gerard. Vrijbergen was een beruchte naam in Nieuwediep. Een grote asociale famile dat het niet zo nauw met de wet nam. Altijd goed voor openbare dronkenschap, softdrugs, vechtpartijen in cafxc3xa9's en luidruchtige feestjes op straat. Vorige week was er nog een Vrijbergen opgepakt omdat hij een leraar van een basisschool in elkaar had geslagen omdat zijn zoontje niet goed kon meekomen.
Gerard liet niets blijken hoewel hij in het begin van zijn politiecarriere meerdere van deze familie had opgepakt
"Kent U het slachtoffer goed? Hoelang werkt U al bij hem?"
"Nog maar kort."
"Was U erbij toen de traiteur het eten bezorgde?"
"Nee, ik kwam net aan."
"Maakt U dan huizen in de avonduren schoon? Normaal gebeurt dat overdag."
Ze kreeg een rood hoofd en stamelde dat ze overdag geen tijd had.
"Had U verder geen relatie met hem?"
Weer begon ze te transpireren en wipte nerveus van de ene voet op de ander. Echt aantrekkelijk was ze niet, vond hij. Naast de wat te dikke billen was haar bovenlijf juist heel mager en een boezem had ze niet.
"U mag niet liegen tegen de politie," zei Weenink die erbij was komen staan. Maar dat bracht een stukje zelfverzekerdheid bij haar terug.
"Eigenlijk gaat je dat geen flikker aan," zei ze opeens fel. "Je moet godverdomme niet zeggen dat ik lieg."
Dalstra keek haar eens goed aan. Hij vond dat opeens de echte Vrijbergenkarakter tevoorschijn kwam. Maar wat moest zo'n rijke snuiter met een vrouwtje uit een volksbuurt?
Hij wist zeker dat er meer was maar voor dat ogenblik was hij even klaar met haar. Er moest meer gebeuren. Als zijn vermoedens juist waren wachtte hem nog een pittig klusje. Gifmoorden waren altijd ingewikkeld.

2.

Een uurtje later was het een drukte van belang in het Kastanjelaantje. Na de doodsbevestiging van de schouwarts, die ook vrijwel zeker wist dat het om een vergiftiging zou gaan, wat voor gif wist hij nog niet, volgde direct een buurtonderzoek onder leiding van rechercheur Weenink. Hem werd al gauw duidelijk dat Grafkerk nou niet bepaald populair onder zijn buurtgenoten was.
"Is hij echt dood? Dan steek ik morgen de vlag uit," verklaarde de ene buurman.
"Geen verlies voor de mensheid," zei een ander.
"Over de doden niets dan goeds maar dit was nou echt een paardenlul," sprak de achterbuurvrouw.
Weenink stond verbaasd te kijken van het taalgebruik van keurige mensen in een nog keuriger straatje. Dat iemand dat soort emoties kan oproepen. Hij schoot er niets mee op want iedereen bleek Grafkerk te mijden als de pest.
Alleen de overbuurvrouw kon hem meer verschaffen maar dat was dan ook een geweldige flapuit. Ze stelde zich voor als Christien Hooibos, nodigde hem binnen en bleek Grafkerk beter te kennen. Ze draaide een beetje te opzichtig met haar achterwerk toen zij hem voorging, vond Pieter. Misschien was ze blij een man in huis te hebben want een man des huizes zag hij niet. Hij liet zich op een ouderwets bankstel zakken en keek nog eens goed naar haar. Van afstand zag er nog wel pittig uit maar van dichterbij zag hij dat vele rimpels onder een dikke laag opmaak zaten.
"Vroeger kwam ik weleens bij hem binnen. Ja, ziet U, ik ben al tien jaar weduwe. Ik maakte weleens een prakje voor hem klaar. Een jaar of acht geleden is hij door zijn vrouw verlaten, dat vond ik toen wel zielig voor hem. Zo alleen in zo'n groot huis."
"Maar daar bent U mee gestopt?"
"Tja, in het begin was hij wel vriendelijk maar later begreep ik wel waarom zijn vrouw hem verliet."
"Verteld U eens," zei Weenink met een diepe zucht. Hij vermoedde bij een ordinaire roddelaarster binnen te zijn.
"Warm van binnen; koud van buiten. Kent U die uitdrukking?"
Weenink knikte en moest opeens aan zijn schoonmoeder denken. Die kwam niet eens op de verjaardag van zijn kinderen maar naar buiten toe schepte ze op omdat zijn oudste zoon op de universiteit zat.
"Nou, zo is, eh, was hij. En hij begon de baas over me te spelen. Ik mocht niet meer roken, niet meer met mijn vriendinnen uit. Hij wilde een soort controle over mij hebben. En we gingen niet eens met elkaar naar bed. Maar heeft u zin in koffie?"
Weenink knikte van ja. Het was al over zessen en eigenlijk had hij meer honger dan dorst. Maar mischien serveerde ze er een koekje bij. Hij bekeek haar eens goed hoe ze in de keuken het koffiesetapparaat in werking stelde. Aan de verkeerde kant van de vijftig maar haar lichaam was goed geconserveerd. Ze had nog spannende rondingen, wel of niet met hulpmiddelen en lang geblondeerd haar dat gemaakt warrig op haar schouders hing. Terwijl de koffie doorliep kwam ze de kamer weer binnen. Wenink hoefde niets te vragen, de klep van mevrouw Hooibos stond niet stil.
"Hij was er trots op dat hij Joods was maar volgens mij deed hij alles wat door God verboden was." Ze ging tegenover Weenink zitten en opende lichtjes haar gevulde dijen. Piet Weenink had honger maar niet in mevrouw Hooibos.
"Hij had ook smetvrees. Rare mensen zijn dat. Als ik een vlekje op mijn rok of broek had mocht ik niet eens blijven; stond ik daar met een bord boerenkool met rookworst. Die moest ik maar in de keuken zetten. Nou ja zeg… En altijd schoenen vegen. Hij inspecteerde me gewoon als ik binnenkwam. En ik eerst maar denken dat het om mijn lichaam ging. Met zulke mensen valt niet te leven. Na een paar maanden ben ik ermee gestopt. De aanleiding van de ruzie was een ordinaire gehaktbal. Ziet U, ik maak dat aan met kant en klare gehaktkruiden maar meneer was daar ontevreden over. Hij zei al jaren op zoek te zijn naar de ultieme gehaktbal; de mijne vond hij niet zo lekker. Weet U wat ik toen zei?"
Weenink zuchte eens diep. Waar bleef dat koekje nou? Hij had honger en dat mens begon over gehaktballen te wauwelen.
"Ik zei dat hij die gehaktbal in zijn Joodse reet kon stoppen en dat dit de laatste keer was dat ik met eten kwam. En weet U wat hij toen zei?"
Wenink had geen idee.
"Hij zei dat ik vervangbaar was en dat er traiteurs genoeg waren. Dat bedoel ik nou met koud van binnen."
"Betaalde hij voor Uw maaltijden?"
"5 euro per maaltijd en dat vier keer per week. In het weekend en maandags niet. Heeft U suiker en melk in de koffie?"
Even later kwam ze terug met twee kleine kopjes koffie.
"Sorry maar ik heb geen koekjes in huis, ik ben al een jaar aan het Sonjabakkeren. Ik ben al zeven kilo afgevallen."
Weenink gooide het maar op een andere boeg.
"Kwamen er weleens mensen over de vloer? hij heeft ook een zoon."
"Nee, niemand. Alleen zijn werkster en af en toe etenbezorgers. Die zoon heeft hij de deur uitgejaagd. Die liep bij een psychiater, dat weet ik nog wel."
Weenink negeerde gedwongen zijn hongergevoel en wilde meer vragen gaan stellen over het karakter van de dode maar dat was overbodig, Christie Hooibos zat helemaal op haar praatstoel.
"Weet U dat hij twee auto's heeft? Dat opeltje voor de garagedeur staat er voor de show; om de buurt te laten zien dat het een gewone jongen is. Daar reed hij dan mee de stad in. Als hij buiten de stad ging pakte hij die andere. Weet U, in de garage staat een Ferrari, zo'n dure sportauto. Hij weet er wel nog soepel in te stappen maar je moet eens zien hoe hij uit die lage auto moet klauteren. Ik heb toen nog wel eens tegen hem gezegd dat hij een auto met een hoge instap moest nemen, een jeep of een SUV maar dat vond hij dan op de een of andere manier weer te patserig. Net alsof je in een Ferrari niet patserig overkomt. Dat zeg ik; een rare man."
"Ging hij vaak weg?"
"Ja, volgens mij deed hij veel aan dating, via de computer. Dure etentjes met dames maar dan buiten de stad, kon hij lekker met zijn Ferrari pronken. Ik ben toen ook wel eens een dagje met hem weggeweest maar dat was in dat opeltje en in een Van der Valk. Hij liet me graag voelen dat ik voor hem niet meer waard was dan een bal gehakt."
"Kent U zijn werkster?" vroeg hij tot slot.
"Ja, maar hij sleet ze als papierenzakdoekjes. Deze ken ik wel, dat is dat mens van Vrijbergen. Die komt van een heel slechte familie, U weet wel, uit de rivierenbuurt. Heel de stad kent die familie dus de politie ongetwijfeld ook."
"Maar deze was er dus niet zolang."
"Nee, dat zei ik net, niemand houdt het lang bij hem uit. Wel raar dat ze 's avonds bij hem schoonmaakte. Maar ik denk niet dat hij haar heeft aangeraakt. Hij wil controle maar geen seks; dat kan ik U verzekeren.

——————

Terwijl Weenink bij de overbuurvrouw een heel karakterschets van Grafkerk kreeg te horen en de technische recherche de bungalow onderhanden nam reed Dalstra naar traiteur Van Spoelhout. Hij had al gebeld naar de schouwingsarts die tot de voorlopige conclusie was gekomen dat het vrijwel zeker om een gifmoord ging. In dat geval was de traiteur een voordehand liggende verdachte maar Dalstra had daar meteen grote twijfels bij. Dit zou te opzichtig zijn. Gifmoorden zitten ingewikkelder in elkaar, daar is lang over nagedacht.
Leo van Spoelhout was nog in de winkel aan het opruimen toen de inpecteur op het raam klopte. Hij leek een jaar of dertig met halflang sluik zwart haar, een lichtblauw bedrijfsjasje, een moderne spijkerbroek en hippe gympen.
"We zijn gesloten," riep de traiteur vanachter zijn toonbank maar Dalstra vertoonde zijn legitimatiebewijs. De man schoot toen naar de deur en vroeg Dalstra binnen. De winkel was niet groot maar boordevol gevuld met lekkere dingetjes, Op de schappen zag hij potjes kaviaar, ganzenvet en zelfs zwarte truffel.
Dalstra had ook honger en keek begerig naar de bakjes met gerechten die nog in de koeling van de toonbank lagen. Mmm, pasta met truffel, kwarteltjes, konijnenboutjes met honingjus, gamba's in knoflookolie; het water liep hem uit de mond.
"Wat kan ik voor U doen?" vroeg de ondernemer want hij wilde wel eens naar huis. Hij was al vanaf acht uur in de touw.
"Informatie over een klant van U, de heer Grafkerk. Kent U hem?" Dalstra lette goed op de reacties van de traiteur.
"Jazeker, een goede klant van ons. Sterker nog, we hebben vandaag nog een bestelling van hem gehad. Osso bucco, als ik me niet vergis."
"Meneer Grafkerk is overleden tijdens het eten van Uw osso bucco."
"Ach, wat erg. Hartaanval?"
"Nee, er zat naar alle waarschijnlijkheid een dodelijk gif in de osso bucco." Dalstra lette nu heel scherp op de gelaadsuitdrukking van Van Schelfhout. Hij kwam er niet achter of hij toneel speelde.
Die zijn mond viel open van verbazing en het duurde even eer die weer dicht viel.
"Gif in mijn eten? Bent U gek geworden?" Hij kon er niet over uit.
"Ik werk met puur ambtachtelijke producten en alles is biologisch. En U denkt dat ik daar gif aan toevoeg?"
"Door wie is de maaltijd bereid en bezorgd?"
Van Spoelhout sloeg zich opeens tegen zijn voorhoofd.
"Godverdomme, de bezorger, die is vandaag nooit teruggekomen. Ik wilde het vanavond nog melden bij de politie. Ik heb hem vanaf eergisteren in dienst. Een jongen van Marokkaanse afkomst. Die heeft het bezorgd. Hij had drie bestellingen mee maar hij is dus nog niet teruggekomen. Hij had er allang moeten zijn."
Dalstra gaf hem het voordeel van de twijfel.
"Weet U zijn adres?" Hier moest meteen actie worden ondernomen.
"Stationsstraat 14, als ik het goed heb."
Dalstra kende het adres. Daar hadden ze vier dagen geleden op de zolder een illegale hennepkwekerij opgerold. Van de kwekers was geen spoor te bekennen. Zeker weten dat het pand leeg was want ze hielden het nog dagelijks in de gaten. Voor de zekerheid pakte hij zijn telefoontje en stuurde er een paar agenten op af. Tevens moest er worden uitgekeken naar een eventueel voortvluchtige van Noord Afrikaanse afkomst.
"Wat was zijn naam?"
"Tariq. Tariq, de rest ben ik vergeten. Ik zal even in de papieren kijken. Ik heb het al. Tariq Mohammed."
"Dat zijn twee voornamen," zei Dalstra fronsend. "Kunt U zijn uiterlijk beschrijven?"
"Tja, noord Afrikaans, die kant op."
"U gaat straks mee naar het bureau om foto's te bekijken en eventueel een compositietekening te laten maken."
"Maar ik moet zelf ook nog eten."
"Dan komt U na het eten."
"Dus ik ben niet verdacht?" vroeg Van Spoelhout verbaasd.
"Nee, niet echt; hoewel, nog niet."
"Als U even wacht eet ik hier even vlug wat, mijn vrouw is niet thuis. Wilt U ook wat eten?"
"Nou, eh, ik zou onderhand wel wat lusten."
"Lust U zeebanket? Ik heb nog wat oesters over en kreeft met avocadosaus. Het moet echt op. Of liever een biefstukje?"
Dalstra koos voor voor de zee en de traiteur verkoos een biefstukje en was even later met de magnetron en de koekepan bezig.
"Ik ken die meneer Grafkerk nog van een paar jaar geleden," zei hij tijdens het biefstuk bakken.
"Ik liep toen stage bij het sterrenrestaurant 'Het Sluisje' en daar kwam hij wel eens. Sommige dingen vergeet je nooit. Hij kwam vaak met een dametje die een poedeltje bij zich had. Een venijnig keffertje die altijd onder tafel moest. We lachten ons soms rot. Hij wilde haar een keertje onder de tafel over haar dijen aaien, toen begon dat kreng te bijten. Hij wist niet hoe snel hij zijn hand boven tafel moet krijgen. Toen gooide hij ook nog een glas wijn om. Hij was woedend."
"Mag dat dan, een hond in zo'n zaak?"
"Hij wel, hij gaf altijd flinke fooien."
Dalstra had in tijden niet zo lekker gegeten. Sinds zijn scheiding was hij aangewezen op eetcafxc3xa9's, snackbar en de Chinees. Soms maakte hij voor zichzelf een stamppotje klaar. Zijn ex-vrouw maakte vroeger zondags wel eens lekkere hapjes. Ook oesters.
"Daar worden mensen opgewonden van," zei ze dan wat ondeugend maar Dalstra had daar nooit iets van gemerkt.

3.

Die avond bleef men uiteraard doorwerken. De technische recherche had niets speciaals gevonden. Twee verschillende vingerafdrukken, waarschijnlijk van de bewoner en de werkster. Ze hadden de computer ook meegenomen.
"Gewoon de stekker eruit gehaald?" vroeg Dalstra,
"Ja natuurlijk. Hoe wil je dat ding anders meenemen?"
"Misschien zit alles wel onder wachtwoorden."
"Oeps," zei de technische rechercheur. "Even niet aangedacht."
"Het huis was wel opmerkelijk schoon, geen stofje te zien, net of iemand sporen heeft uitgewist," zei Ballengooyer, de chef van de technische recherche.
"Waarschijnlijk had hij smetvrees," zei Weenink die zich los had weten te maken van mevrouw Hooibos. Hij zag er moe uit en at een paar broodjes die hij ergens onderweg naar het bureau had opgeduikeld. In zijn andere hand had hij een plastic koffiebekertje.
Op dat moment kwam commissaris Goudwater driftig binnenstappen.
Dat was nog een ouderwetse commissaris, tegenwoordig zijn het regiomanagers die de baas zijn. Hij was al thuis had zich al omgekleed voor een bezoek aan de schouwburg. Zijn vrouw wilde graag naar een cabaretvoorstelling.
"Wat hoor ik nu? Is Danixc3xabl Grafkerk dood?" Dalstra knikte.
"Waarschijnlijk vergiftigd."
Goudwater slikte een paar keer, draaide zich om en stormde naar zijn kamer.
"Dalstra, Weenink, meekomen!"
De inspecteur was verbaasd over de reactie van zijn baas. Die hobbelde rustig naar zijn pensioen toe. Nog een paar maanden en hij had de eindstreep gehaald.
"Deur dicht a.u.b." gebood de korpschef.
"Kent U Grafkerk?" vroeg Weenink nieuwsgierig.
"Kop dicht Weenink. Je morst koffie op mijn schone vloer."
Die haalde zijn schouders op en ging met zijn broodje verder.
"Kent U Grafkerk?" herhaalde Dalstra de vraag van zijn assistent
"Ja, maar vertel me eerst wat er is gebeurd en wat de stand van zaken is."
Dalstra gaf een beknopte samenvatting van de gebeurtenissen van die avond en hoe het onderzoek er nu voorstond.
"Is Van Spoelhout gearresteerd?"
"Nee, hij zit wel binnen voor een tekening van zijn bezorger."
"Houd hem toch maar voorlopig vast hoewel ik me niet kan voorstellen dat Leo de dader is."
"Aha, U kent de traiteur ook?"
"Zijn kreeftsalade is niet slecht."
"Weet ik," grijnsde Dalstra maar Goudwater trommelde wat met zijn vingers op het bureau.
"Wat zijn de plannen?"
"We kunnen nu niet meer zoveel doen. Morgen komen alle resultaten van het technisch onderzoek binnen en van de dokter. We hebben zijn computer naar hier meegenomen om uit te spitten en ik laat die zoon hier komen voor een gesprek. Voor zover ik weet is hij enigst kind. Verder gaan we op zoek naar mensen die hem beter kennen dan zijn buren."
"Juist. Eh, Weenink, kun je ons even alleen laten?" Pieter had net zijn broodje op en slurpte wat van zijn lauwe koffie. Een vers bakkie kwam hem goed uit en hij was meteen vertrokken.
"Kijk Gerard, ahum, het zit zo. Grafkerk en ik kennen elkaar van de Rotary. Ik zat in een beleggingsclubje waar Grafkerk en wat andere mensen ook in zaten. Hij was ook de oprichter en de uitvoerder. Hij heeft er veel verstand van."
"Dus Uw naam kan zomaar in zijn computerbestanden zitten?"
"Dat weet ik wel zeker. Onze contacten gingen overigens voornamelijk via e-mail. Hij kwam nauwelijks meer op de rotary, hij had met bijna iedereen ruzie. Een zeer dominante man die de baas wilde spelen. Het was een echte eenling volgens mij. De eerste keren dat hij kwam zocht hij wat ondernemers en notabelen bij elkaar om zijn groepje te beginnen. Daarna is hij weinig meer geweest. Hou dus een beetje rekening met de namen als je kunt. Een beetje discretie."
"Ik doe wat ik kan, dat weet U wel. Maar vertel eens, weet U nog meer van die man? Wat ik er tot nu toe van hoor is het alleen maar negatief."
"Tussen ons; het was een rotzak eersteklas. Een verbitterd man met veel vijanden en geen vrienden. Het excuus is dat hij ouderloos is opgegroeid. Een weeshuiskind, pleeggezinnen, dat werk. Het beleggingsgroepje groepje is trouwens uit elkaar gevallen, hij heeft ze xc3xa9xc3xa9n voor xc3xa9xc3xa9n weg weten te treiteren; waarom weet niemand. Dat was wel zijn grootste specialiteit; treiteren. Hij beheerste het tot in de perfectie."
"Dus veel vijanden, bent U daar xc3xa9xc3xa9n van?"
"Ha, Gerard, je blijft op en top een politieman. Nee, ik ben afgehaakt toen ik merkte dat hij sommige medeleden terroriseerde. Hij is een soort, hoe moet ik het zeggen, een digitale stalker. Het houdt nooit op met hem. Ik weet zeker dat bepaalde mensen hem hebben gehaat en hem dood wensten. Eerst lokte hij mensen naar zich toe maar als er iets is in een ander wat hem niet aanstond stootte hij ze weer af om ze vervolgens waar dan ook te volgen en te terroriseren."
"Warm van buiten, koud van binnen, zei Weenink vanavond nog tegen me."
"Een gespleten persoonlijkheid, typerend voor dat gedrag."
"Ik heb het inderdaad meer het idee dat het een type vulkaan was. Volgens mij kookte hij van binnen. Nee, koud was hij niet. Hij was gloeiend en dat misschien al vele jaren lang. Wat voor werk deed hij eigenlijk?"
"Manager van een tamponfabriek. Ze maakten ook condooms. Het schijnt dat hij de uitvinder was van het condoom-glijmiddel en dat hij vanwege dat zo rijk is geworden. Hij had daar octrooi op aangevraagd. Durex had het nakijken."
"Dan maak je toch niet overal ruzie als je zo bulkend rijk bent?"
"Er is een anecdote over hem," zei de commissaris met een flauwe glimlach. Op de rotary noemde men hem achter zijn rug om Mister Glibber, dat vanwege dat glijmiddel. Iemand was er namelijk achtergekomen dat men hem in zijn fabriek in de wandelgangen zo noemde. Toen hij er achterkwam dat men hem op de rotary ook zo begon te noemen was hij woest. Nooit meer geweest."
"Had hij nog meer frustraties?"
"Zo ver ken ik hem niet. Ze hebben hem bij die fabriek later uitgekocht, dat weet ik wel. En dat heeft hem geen windeieren gelegd."
Waarop Goudwater naar de klok keek en plotseling weer opstond.
"Sorry ik moet weg. De voorstelling begint over 15 minuten. Dit is zo'n caberetier die grappen maakt over laatkomers en ik heb geen zin om voor schut te worden gezet."

————————

"Waarom moest ik weg?" vroeg Weenink met een nieuw koffiebekertje in zijn hand.
"Het waren aandelenvriendjes maar hou voorlopig je kop daarover dicht."
Dalstra hield niet van stiekem gedoe, dat zou een onderzoek alleen maar frustreren en bovendien vertrouwde hij zijn rechercheur.
"Is die tekening al klaar?"
Dat wist Weenink niet. Ze liepen naar het kamertje waar de traiteur en de tekenaar naar een schets van de verdachte bezorger keken. Een jonge Arabische man, niet ouder dan vijfentwintig met een kort geschoren hoofd en een stoppeltjes baard. Eentje van twintig in het dozijn.
"Had hij geen bijzonderheden? een opvallende ring, lidtekens, tatoeages, een dure horloge, een zenuwtic," vroeg Dalstra.
"Ik zou het niet weten. Hij sprak goed Nederlands. Verder gewoon, spijkerbroek, t shirt, een oud colbertje. Niets bijzonders."
"Kan dit zo naar de printer?"
"Wat mij betreft wel, zei Van Spoelhout. "Dit is hem sprekend."
De tekenaar pakte zijn eindschets en vertrok naar de computerkamer.
"Bezorgde hij met jullie bestelwagen?"
"Nee, gelukkig niet zeg, anders was die ook weg. Nee, hij deed de bestellingen in zijn eigen wagentje. Een klein oud karretje, een oud model panda. Een donkerblauwe. Het nummerbord weet ik echt niet."
Dalstra gaf opdracht de tekening met de beschrijving van de Panda per fax door het land onder de politiebureau's te verspreiden. Misschien leverde het iets op.
"Is er al naar zijn computer gekeken?" vroeg hij Weenink
"De echte techneuten komen morgen maar we kunnen wel even op zijn scherm kijken."
De computer was al aangesloten en al vlug kwamen de desktop in beeld. De ene leek hij inderdaad alleen voor zijn aandelenhandel te gebruiken maar de ander stond vol met allerlei sites en forums. Toen ze daar probeerden in te komen bleek alles verstopt te zijn onder wachtwoorden.
"Dat kan nog moeilijk worden," bromde Weenink. "Vindt dat maar."
"We gaan morgen zijn huis helemaal uitpluizen, dat soort dingen zijn te vinden," antwoorde zijn chef. "Verder hoop ik dat de dokter snel het gif zal vinden, dan kunnen we daar ook mee verder. Dan moeten we ook zijn financixc3xabn goed doorspitten. Waar geld is zijn kapers. Maar nu gaan we naar huis. Morgen verwacht ik je om zeven uur, het wordt een drukke dag."
"Wat doen we met Van Spoelhout?"
"O. laat maar gaan. Hij zou er iets mee te maken kunnen hebben maar die loopt niet weg."
Weenink begon er spontaan van te gapen en Dalstra had behoefte aan een mooi glas witte wijn na dat kreeftje. Toen Pieter de deur achter zich sloot noteerde Dalstra de namen van diverse sites die op de desktop van de ene computer stond. Lekkerweb, restaurantweb, wel zes forums. Hij was zeer geinterreseerd in Grafkerk. Het leek hem typisch een mannetje die zich achter zijn computer een hele piet voelde. Internet was een geweldige uitvinding voor sommige mensen en Grafkerk leek hem daar xc3xa9xc3xa9n van.
Toen hij ook naar huis ging nam hij Van Spoelhout mee om die bij zijn eigen huis af te zetten. De ondernemer woonde in een nieuwbouwhuis aan de rand van de stad. Een ruime eensgezinswoning; niets bijzonders.
"Waarom begin je geen exclusief restaurantje? Je kookt volgens mij erg goed," vroeg Dalstra onderweg.
"Nee, dat is hard werken voor weinig geld, mijn handeltje loopt goed. Ik heb geen last van de crisis. Aan de onderkant vallen sommige klanten af maar aan de andere kant gaat men minder naar duurdere restaurants en die komen dan bij mij terecht. Plannen genoeg hoor. Ik wil dat pand ernaast kopen en er een exclusief soepwinkeltje beginnen. Succes verzekerd, volgens mij."
Dalstra stopte bij het aangewezen adres.
"Je moet natuurlijk wel beschikbaar blijven." zei hij toen Van Spoelhout uitstapte.
"Ja, dat begrijp ik. Ik ben gewoon op de zaak. Tjezus, ik zal wel weer een nieuwe bezorger moeten zien te vinden. Wat een gedoe."

————————

Gerard Dalstra woonde sinds zijn scheiding met Herma in een flat boven de HEMA. Het was midden in de stad en hij had een mooi uitzicht op het station en een grote winkelstraat. Hij vond het wel goed zo. Zijn ex-vrouw had  het huis gehouden, hij het interieur. Van liefde was al een hele tijd geen sprake meer, ze leefden al een tijd helemaal langs elkaar heen. Ze was te spiritueel geworden, vond hij. En te vegetarisch. Dat ze zelf geen vlees of vis at kon hem niets schelen maar dat ze weigerde een vlees of visgerecht voor hem klaar te maken was de druppel die de emmer deed overlopen.
Hij was net vijftig geworden en hun twee dochters waren gelukkig al de deur uit. Het deed hem deugd dat ze vaker bij hem kwamen dan bij haar. Ze waren druk bezig met werk en relaties maar kleinkinderen waren er nog niet.
De flat was niet zo groot. Een kleine kamer met een open keukentje en twee kleine slaapkamers. Hij had er genoeg aan. Zijn computer stond pas naast de eettafel en hij zette hem aan. Terwijl het apparaat opstartte haalde hij uit de koelkast een halfvolle fles chardonnay en speurde wat verder naar een knabbeltje. Achterin de koelkast vond hij nog een blok jonge kaas en legde die op het aanrecht om wat op temperatuur te laten komen. Hij schonk zichzelf in en liep naar de computer.
Van alle sites die op de computer van Grafzerk die hij had opgeschreven moest je eerst lid worden maar dat was zo gebeurd. Lekkerweb was een kooksite maar had ook forums. Al vlug ontdekte hij wat een gekrakeel daar gaande was. Gewone onderwerpen ontaarden steevast in ruzies met de meest grove taalgebruik maar de grootste pestkop kon Dalstra er wel uithalen. Die noemde daar 'However'. Bij het tweede forum dat hij bekeek ontdekte hij dat het door Grafkerk zelf was opgericht. 'Danny's forum.' was de naam.
Met een tweede glas wijn en een schoteltje kaasblokjes spitte Dalstra nog even door. Ook daar was die However actief maar ook ene Grafzerk. Grafzerk, Grafkerk, dat kon geen toeval zijn. Op dit forum was echter geen ruzie te bekennen.  Bij het hoekje van 'even voorstellen' ontdekte hij dat However en Grafzerk en Grafkerk inderdaad dezelfde persoon waren. Leuk waren ook de bijdragen van een eigenaar van een Belgisch slachthuis, Sjefke Van Pluiskercke. Ongetwijfeld ook een nickname maar zo te zien een grote vriend van Grafkerk.
Gerard begon slaap te krijgen, het was al halftwaalf en zes uur moest hij eruit. Hij keek nog even naar het laatste nieuws op teletekst en las dat de DGB-bank eindelijk failliet was verklaard. Met dit nieuws keek hij nog even op de site van de Telegraaf die al weken heftig tekeer ging tegen minister Bos en Wellink van de DNB. Dat viel nu nog wel mee. Hij klikte in een opwelling door naar het forum van het dagblad en keek naar de dag van gisteren. Juist, ook hier was However bij het onderwerp DNB bezig geweest. Het was volgens However natuurlijk xc3xa9xc3xa9n grote linkse samenzwering, en ketterde Bos de hel in.
Het viel Dalstra wel op dat Grafkerk een slimme man is geweest. Ondanks al dat gescheld en getreiter bleef hij welbespraakt en taalfouten maakte hij zelden. En schelden en treiteren kon hij inderdaad als de beste. Een toppertje op dat gebied.
Gelukkig kon Dalstra de zaken goed van zich afzetten. Hij poetste zijn tanden, kleedde zich uit en schoof naakt onder zijn dekbed. Hij sliep vrijwel meteen.

4.

Gerald Dalstra was al voor zeven op het bureau. Hij had er zin in. Hij vond het heerlijk een karakter van iemand ontleden en het doen en laten in heden en verleden helemaal uit te spitten. Dat was ook altijd zijn uitgangspunt tijdens een onderzoek. Wroet voldoende in het leven van het slachtoffer en je komt vanzelf tot de dader. Puur recherchewerk was natuurlijk ook noodzakelijk maar daar had hij zijn rechercheurs voor.
Die kwamen xc3xa9xc3xa9n voor xc3xa9xc3xa9n binnengedruppeld. Normaal komt men bij de politie traag op gang. Er is een koffiecultuur. Het eerste uurtje wordt doorgebracht in de kantine waar alle dagbladen uitvoerig worden gelezen, zowel de regionale als de landelijke bladen.
In de recherchekamer waren die ochtend de bladen weggehouden, alleen de koffiezetmachine deed zijn werk.
Gerard had twaalf rechercheurs tot zijn beschikking waarvan twee IT-ers die de computer zouden proberen aan te pakken. Hij legde de stand van zaken uit. Halverwege zijn instructies kwam ook Goudwater binnen. Hij zag er wat verfomfaaid uit met wallen onder zijn ogen.
Die heeft vast emailbestanden van zijn computer en verdere sporen naar Grafkerk verwijderd, dacht Gerard.
De commissaris mompelde iets van 'goedemorgen' maar zei verder niets.
De inspecteur zette twee op het spoor van de tamponfabriek, een paar financixc3xable jongens zouden zijn bankrekeningen e.d. bestuderen. Weer anderen moesten het verleden van Leo van Spoelhout chekken en er moest een nader onderzoek komen naar het drugspand in de Stationsstraat.
Dalstra zelf en Pieter Weenink zouden Grafkerk's villa nader bekijken en daar de zoon ontvangen; die was onderweg. Er was helaas nog geen nieuws van de toxologische dienst.
Dalstra en Weenink stapten weer in de oude golf en reden naar het Kastanjelaantje. Op het moment dat Dalstra de verzegeling verwijderde ging de voordeur aan de overkant open.
"O no," zuchtte Pieter Weenink. "Daar is mevrouw Naaibos weer."
"Hooibos was de naam toch?"
"Sorry, slip of the tongue."
"Goedemorgen Pieter!" riep ze.
Pieter zwaaide slapjes terug maar negeerde haar verder.
"Pieter?" vroeg Dalstra geamuseerd maar Wenink wenste er geen woord aan vuil te maken.
"Waar zoeken we naar?" vroeg hij zijn chef toen ze binnen waren. Weenink kon ontzettend goed zoeken maar hij moest wel weten waarnaar.
"Alles. Brieven, briefjes, memo's, foto's. Spit zijn boekenkast uit."
Dalstra begon zelf in de keuken. Het was een keuken als uit een interieurboek. Een kookeiland, het mooiste keukenapparatuur, drie ovens, vijf snijplanken. Op het fraai granieten aanrecht stond een matgrijskoffertje. Toen Gerard het opende vond hij daar een schitterend messenset. Ongebruikt, dat wel, zoals alles een ongebruikte indruk maakte. Dalstra glimlachte. Die Grafkerk schreef overal dat hij zo goed kon koken maar volgens hem kookte de man nooit.
"Hij kookte nooit hoor," hoorde hij opeens een vrouwenstem. Hij keek om en zag daar mevrouw Hooibos staan. In een eerste opwelling wilde hij haar het huis uitzetten maar bedacht zich. Misschien had ze nog nadere informatie.
"Twee maal per week kwam die traiteur, wekelijks een bezorger van een shoarmazaak, de chinees stond ook vaak op de stoep. Hij was verzot op loempia's. In het weekend ging hij vaak dure sterrenzaken af."
"Hm, weer een leugen," dacht Dalstra. Op forums zette hij zich juist af tegen sterrenzaken.
Op dat moment ging zijn mobiel. Dokter Rietvink was aan de lijn.
"Ik heb het gif gevonden,"zei hij triomfantelijk.
"Vertel!"
"Het is pentobarbital, inderdaad een dodelijk goedje."
Dalstra had er nog nooit van gehoord.
"Hoe komt een mens aan pentobarbital?"
De dokter schraapte zijn keel.
"Dat heb ik een beetje nagegaan. Het staat bekend als een euthanasiemiddel voor dieren en dan vooral in Belgixc3xab. In Nederland gebruiken ze een ander middel. Officieel dan."
"Aan wat voor dieren moet ik dan denken?"
"Van alles. Van katten tot paarden. Dat hangt uiteraard van de dosis af."
"Ook koeien en varkens?" vroeg Dalstra ten overvloede. Hij moest meteen aan die Belgische slachter denken.
"Natuurlijk. Veeartsen gebruiken het."
"Werkt dat spul vlug?"
"Ja hoor en vrij humaan. Je valt rustig in slaap en je wordt nooit meer wakker."
"Is het wel in Nederland verkrijgbaar?"
"Onder de toonbank is in Nederland alles verkrijgbaar. Dat moet jij toch weten."

——————–

Gerard wilde toen toch echt aan de slag maar zijn mobiel ging af. Het was de wachtmeester van kantoor die meldde dat dat zoon van Grafkerk op het politiebureau was aangekomen. Hij weigerde naar de villa te komen.
"Hou hem daar maar, ik kom nu naar het bureau." Er waren opeens andere prioriteiten. Er moest terstond worden uitgezocht wie die Belgische slachthuisdirecteur was en waar die woonde.
"Pieter!!" riep hij, die onmiddelijk kwam aangelopen.
"Iets gevonden baas? O, hallo mevrouw Hooibos."
"Ja, misschien een spoor naar Belgixc3xab. Ik ga onmiddelijk naar kantoor. En ze hebben het gif gevonden. Een soort dierengif."
"Belgixc3xab?" vroeg Christien Hooibos. "Zo heel af en toe staat er wel eens een auto met Belgisch kenteken voor de deur. Een dikke Volvo."
"Aha, blijf zoeken Pieter, vindt ergens een aanwijzing voor een wachtwoord. Die computer lijken me essentieel."
Dalstra spoedde zich naar buiten en liet zijn collega met mevrouw Hooibos achter.
"Gaan we nu samen zoeken? Dat lijkt me wel gezellig. Wist U trouwens dat ik publiciste ben? Ik schrijf stukjes in het zondagblad."
"Lieve Christien," zei Wenink met zijn liefste stem.
"Ja, eh Pieter," fleemde ze terug.
"ALS JE GODVERDOMME NU NIET GAUW NAAR BUITEN GAAT SCHOP IK JE ERUIT! IS DAT BEGREPEN?"
Ze begreep het, al wilde ze wel het laatste woord.
"Ik ben toevallig met een stukje over de politie bezig en dit komt er zeker in."
Ze trok haar neus op, draaide zich om en verliet met draaiende billen het pand.

——————–

"Gaat het?" vroeg Dalstra aan de vrouwelijke computerspecialisten Martje Demeijer en Anika Dompteur.
Het ging niet, ze konden de wachtwoorden niet vinden.
Dalstra kreeg opeens xc3xa9xc3xa9n van zijn befaamde brainwaves. Grafkerk, Grafzerk, even zoemde het in zijn hoofd.
"Probeer eens doodskist," opperde hij.
Tien seconden later waren ze in de computer.
Tevreden liep Dalstra naar het kantoor van de commissaris waar ook de zoon van Grafkerk zat.
"Benjamin Grafkerk, aangenaam."
"Gecondoleert met Uw vader."
"Ik begrijp dat hij is vermoord, vergiftigd."
"Ja, heeft U zoiets verwacht?"
"Het zou kunnen, hij zal ongetwijfeld vijanden hebben gehad maar ik heb hem al tien jaar niet meer gezien."
"Was de band geheel verbroken?"
"Ja. Een paar jaar geleden heb ik nog een toenaderingspoging via email gedaan. Ik kreeg een mailtje terug dat hij zich niet kon herinneren ooit een zoon te hebben gehad."
"En uw moeder?"
"Die woont in Engeland maar ik kan me niet voorstellen dat die nog contact heeft. Het was een heftige scheiding."
"Bent U uit uzelf weggegaan? of bent u de deur uitgestuurd."
"Ik ben weggegaan. Op den duur hield je het niet meer vol bij die man. Dat moeder het nog twee jaar heeft uitgehouden is voor mij een raadsel."
"Was hij geweldadig?" vroeg Goudwater.
"Nee, hij kon het met zijn woorden af. Hij wist je keer op keer totaal af te breken. Ik ben twee jaar in therapie geweest om te leren dat ik geen minderwaardige sukkel ben."
Terwijl het gesprek vorderde en Benjamin zijn akelige jeugd verder ontvouwde dwaalden de gedachten van Dalstra af naar Belgixc3xab. Hij wilde weer naar de recherchekamer en dit gesprek overlaten aan Goudwater.
"O, nog een vraagje, sorry dat ik hem moet stellen, maar bent U erfgenaam?"
"Dat kan ik me niet voorstellen, als hij met iemand brak dan was dat ook voor 100%."

———————-

Er was vlug contact met de justitie in Belgixc3xab die er gauw achterkwam dat slachterij Van Pluiskercke wel degelijk bestond in Belgixc3xab. Het bedrijf was gevestigd in Gent en na een kwartiertje had Gerard Dalstra inspecteur Wauters uit Gent aan de telefoon. Het bleek een vrouw te zijn.
"Wat kan ik voor U doen?"
Dalstra legde summier de stand van zaken uit en hoe hij op de slachthuiseigenaar was gekomen.
"Oei, meneer Dalstra. We hebben een heel dossier over hem. Ik zal dat vandaag nog naar U toesturen. Misschien zal ik er wat puntjes uitlichten?"
"Nou graag mevrouw Wauters."
"Zegt U maar Maryan, hoor." Hij hoorde haar door de computer gaan.
"Hebbes. Welnu; er loopt een langdurig onderzoek wegens belastingontduiking tegen hem. Hij weet het al drie jaar te traineren. En, eh, zijn naam werd genoemd in het landelijk onderzoek inzake de moord op veearts Van Koppen, eind jaren negentig."
"Dat complot van veehandelaren en slachthuizen?"
"Dat is nooit bewezen, helaas. Er waren verdachten, een enkele veroordeling en inderdaad veel verwijzingen naar een soort nationaal complot. De moordenaar is veroordeeld, de opdrachtgevers niet"
"En wat was de rol van die Van Pluiskercke daarin?"
"Hij zou de moordenaar hebben geregeld."
"Dus hij kent dat milieu?"
"Dat zou me niet verbazen."
"Er is een signalement van de vermoedelijke moordenaar van Grafkerk met een blauwe oud model Panda. Ik zal het straks doorfaxen. Misschien kunnen jullie er iets mee?"
"Goed idee meneer Dalstra."
"Zeg maar Gerard."
Er werd nog wat informatie heen en weer gegeven waarna Dalstra tevreden ophing.
Op dat moment kwam Martje Demeijer binnen gehold.
"U moet komen kijken chef, die Grafkerk zat tot aan zijn nek in de DGB."
"DGB?"
"De David-Graaxc3xafnga-Bank, weet U wel? Die laatst failliet is gegaan."

5

Gerard was vlug bij de computer waar financixc3xabel-expert Manja Bril al driftig bezig was.
'Er komen steeds meer vrouwen in dit soort beroepen,' bedacht Dalstra zich. Dat maakte hem niets uit. Hij hield van vrouwen en dit was een goed team.
"Het is wel een stomme eikel hoor, het enigst wachtwoord wat hij gebruikt is 'doodskist.' Je kunt overal bijkomen, zelfs bij zijn beleggingswinkeltje."
"Beleggingswinkeltje?"
"Ja, hij was een internet beleggingsadviseur. Ik heb het nog niet helemaal in kaart gebracht maar zo ongeveer komt het hier op neer. Hij belegde geld van zijn klanten in een pakket van winstgevende bedrijven, althans; dat hield hij hun voor. Ik werkelijkheid stak hij al het geld in de DGB. Die maakte enorme winsten door die woekerpolissen en tophypotheken e.d. Dat liep altijd heel goed, Grafkerk stak een grote winst in zijn zak. Zijn klanten scheepte hij af veel kleinere bedragen. 'Kredietcrisis,' begrijpt U? Dat is het toverwoord voor woekeraars en winstgraaiers."
"Maar die bank is nu dus failliet."
"Op den duur gaan mensen vragenstellen, schakelen consumentenprogramma's in en als die zich ergens in vastbijten, berg je dan maar. Het ging opeens vlug bergafwaarts. Grafkerk heeft dat blijkbaar niet zien aankomen."
"Ik sta er steeds weer van te kijken dat dit soort dingen in dit land mogelijk zijn," zei Dalstra. "Het is legale diefstal, het zijn ronduit bedriegers."
"Ja, maar nu is de bedrieger door de bedrieger bedrogen. Het is algemeen bekend dat die Graaxc3xafnga zijn geld al veilig had gesteld. Volgens onderzoeker Roesteman gaat het zeker om 200 miljoen. Dat zei hij gisteravond nog op de televisie."
"Dezelfde Roesteman die laatst de spaarders opriep het geld van die bank te halen?"
"Juist, alleen had Grafkerk er veel meer dan 1 miljoen staan. Dat is de grens dat je je geld terug kunt krijgen."
"Om hoeveel gaat het?"
"ik kom tot nu toe tot 14 miljoen maar het zal meer zijn. Hij beheerde ook een apart aandelenhandeltje onder de naam 'De gouden mossel.' 3,5 miljoen."
"Waar komt dat geld vandaan?"
"Weet ik niet, dat kan best zwart geld zijn. Je moest eens weten hoeveel zwart geld in aandelen zit. Sommige criminelen gebruiken zoiets als een witwashandel."
"Martje, Anika, spit zijn emails door. Speur die forums af, kijk in particuliere berichten, weet ik veel. Er kan een verband zijn tussen al die culinaire sites en zijn beleggingsclubje op de andere computer."
"Tsss, koken ze kunnen ze niet op die sites. Ik ben nog geen behoorlijk recept tegengekomen," zei Anika. "Dat kan ik beter. Kijk hier eens, een brandnetelsoep. Gewoon brandnetels met groentebouillon van blokjes en allesbinder. Dan maak ik die bouillon zelf en ik bindt het met een roomkaasje. Veel lekkerder."
De meesten slaakten een zucht. Daar had je Anika weer, die wist het altijd beter.

——————-

Dalstra had honger en verdween naar de kantine waar ook net zijn assistent Weenink binnen stapte.
"Iets gevonden?"
"Een paar dingetjes die misschien van belang kunnen zijn. Hij zat inderdaad veel in die dure tenten maar ik vond vooral veel bonnetjes van restaurant De Vergulde Mosselpan, een driesterrenzaak in Zeeland."
Dalstra stapte met een vol dienblad naar een leeg tafeltje. Drie broodjes en een kop kippensoep. Weenink volgde met een vette hap dat bestond uit een broodje bal en een broodje kroket.
"Had Christien Hooibos niets voor jou te eten?" grapte Dalstra.
"Laat die haar eigen mosseltje maar opeten," bromde de rechercheur. "Maar hoe staat het onderzoek?"
"Het gaat gesmeerd. Ik heb al een concrete verdachte. Er is een spoor naar Belgixc3xab."
Hij lichtte Weenink helemaal in.
Terug is de recherchekamer bleek er telefoon van zijn collega uit Gent te zijn.
"Gerard? Dit is ernstig. Van Pluiskercke is al twee dagen zoek. Ik kom er net vandaan. Niemand op zijn bedrijf weet waar hun directeur is. Ik heb ook zijn vrouw gesproken. Die zag hem gisterochtend wegrijden met een slagersmes op de bijrijdersstoel en hij was de laatste tijd in een zeer slecht humeur. Hij luste zelfs geen mosselen meer, en dat wil wat zeggen, volgens zijn vrouw."
"Die is wel heel loslippig geweest."
"Tja, hij had naast haar nog twee vriendinnen, dat valt niet altijd in goede aarde. Hij ging er vaak mee naar Nederland, Zeeland om precies te zijn. Daar is een beroemd mosselrestaurant."
"Laat me raden; de Vergulde Mosselpan."
"Ik begrijp dat er vaart in je onderzoek zit."
"Even een vraagje tussendoor. Je zei dat hij betrokken was bij een fraudezaak. Heeft hij veel zwart geld?"
"Miljoenen, dat weet ik vrijwel zeker. Er gebeuren rare dingen in de vleeswereld. Ze kopen goedkoop hormoonvlees in Amerika en verkopen het als Belgische Blauwwit; een beroemd koeienras, echte vleeskoeien. Verschrikkelijk duur in Belgische restaurants."
"Hm, ik hang op. Ik moet meteen bescherming regelen voor die Roesteman en Graaxc3xafnga, misschien is Van Pluiskercke op oorlogspad. Ik spreek je later wel weer."
Hij nam afscheid van zijn Vlaamse collega en riep om Weenink.
"Zoek uit wie de eigenaar van de Vergulde Mosselpan is."
Daarna belde hij naar twee verschillende politiebureaus om bewaking te regelen voor de eventuele slachtoffers.

—————————-

Sjefke Van Pluiskercke was woedend, zo woedend dat hij besloot zelf als scherprechter te gaan optreden. Alles goed en wel; ze moesten van zijn geld afblijven. Zijn geld was zijn alles; zijn ziel en zijn zaligheid. Hij was nu bijna vijfenzestig jaar en had in de loop der jaren een mooi bedrag bij elkaar gesprokkeld. Nog even en hij kon de zaak overdoen aan zijn oudste zoon en zelf met zijn vrouw gaan stilleven. Het leek hem leuk om eens te gaan reizen en verre keukens te bezoeken.
Natuurlijk hoorde hij het nieuws over de DGB. Wat was hij stom geweest zijn geld aan die Grafkerk toe te vertrouwen. Grafkerk moest dood. Die Roestman moest ook dood want zijn oproep aan de spaarders geld van hun DSB rekening te halen was net dat duwtje dat de bank had laten omvallen. En uiteraard moest Graaxc3xafnga dood, de grootste oplichter van allemaal. Die stomme Nederlanders ook. Hij had ze al nooit vertrouwd en eten koken kunnen ze ook niet. Maar hij had zich om laten kletsen door die Grafkerk die hij ontmoet via een kooksite. Hij had beter moeten weten. Grafkerk was een selfmade man die onderop was begonnen als vertegenwoordiger van die tampon annex condoomfabriek en was in een paar jaar opgeklommen tot directeur. Daar had Sjefke eerst enorm veel respect voor. Grafkerk was legaal rijk geworden en hij moest het toch via andere middelen bereiken. Ze waren zelfs vrienden geworden. Hij kwam wel eens bij Grafkerk thuis en Grafkerk bezocht hem weleens in zijn vleesfabriek. Er waren etentjes in de Vergulde Mosselpan hoewel Grafkerk geen mosselen luste. Die had liever een biefstukje maar dat serveerden ze ook. Er waren meer overeenkomsten. Beiden hadden een grondige hekel aan linkse politiek, Grafkerk was zelfs een beetje jaloers op een partij als Vlaams Belang. Zoiets hadden ze niet in Nederland; tot Wilders met zijn PVV begon.
Drie weken geleden hadden ze elkaar voor het laatst gezien. Sjefke zag dat het niet goed ging met de DGB en was wat ongerust over zijn 3,5 miljoen omdat hij wel degelijk wist waar Grafkerk zijn geld in belegde. Maar die verzekerde hem dat het slechts een kleine dip was. Kredietcrisis, snap je. Over een half jaartje is de commotie weg en gaan ze rustig verder.
"Ik zal je een geheim verklappen," zei Grafkerk tijdens het laatste etentje.
"Indirect sponsor jij de PVV. Ik ken Graaxc3xafnga persoonlijk, dat is namelijk ook het financixc3xabel genie achter de PVV. Die multimiljonairs hebben allemaal een speeltje. De xc3xa9xc3xa9n heeft een voetbalclub, de ander een zogenaamd goed doel en weer een ander heeft een eigen museum. Sommige hele rijken hebben alle drie. Welnu; Graaxc3xafnga heeft ook zijn eigen politieke partij. Wilders is in feite in loondienst van de DGB. Ja, Wilders heeft de ideexc3xabn maar Graaxc3xafnga het geld. Het is een uniek duo. Zeker weten dat de PVV bij de volgende verkiezingen aan de macht komt. De DGB groeit mee en wordt de machtigste bank van Nederland. Daar ligt onze winst. Ook jou winst. Je aandelen worden goud waard. Geloof me, het komt goed. Graaxc3xafnga heeft voldoende geld achter de hand om dit crisisje het hoofd te bieden. De stemming is nu al in zijn voordeel omgeslagen toen hij in het journaal zei dat het hem speet dat hij met sommige van zijn bank en verzekeringsproducten een tikkeltje fout zat. Ze lagen meteen weer aan zijn voeten. Kijk Sjefke, je moet durven. En met lef wordt je groot en machtig. Kom, laat me nog een pannetje mosselen voor je bestellen, je hebt nog maar twee kilo op."
Sjefke was weer een beetje gerustgesteld.

———————

Maar het ging niet goed met de bank en Roestman gaf de doodsteek. Herhaalde malen belde Van Pluiskercke naar Grafkerk maar die nam niet meer op. Op forums en kooksites was hij ook al wekenlang nergens te bekennen. Hij besefte steeds meer dat hij zijn geld gewoon kwijt. 3,5 miljoen zorgvuldig opgespaard zwart geld waar de Belgische fiscus vergeefs achteraan zat; gewoon foetsie. Weg. Verdampt.
Normaal was Sjefke een sluw en berekenend persoon. Dat gevalletje destijds met die dierenarts had hij mooi opgelost in samenwerking met zijn collega-slachters en veefokkers. Net goed voor die klootzak, die veearts had hem ook geld gekost. Sindsdien moest hij zijn hormoonvlees importeren vanuit Amerika.
Maar die Van Koppen was geen vriend van hem, Grafkerk wel. En vrienden besodemieteren elkaar niet. Dat maakte Sjefke zo razend. Dit was persoonlijk en zoiets moest je persoonlijk afhandelen.
Hij was die dag rond halverwege de middag in zijn auto gestapt, keek grimmig naar zijn vlijmscherp geslepen uitbeenmes en reed naar Nederland. Na een rit van ruim vier uur arriveerde hij in het Kastanjelaantje. Hij liet zijn auto een straatje verderop staan, nam het mes bij zich en wandelde rustig naar het huis van Grafkerk. Het was al donker maar hij zag allerlei commotie rond de villa van Grafkerk. Er stond zelfs een lijkwagen voor de deur en buren keken nieuwsgierig toe. Hij zag de twee politiemannen en bleef stomverbaasd op een afstandje staan. De voordeur ging open en een lijk werd in een dichtgeritste lijkenzak op een rijdbare brancard de lijkenwagen ingewerkt.
Godvergloeiende nondeju. Iemand was hem voorgeweest. Trillend van woede draaide hij zich om en liep naar zijn auto. Tijdens de heenreis had hij gehoord dat Draaxc3xafnga de volgende dag een persconferentie zou houden voor het kantoor van de DGB. Dan maar daar naar toe, er moest bloed vloeien.

6.

Dalstra liep weer naar het bureau waar Martje en Anika bezig waren om te kijken of ze wat opschoten. Hij keek mocht Martje wel, een vlotte blonde meid met haar hart op de tong. Anika was een stukje ouder en leek elke ochtend met het verkeerde been uitgestapt te zijn. Ze leek meer naar de recepten her en der te kijken dan naar de personen.
"Moet je nou toch eens kijken, die gebruikt ontvelde braadworst als nasivlees. Er hangen daar veel idioten rond en ze nemen alles van de Allerhande over."
Maar de dames hadden wel bepaalde dingen ontdekt.
"Er zijn twee dames uit deze stad aktief. Ene Carmen en een zekere Antoinette. We hebben de achternamen al achterhaald. Leuk dat internet; je kunt alles vinden. We hebben zelfs hun hyvespagina al. Van der Heuvel en Beijaard. Die laatste gaat er wel prat op dat ze van oorsprong uit Belgixc3xab komt. Jonge vrouwen nog, net dertig. Ze zitten op twee sites en forums waar Grafkerk ook vaak te vinden was. Ze konden elkaars bloed wel drinken. De dames aan de ene kant, Grafkerk aan de andere kant."
"Wat toevallig," zei Pieter Weenink. "De vorige eigenaar van de Vergulde Mosselpan heette ook van der Heuvel."
"Hoe kom je daarbij?"
"Ik moest dat toch uitzoeken? Die zaak in nu van Sergio Boer. die heeft het twee jaar geleden gekocht van Van der Heuvel."
Het duurde een splitsecond toen Gerard Dalstra de verbindingen zag. Hij holde naar de telefoon en belde weer naar het politiebureau van Gent en vroeg naar Maryanne Wauters. Die hoorde de haastige stem van haar Nederlandse collega en was tot zijn beschikking.
"Kun je nagaan of die vermoorde dierearts, Van der Koppen, een of dochter heeft en in Nederland woont?"
"Niet direct maar ik doe mijn best. Ik bel je over een half uur terug."
Op dat moment kwam rechercheur Kaatje Kip binnen die het verleden van Van Spoelhout nog eens had bekeken.
"Hij heeft altijd in restaurants gewerkt. Overal stages gelopen, zelfs in Belgixc3xab. Daarna nog een half jaartje in het Sluisje en toen kocht hij drie jaar geleden met zijn vrouw De Vergulde Mosselpan."
"Op haar naam, Van der heuvel." zei Dalstra.
"Juist. Hoe weet U dat?"
"Waarom stapten ze er na een jaartje weer uit?"
"Iets met vlees. Maar dat heb ik na wat gebel in het restaurantwereldje. Het gerucht gaat dat de vorige eigenaar, Jan Faagsel, zijn vlees betrok van een dubieuze Belgische slachter. Toen Van Spoelhout en zijn vrouw de zaak overnam hebben ze die leverancier de deur uitgewerkt en heeft een ander genomen. Een jaar later waren ze vrijwel failliet. Ze verkochten de zaak aan die Sergio Boer, naar het schijnt een internationale topkok, die zijn biefstukjes wel weer van die Belg betrekt."
Dalstra wist genoeg.
"Haal onmiddelijk van Spoelhout op en ook zijn vrouw. Nu! En zoek het adres van die Beyaard, die pakken we ook op."
Alle puzzelstukjes vielen opeens in elkaar. Verdomme, dat hij zich door die traiteur in de maling had laten nemen. Die bezorger van Noord Afrikaanse afkomst had hij als afleidingstruuk gebruikt.
Op dat moment ging zijn telefoon. Maryanne Wauters uit Gent.
"Gerard, Ik heb het gevonden. Antoinette Beyaard is een dochter van Van Koppen en woont nu daar bij jou in Nieuwediep in Nederland. Ze is gescheiden van een andere Belgische dierenarts, Geestens genaamd."
"Ik schrijf nu een internationaal arrestatiebevel uit voor Van Pluiskercke, die is op moordtocht, we hebben aanwijzingen genoeg."
"Mooi zo, hebben we die schoft eindelijk te pakken. Ik zal een arrestatieteam naar zijn huis sturen en zijn boeken in beslag laten nemen."

————————

Het was een vruchtbare dag. Nog geen kwartier later werd Van Spoelhout binnengebracht en meteen vastgezet. Dalstra en Weenink begonnen meteen met het verhoor.
"Waar is je vrouw?"
"Weg."
"Hoezo weg?"
"Weg! Ze is al twee dagen verdwenen."
"Waar zou ze kunnen zijn?"
"Geen idee." Loog die klootzak weer? zo kwamen ze niet verder.
"Wat is jullie relatie met Grafkerk? En nu wil ik het verdomme weten ook." Dalstra sloeg met de laatste woorden hard met zijn hand op het tafeltje. Hij had genoeg van de spelletjes van de traiteur.
"Vooruit dan maar, alles komt toch uit. Dat begon toen we De Vergulde Mosselpan overnamen. Toen we die vleesleverancier eruit gooiden is er iemand onder de nickname 'Kerkhof' op alle restaurants en recensiesites ons gaan zwart maken. Hij heeft ons echt overal tot op het bot afgekraakt. Binnen een jaar waren we bijna failliet, er kwam geen hond meer. Toen begonnen we hier de traiteurzaak, we wisten niet eens dat die Grafkerk hier woonde. Hij at toen regelmatig bij ons in de Mosselpan. Ook toen die Kerkhof zijn vernietigende recensies begon te schrijven. We verdachtten eerst die slachter, Van Pluiskercke, dat die zo haatdragend was en daar zijn we altijd vanuit gegaan. Een maandje geleden kwam Carmen er achter dat die Kerkhof dezelfde was als Grafkerk. Ze was razend."
"Vooral omdat ze wist dat hij hier weer klant was bij jullie?"
"Dat wist ze eerst niet. Ze is niet zoveel op de zaak, ze werkt voor halve dagen bij een schoonheidsspecialiste. Toen ik het haar vertelde ging ze helemmal door het lint."
"Wie pakte de ossobucco in?"
"Verrek, nou je het vraagt….dat deed mijn vrouw."
"Ken je Antoinette Beyaard?"
"Dat is een vriendin van mijn vrouw, ze is Vlaams."
Het verhoor werd onderbroken door Kaatje Kip.
"Chef, die Beyaard was niet thuis, ze hebben wel haar vriend meegenomen."
"Weenink, ik ga hem ondervragen, jij blijft hier met Kaatje."

—————————–

Dalstra herkende de vriend van Antoinette Beyaard onmiddelijk, zijn foto stond af en toe in de krant. Het was de schaakkampioen van Nederland, John Timmerman. Dalstra was even verbluft. Als schaakliefhebber had hij veel ontzag voor deze kampioen, hij wist dat Timmerman in Nieuwediep een tweede woning had.
"Wat is de reden van mijn aanhouding?" vroeg de schaakprof. Hij leek erg vermoeid. "Tjonge zeg, ik kom net terug van een toernooi in Shanghai. De jetlag giert nog door mijn lijf."
"Waar is Uw vriendin?"
"Dat vraag ik me ook af. Ik was drie weken weg en dan kom je in een leeg huis. Kolere wijfen, uiteindelijk heb je er niets aan."
Ze konden ondervragen wat ze wilden maar er kwam niets uit de heren Van Spoelhout en Timmermans. Volgens Dalstra hadden die twee mannen iets te maken met hun wraakgierig echtgenotes, dat kon niet anders.
Ten eerste Antoinette vanwege de moord op haar vader; ten tweede de wraak van Carmen vanwege de neergang van De Vergulde Mosselpan. En Antoinette had vast nog wel connecties met Belgische dierenartsen en kon zo waarschijnlijk heel goed aan dat gif komen.
Hij was er van overtuigd dat ze het ook op Van Pluiskercke hadden voorzien.
Voor hem was de zaak rond. Nu moesten de twee moordlustige dames nog worden opgezocht.

——————

Sjefke Van Pluiskercke was moe en stond op het punt Gent binnen te rijden. Het was allemaal mislukt. Grafkerk bleek al dood. Hij had die nacht in een hotelletje doorgebracht en zou vanuit daar Graaxc3xafnga en Roestman proberen te vermoorden. Maar de twee mannen bleken zwaar beveiligd te zijn, daar kwam hij met zijn uitbeenmes niet door. Hij zou zijn lot maar moeten ondergaan. Drie en half miljoen naar de kloten en wie weet wat hem nog allemaal boven het hoofd hing. Ondanks al deze teleurstellingen bleef zijn eetdrang aanwezig, misschien dat eten hem wat zou opvrolijken.
Hij bezocht vrijwel elke avond een frietkot, genaamd 'De frietjeshemel', net buiten het centrum van Gent. Even een bak frietjes met stoofvlees; daar sliep hij altijd lekker op. Daar had hij nu ook weer zin in. Vijf minuten later parkeerde hij zijn Volvo voor de zaak en stapte de kleine ruimte binnen. Het was wel wat vreemd dat de zaak helemaal leeg was; normaal was het een goed bezochte frietkot. Het stoofvlees kwam ook nog eens van zijn eigen slachterij. Niettemin snoof hij begerig de frituurlucht binnen.
Tot zijn verbazing stond er ook ander personeel. Een blonde vrouw stond met haar rug naar hem toe iets aan de frituurketels te doen en een roodharige deed de bediening. Hm, dat zag er wel leuk uit. Hij deed zijn bestelling en vroeg waar de vaste medewerkers waren.
"Geveld door de Mexicaanse griep," was het antwoord van de roodharige. "Wij zijn vriendinnen en vallen een paar avonden in."
"Zo, ach, dat kan gebeuren. Ik kom hier bijna elke avond dus jullie zullen me wel vaker zien."
Hij keek niet om en zag dus niet dat de roodharige het hangbordje op de voordeur verdraaide van 'open' naar 'gesloten.'
"Hoe heten jullie eigenlijk?" vroeg hij. Zijn sombere bui begon al een beetje te wijken. Een goede frietkot en leuke dames deden soms wonderen.
"Mayo en naise," zei de blonde die nog steeds met haar rug naar hem toestond.
Die stem, die had hij vaker gehoord, maar waar ook alweer? Hij kon er niet opkomen. Wat maakte het uit…ze had humor en als het eten maar goed was.
Even later bracht de roodharige zijn geliefde gerecht. Uitstekend geurdend stoofvlees en mooi goudbruine frieten. De eerste twee happen waren heerlijk maar bij de derde kreeg hij een raar gevoel in zijn keel. Het leek wel of zijn strot dichtschroeide. Hij zweet droop opeens van zijn voorhoofd en hij kreeg krampachtige braaknijgingen. Toen kwam de pijn. Eerst dieper in zijn keel, later verder in zijn slokdarm. Het was een helse pijn. Wanhopig probeerde hij op te staan maar hij kwam niet eens halverwege. De vernietigende pijn had inmiddels ook zijn maag bereikt. Hij probeerde zijn maag en longen uit te kotsen, begon halfstaande te schokken en viel kermend terug in zijn stoel. Maar al zijn spieren waren inmiddels volkomen verlamd en als een zak aardappels viel hij van zijn stoel op de grond. Er volgden nog een paar schokken en met schuimend braaksel op zijn lippen stierf Sjefke een wrede dood.
"Je hebt gelijk", zij Carmen tegen Antoinette. "Strychine werkt veel leuker dan pentobarbital. Dat hadden we bij die Grafkerk ook moeten gebruken."
"Het is inderdaad een straf goedje. Maar we moeten maken dat we wegkomen. Er staat een vliegtuig op ons te wachten."

De dames werden niet gevonden. De politie van Belgixc3xab kwam er wel achter dat ze een vlucht naar Shanghai hadden genomen maar China heeft geen uitleveringsverdrag met Belgixc3xab en Nederland. Tegen de verder zwijgende traiteur en de schaakkampioen werden geen belastende bewijzen gevonden zodat die naar een paar dagen op vrije voeten werden gesteld.
Nog geen week later sloot Leo van Spoelhout zijn traiteurszaak en emigreerde naar China. Het bleek dat schaakgrootmeester tijdens dat schaaktoernooi aldaar al twee apartementen en een restaurant in die uitdijende metropool had gekocht.
Shangai is een booming city; groter en veel dynamischer dan Peking; de restaurants vliegen daar de pan uit. En mosselen eten ze overal.

 

Fedor de Verschrikkelijke. Een burenruzie.

Posted by: 4 August 2011

239_1 
Het is me wat met die sierkippen in Den Helder. Ik weet al jaren van een burenruzie vanwege Fedor, een haan, want bij kippen hoort een haan. En die hanen kunnen verdomd hard kraaien, in elk geval meer dan 50 decibels. Nu ken ik de ruzixc3xabnde buren apart van elkaar. De xc3xa9xc3xa9n, de sierkippenhouder, is familie van een schoonzuster van mij dus die zie en spreek ik af en toe. Hij woont al 30 jaar in hetzelfde huis en heeft al 25 jaar sierkippen. De buren wonen er bijna net zolang en hebben nooit geklaagd; tot een jaar of 6 geleden; toen begon die haan hun de strot uit te komen. Ze hebben een paar keer de politie erbij gehaald en toen dat allemaal niet hielp zijn ze vanwege de haan, door hun Fedor de Verschrikkelijke genoemd, naar de rechter gestapt.
Nu ken ik die mensen weer van mijn volkstuincomplex; daar hebben ze ook een tuin. En mijn overbuurman op het complex doet daar ook aan sierduiven. Zowel de sierkippenhouder als de sierduivenkweker zijn lid van de plaatselijke kleindieren fokvereniging waar het overigens ook niet helemaal pluis was want een deel van de sierkippensectie had zich al afgescheiden vanwege een financixc3xabel conflict inzake bingogeld. (stond ook in de lokale krant.)
De ruzixc3xabnde buren kwamen er maar niet uit en de rechters ook niet. Fedor kreeg de status van een gedooghaan. Fedor moest steeds vaker in het nachthok maar ja, zonsopgang blijft zonsopgang en Fedor liet zich niet van de wijs brengen. Die kraaide gewoon op zijn vaste uren door. Bemiddelingspogingen van de sierduivenhouder hielpen ook al niet. Al een paar jaar werd ik via de krant en op het tuincomplex op de hoogte gehouden van deze slepende ruzie wat steeds een beetje op mijn lachspieren deed werken. Ik vind het eigenlijk een geweldige soap.
Ondertussen kwamen er steeds meer klachten bij het Gemeentebestuur over meerdere sierkippenkwekers met hun hanen waardoor de Burgemeester tot een politieverordening kwam. Het woongenot gaat voor de haan. Hanen worden alleen nog maar gedoogd als ze minder dan 50 decibels produceren maar een haan kraait nu eenmaal harder.
Het bericht haalde vorige week, tot mijn grote verbazing, zelfs het 8 uur journaal. Hoezo komkommertijd?
Maar de prangende vraag is; hoe moet het nu verder met Fedor de Verschrikkelijke?

De smeerlap.

Posted by: 2 August 2011

268_bah 
Onlangs werd hij hier nog de hemel in geprezen; vandaag is het weer eens de grootste vetnek van de buurt. Eerst dook hij de prutsloot naast het liniepad in, daarna rolde hij zich eens lekker in de stront en dat op zodanige afstand dat hij rustig zijn gang kon gaan. Je bent een boerenfox of je bent het niet.