Een dode kok.
Het politiebureau van Nieuwediep kreeg de melding om 11.22 maar toen hoofdinspecteur Gerard Dalstra samen met zijn assistent inspecteur Pieter Weenink op de plaats van het misdrijf arriveerde was het al vergeven van mensen van een onderzoeksteam waarvan hij niemand kende. Dalstra zag het al aan de de 5 zwarte gepanserde Mercedesbusjes die net buiten het gebouw slordig stonden geparkeerd. Het was ook niet zomaar een gebouw; het was het monumentale pand van de Koninklijke Instituut voor de Marine, het KIM, in de volksmond het 'Het Paleis' genoemd.
Zeker, het gebouw had enige allure. Hier werden toekomstige officieren voor de marine opgeleid en daar zaten vaak niet de minste namen onder. Jaren geleden was de kroonprins Alex xc3xa9xc3xa9n van de leerlingen, een roem waar men nog steeds op teert.
De leerlingen worden adelborsten genoemd, wat nog stamt uit een vervlogen tijd dat alleen maar jongens uit adelijke familie werden toegelaten. Maar er zijn meerdere benamingen voor deze leerlingen in omloop. Bij alle onderdelen van de marine worden ze haantjes genoemd en de plaatselijke bevolking heeft het over 'snerthollen.'
Bij het hoofgebouw moest Dalstra niet zijn, daar huisde de staf van het KIM. en waren de zalen voor ontvangsten en recepties, hij moest in het pand ernaast zijn, de ambswoning van de Schout bij nacht van de marine. Ze kwamen het terrein niet eens op, ze werden bij het gesloten hek tegengehouden door een duo van de Militaire Politie dat normaal wagenwijd openstond. Zijn legitimatiebewijs hielp in eerste instantie niet waarop de eerste rimpel op zijn voorhoofd verscheen. Weenink wist dat je dan moest oppassen.
"Als je nu niet als de sodemieter je chef erbij haalt gebeuren er rare dingen," zei hij Gerard met een strenge, hooghartige toon. Hij wist hoe je die lui moest aanpakken. Militairen luisteren altijd naar hun meerderen en als je het op die manier brengt wil het vaak lukken. Ook nu. De twee werden opeens wat onzeker waarop een van de twee zijn mobilifoon pakte. Even later kwam iemand met veel strepen op de mouw naar het hek.
Hij bekeek ook Dalstra's legitimatiebewijs en gaf bevel het hek te openen.
"Tweede deur rechts," bromde hij.
Dat was de ambswoning van de Schout bij Nacht Bruintjes, wist Gerard. Hij was er al eens eerder geweest voor een dinerparty die de vrouw van de vorige bevelhebber gaf. Het eten was wel goed maar de sfeer slecht. Gerard hield niet zo van dat militaire etiquettegedoe.
Er was nog een parkeerplaatsje vlakbij het groene houten hokje wat tot voordeur leidde. Toen Dalstra en Weenink waren uitgestapt keken ze goed om zich heen. Nerveuse mannen in burger met pistolen onder hun oksels en nog meer MP'rs met geladen geweer.
"Het zal toch geen aanslag zijn," mompelde Weenink.
"Wie weet," antwoorde zijn chef en toonde weer zijn papieren om de deur in te mogen.
Ze werden in de ontvangsthal ontvangen door Henry Vokkink, commandant van de Marechaussee in de havenstad en commandant Graanveld, de baas van het KIM. Dalstra en Vokkink kenden elkaar, er was vaak overleg als in het uitgaanscentrum van Nieuwediep dingen wat uit de hand liepen als er militairen bij waren betrokken. Het was een rustige man en generatiegenoot van Gerard. Ze mochten elkaar wel. Ze hadden elkaar soms nodig en hadden een goed contact.
Vokkink schikte wat aan zijn uniformbroek wat een beetje slordig zat. Het viel Dalstra op dat hij geen zwarte uniformschoenen aanhad.
"Is het zo erg?" vroeg Gerard. "Het wemelt van de staatspolitie en marechaussee. Was Bruintjes het doelwit?"
"Nee, het is niet de Schout bij Nacht, het is de kok. En die lui zijn van de MIVD"
Natuurlijk, dacht Dalstra, de Militaire inlichtingen en veiligheidsdienst.
"Ik ben veel te laat ingelicht," zei hij. "Die lui komen uit Den Haag dus ze wisten het minimaal anderhalf uur eerder dan ik. Is er al iemand opgepakt?"
"Nee, volgens mij niet. Maar het is meteen in de soep gelopen. Ze vonden de kok met een mes in zijn rug en de dienstdoende adjudant dacht meteen dat het om staatsveiligheid ging en belde de MIVD. Dat was al voor negen uur."
"Wist de Schout bij Nacht dan niet beter?"
"Waarschijnlijk wel maar die is er niet, die zit een dagje op zee."
"Op zo'n schip hebben ze toch ook communicatie met de vaste wal?"
Vokkink haalde zijn schouders op, hij wist het ook niet.
Het zat Dalstra toch niet lekker dat hij niet eerder was gebeld en besloot het later aan te kaarten met Greet Kapoen, zijn nieuwe chef.
"Hoelaat was jij hier?" vroeg hij verder.
"Rond half elf. Ik moest de bewaking van het hele marinecomplex regelen. En mijn mond houden tegenover jullie."
"Ik wil nu wel het plaats van delict zien."
"Als we erin komen," antwoordde Vokking. "Die lui denken dat ze alles in de hand willen houden."
Hij ging de nu wat grimmig kijkende Dalstra voor. De gang naar de keuken was breed en hoog. Aan de wanden geschilderde portretten van admiraals uit de oudheid. Trotse mannen met krulsnorren, fraaie uniformen, kilo's medailles, gouden sabels en kleurige linten.
Bij de ingang van de keuken stond weer een bewapende burger. Vokkink nam het voortouw en wenste de hoogste in rang te spreken. Die kwam meteen uit de keuken en stelde zich voor als Van Daalen. Een veertiger in een grijs kostuum, van normale lengte maar erg dik, pafferig dik. Zijn opgezet gezicht had rode wangen en Dalstra dacht onmiddelijk met een hoge bloeddrukpatient te maken te hebben. Zijn al wat kalend hoofd had nog wat dunne rood/grijze sliertjes; een klein rond brilletje moest af en toe worden rechtgezet want hij transpireerde behoorlijk.
"Ah, de plaatselijke politie. Komt U binnen, het is tenslotte Uw rechtsgebied."
Dalstra bekeek hem nauwelijks en met Weenink en Vokkink in zijn kielzog passeerde hij de man. Toch kon hij het niet laten er wat van de zeggen.
"Ik ben te laat gebeld," herhaalde hij.
"Als het om staatsveiligheid gaat bepaal ik wie en wanneer er wordt gebeld," was het afgemeten antwoord.
"En wat bent U dan wel?"
"Verbindingsofficier bij de MIVD," klonk het redelijk arrogant.
Dalstra haalde zijn schouders op en bekeek het lijk. Dat lag in kokskledij met zijn buik op de grond. Hij schatte hem rond de vijftigenvijftig. De dode had een flinke kale plek op zijn kruin. De dunne dolk stak zeker een centimeter of tien tussen zijn schouderbladen. Er was weinig bloed te zien. Dalstra kende het type dolk en elke marineman kende het type ook. Het was een ponjaard, behorend bij het uitgaanstenu van de adelborsten.
Vokkink vroeg of hij nog verder nodig was, hij moest de bewaking verder regelen. Dalstra schudde het hoofd en de marechausseecommandant beende de keuken uit.
"Hebben ze hem zo gevonden? en wie heeft hem gevonden?" vroeg Dalstra aan de MIVD'r.
"Een bediende, korporaal Brouwer, heeft hem gevonden, half tegen het fornuis aan."
"Wie heeft hem dan….." Voordat Dalstra de vraag af kon maken had Van Daalen hem al antwoord.
"Wij zijn al met het onderzoek begonnen. We hebben foto's etc. gemaakt. Ik verzeker U dat alles volgens de gebruikelijke procedure is verlopen."
"Mooi zo," gromde Dalstra sarcastisch. "Dan wens ik je veel plezier met het verdere onderzoek. Weet je al hoeveel ponjaarden er bij die adelborsten rondslingeren?"
Van Daalen gaf daar geen antwoord op.
Dalstra schudde misprijzend zijn hoofd en draaide zich om.
"Op welk tijdstip kreeg U de melding?"
"08.55 om precies te zijn."
Bijna vier uur eerder dan dat hij het te horen kreeg, dacht Dalstra woedend.
"Alles is meteen afgegrendeld door de Marechaussee, die waren er binnen tien minuten. wij waren er binnen een uur met de heli."
"En vriendelijk ontvangen door de heer Vokkink?"
"Kom nou, hoofdinspecteur, U kunt Uw sarcasme laten varen. Vokkink kwam trouwens later, een uur of elf, die zat eerst op zijn commandopost alles te regelen. Er is een blauwdruk in dit soort gevallen."
"U weet blijkbaar niet veel van moordonderzoek, de eerste uren zijn het belangrijkst," beet Dalstra hem toe.
"Kom, we gaan," zei hij tegen Weenink.
Nu was Van Daalen opeens wel spraakzaam.
"Maar U moet het onderzoek leiden, U moet de dader vinden. Wij zijn van de staatsveiligheid en dat is niet zeer waarschijnlijk niet in het geding. Het is nu een normale moord."
"Je bekijkt het maar. Kom Pieter, we gaan." zei Dalstra afgemeten en verliet de keuken.
"Ik heb de sleutels van zijn huis," riep de dikke zwetende man maar Dalstra liep door.
"Die hebben jullie vast al zelf doorzocht," zei hij zonder om te kijken.
Het was Pieter Weenink die zich omdraaide en de sleutelbos overnam. Daarna haastte hij zich achter zijn baas aan.
2.
"Kom op, Dalstra," zei Greet Kapoen, de nieuwe regiomanager. "Ik heb er al achteraan gebeld."
De oude commissaris Goudwater was nog maar nauwelijks vertrokken of Nieuwediep werd met Texel samengetrokken tot regio Noord Noord West waarvan Kapoen de nieuwe districtmanager werd. Haar benoeming was een fluitje van een cent. De minister van Binnelandse zaken wilde persxc3xa9 een vrouw in die functie en zij was de enigste kandidaat. Ze kwam van oorsprong uit het bedrijfsleven, ze was manager bij een levensmiddelenconcern. Daarna liep ze vier jaar stage bij district Amstelland om nu op de klimmen tot deze functie als regiomanager.
Toen ze werd ingelicht over de gebeurtenissen in het KIM was ze onmiddelijk in aktie gekomen.
"Het is eerst een misverstand. Die adjudant wist niet beter en die lui van de MIVD denken dat ze de Here in eigen persoon zijn. Ze hebben inmiddels de status van staatsveilig al opgeheven. Jij moet het nu doen."
"Ik peins er niet over. Ze hebben alles al verprutst. De plaats van delict is veranderd in een puinhoop van jewelste. Ik zal dan eerst twee dagen puin moeten gaan ruimen en U weet dat de eerste 24 uur ontzettend belangrijk zijn."
De manager wist even niet wat ze er mee aan moest. Toen ze pas was aangetreden was ze onder de indruk van de recherchechef. De cijfers toonden ondubbelzinnig aan dat hij de misdaad in Nieuwediep behoorlijk onder controle had, maar de eigenwijsheid van Dalstra stoorde haar; hoewel hij in dit geval een poot had om op te staan. Ook Kapoen had boos, maar niet te boos, gebeld naar het ministerie van Binnenlandse zaken om opheldering te vragen maar ze werd doorgewezen naar het ministerie van defensie en die begon over zwijgplicht inzake de MIVD. Maar ze had haar boosheid weten in te houden in het besef dat de regio waar ze nu de baas van was niet de grootste in het land was. Haar ambities lagen hoger en er waren weinig goede vrouwen voor dit soort functies.
"Laat ik er dan maar een dienstbevel van maken."
Dalstra zat nu even klem want werkweigeren mag niet.
"Dan zal ik toch de rapportage vanaf het begin moeten hebben en ik moet absoluut zeker weten dat ik mijn gang kan gaan. Die meneer Van Daalen zal mij moeten briefen."
"Die is alweer onderweg naar Den Haag heb ik begrepen. Zijn halve team is opeens vertrokken, behalve wat mensen op strategische punten. Ze dachten blijkbaar echt dat het om een poging tot moord op de Schout bij Nacht was."
"Een Schout bij Nacht in kokskleding? Hij was er niet eens."
"Ga er nou maar weer naar toe, Gerard. Jij hebt de leiding van het onderzoek."
Dalstra keek wat verbaasd op. Dit was misschien hun vierde gesprek geweest en altijd was het erg vormelijk. Hij vond haar een typische carrixc3xabrehopper. Ze was rond de veertig maar hij vond er weinig appetijtelijks aan. Ze was erg dik, vadsig dik zelfs, en van haar capaciteiten was hij tot dan toe ook niet erg onder de indruk. De manier waarop het district op de schop ging marcheerde totaal niet. In het laatste gesprek had hij dat niet onder stoelen of banken gestoken. Toch sprak ze hem nu aan bij zijn voornaam, wat hij zeer verdacht vond. Hier stak iets achter.
"Die Van Daalen zei dat hij foto's had genomen van de hele keuken, ik wil die zo snel mogelijk hebben."
"Komt voor elkaar."
——————————
Dalstra riep eerst zijn team bij elkaar en keerde met drie politiewagens en Weenink terug op het KIM. Die trok met een aantal rechercheurs naar de opleidingsschool om eventuele getuigen of sporen te vinden. Dalstra zelf koos rechercheur Martje Delijer uit als zijn naaste hulp. Die ontwikkelde zich steeds meer als een talentvolle speurder. Daarbij was ze leuk, blond en ze had iets ontwapenends over zich. Bovendien was ze zeer nieuwsgierig en vasthoudend. Een tweede team moest de wapenkamer, de plaats waar de ponjaardenverzameling zich zou bevinden. Een derde team onderzocht de gehele ambswoning van de vlootcommandant op sporen en vingerafdrukken.
"Dan wordt de privacy van de familie wel erg geschonden," sputterde de nog steeds aanwezige commandant Graanveld tegen. "Heeft de MIVD dat dan ook al niet gedaan?"
"Ja, maar ze waren binnnen een halfuurtje klaar en lieten alles netjes achter."
"Wij werken ook netjes," grijnsde Dalstra, "alleen zal het misschien wat grondiger gebeuren."
Ook liep hij Vokkink weer tegen het lijf.
"Gerard, gelukkig dat je er weer bent. Die spionnenbrigade is deels weg. Ik zal je zo goed als ik kan bijstaan."
"Ligt het lijk er nog?"
Vokkink knikte.
"Ik wil die korporaal spreken en de adjudant. Wat is de naam van de dode?"
"Van Stelhoven. Maar het is een burger, een burger bij de marine."
Dalstra knikte. Er waren veel burgers bij de marine in dienst, meestal in technische beroepen.
"Ik haal adjudant Nijenkerk er bij, hij beheert alles hier zo'n beetje," vervolgde Vokkink.
Dalstra liep de keuken binnen en zag het lijk in dezelfde houding liggen als een uurtje eerder. Hij kon het nu beter bekijken. Het leek een vijftiger met een typische koksbuik. Een lichtgrijze broek en daarboven het wit koksjasje waar de ponjaard voor zeker de helft in was gestoken. Dalstra zag geen bijzonderheden; de man was doodgestoken, meer niet.
Daarna keek hij naar het grote zes-pits gasstel waar twee pannen, een gewone pan en een grillpan, op stonden. Aan het keukengereedschap kon hij zien dat de kok met naar alle waarschijnlijkheid met koken bezig was toen iemand de dolk in zijn rug plantte. In de grillpan lagen twee langoustines, in de ander iets van paddenstoelen. Naast het fornuis stond een klein steelpannetje met iets wat op mayonaise leek. Dalstra rook eraan en ontdekte de geur van bloemetjes. Wat voor bloemen kon hij niet duiden. Intussen ploegde Martje Delijer de keukenkasten en laden door.
Korporaal Brouwer bleek al, tot Dalstra's verbazing, naar huis te zijn gestuurd maar adjudant Nijenkerk was wel nog aanwezig.
Op het eerste oog leek het een normale man, met een normaal postuur, maar aan de manier waarop hij zich bewoog zag Dalstra dat het een lenige, gespierde man was. Maar ook koel en afstandelijk met een dun donker kinbaardje. Hij leek niet ouder dan dertig.
"Op welk tijdstip vond U hem?"
"08.50."
"Heeft U bij benadering enig idee hoelang hij toen al dood was."
"Niet lang, hij kwam 08.15 levend binnen."
"Zijn er meer getuigen?"
"Nee, ik denk het niet. Hij kwam aan de achterkant binnen doormiddel van een cijferslot, Korporaal Brouwer, de bediende bracht hem koffie, zoals elke ochtend gebeurd, hij vond Van Stelhoven en waarschuwde mij. Ik ging ook alleen kijken, de korporaal ging niet mee. Daar heeft U misschien al twee hoofdverdachten."
Dalstra probeerde een geruststellende glimlach te produceren maar het lukte niet echt.
"Wie heeft korporaal Brouwer naar huis gestuurd?"
"Ik, nadat hij is ondervraagd door die meneer Van Daalen. Die zag geen aanleiding hem hier te houden, Brouwer was erg overstuur."
"Wanneer vond Brouwer hem?"
"08.50. Hij was vanaf 08.30 bij mij, hij maakte de koffie, vond de kok en nog geen minuutje later stond hij bij mijn bureau te beven als een rietje."
"Hoe laat was U hier?"
"Net als de korporaal moest ik 08.30 beginnen. Ik ben altijd wat eerder."
"Is de familie van Van Stelhoven al op de hoogte gebracht?"
"Dat weet ik niet, de MIVD zou alles regelen."
"Was hij getrouwd?"
"Volgens mij niet. Hij had het nooit over een vrouw of kinderen in zijn leven"
"Waar was U ten tijden van de moord?"
"In mijn kantoor, hier naast de keuken."
"Hoelang kookt hij hier al?"
"Nog geen jaar."
"Neemt de marine nog mensen van deze leeftijd aan?"
"Van Stelhoven was geen militair, hij werkte als burger."
"De marine heeft zelf toch koks?"
Hij moest denken aan die ene keer dat hij op de officierenclub dineerde in het kader van de samenwerking tussen defensie en de burgerij. Dat was niet verkeerd, hij had nog nooit zo lekker in Nieuwediep gegeten.
"Van Stelhoven was een bijzondere goede kok. U begrijpt dat er vaak vergaderingen en bijeenkomsten zijn van de defensietop. Maar ook de NAVO komt af en toe. Vandaag zit de Schout bij Nacht op een nog in gebruik te nemen nieuw fregat, de volgende week komt de NAVO top kijken. Ook de keuken moet top zijn. Van Stelhoven was voorheen chefkok op VIP-dek van de Noordam, het grootste schip van de Holland Amerika Lijn."
"Maar hij kookt hier toch niet elke dag? De Schout bij Nacht zit volgens mij meestal in Den Haag."
"Van Stelhoven is ook chefkok van de officierenclub maar als er iets bijzonders is, zoals volgende week, bepaald en kookt hij de menu's, met een staf uiteraard."
"Maar wat deed hij vandaag hier dan?"
"Koken. Hij beschouwde dit als zijn privxc3xa9keuken. Hij probeerde dingen uit voor Commandant Bruintjes en zijn vrouw."
"Handig zo'n privxc3xa9kok."
————————-
Dalstra overdacht even de situatie. Hij had inderdaad twee verdachten maar dat leek te logisch. Een terroristische daad leek uitgesloten, dat was hij met de MIVD eens.
"Ik wil wel meteen het adres en telefoonnummer van korporaal Brouwer, ik snap eigenlijk niet waarom U hem naar huis hebben laten gaan."
"De MIVD-chef vond geen….."
"Ja, ja, geen bezwaar," vulde Dalstra ongeduldig aan en kreeg het nummer en adres van Brouwer. Hij liet de pieptoon vijf keer overgaan, de man nam blijkbaar niet op, maar hij kreeg een ingeving en deed alsof hij de korporaal wel aan de lijn had. Het kon nooit geen kwaad die twee verdachten nu al tegenover elkaar uit te spelen.
"Korporaal Brouwer? Ja, hallo, met hoofdinspecteur Dalstra. Ik zou graag willen dat U zich over een halfuurtje op het politiebureau meldt. Ja, ik weet dat U toestemming had naar huis te gaan maar in kader van het onderzoek moeten wij U verhoren."
Dalstra stopte zijn mobiel weer in zijn jaszak en lette goed op het gezicht van de adjudant. Dat stond onbewogen, alsof het hem logisch leek dat Brouwer gewoon thuis was. Maar Dalstra wist nu dat Brouwer waarschijnlijk spoorloos was en zijn telefoon niet opnam.
————————–
De adjudant keek ondertussen nog eens naar het dode lichaam.
"Kan het lijk weg? Het begint me nu wat tegen te steken."
Jansen, de fotograaf, die zijn eigen foto's nam knikte van ja, hij had zijn werk gedaan. Dalstra wilde bellen voor een lijkwagen maar de adjudant was hem voor.
"Er staat al een lijkwagen aan de achterzijde klaar. Ik regel het meteen."
"Nog xc3xa9xc3xa9n dingetje, heeft U meteen de MIVD gebeld?"
"Ja, dat is standaardprocedure bij een eventuele aanslag of terroristische aktiviteiten. Dat is sinds 9/11, de Twin Towers."
"Had de kok een mobieltje?"
"Weet ik niet, ik zag hem er nooit mee."
Op dat moment kwan Martje Delijer met een groot ruitjesschrift aanzetten die ze in een keukenla had gevonden.
"Kijk chef, allemaal recepten met garnalen en mayonaise. Het lijkt wel of het om xc3xa9xc3xa9n recept gaat. Allemaal grammen erbij. Dalstra bekeek de eerste pagina van het schrift. Daar stond in grote letters het recept.
'Langoustine, friszuur, op muskaatpompoen, citrusafrikaantjes, lavendelmayonaise.'
Volgens verdere aantekeningen in het schrift was de kok al langer bezig dit recept te perfectioneren. Dalstra rook nog even aan de mayonaise op het gasstel. Juist, lavendel. Misschien een kookwedstrijd? Het werd tijd om de Schout bij Nacht zelf te spreken te krijgen.
De brancard kwam binnenrijden. Dalstra trok zijn plastic handschoenen aan en trok voorzichtig de ponjaard uit het lichaam. Hij kon dat tamelijk emotieloos doen; zijn collega's huiverden wel eens om zijn koele manier van denken en handelen.
Er kwam vrijwel geen bloed mee. Hij bekeek de lichtelijk besmeurde ponjaard nog eens goed. Op het handvat was een piepklein blauw edelsteentje ingelegd. Hadden alle ponjaarden dat? Hij pakte zijn eigen digitale cameraatje, die hij meestal wel bij zich had, en maakte er een foto van. Daarna stuurde hij zowel het lijk als de dolk naar het forensisch instituut van de politie in Alkmaar. Die moesten het maar verder onderzoeken. Daarna stapte hij even naar buiten om een sigaretje te roken en belde meteen naar het bureau om twee mensen te sturen naar het huisadres van korporaal Brouwer.
3
Niet veel later stapte Schout bij Nacht Bruintjes de keuken binnen. Hij leek geschokt door de dood van zijn chefkok.
"Ik ben zo vlug mogelijk met de helicopter van boord gekomen. Vreselijk."
"Was U meteen op de hoogte?"
"Ja, de minister belde zelf."
"Standaardprocedure?"
"Ja, eerst de MIVD, die informeert het ministerie van defensie en die bellen dan weer verder, zo gaat dat. Ik weet inmiddels ook dat U nu het onderzoek leidt."
Dalstra bekeek de Schout bij Nacht eens goed. Een lange slanke man met de nodige strepen op zijn smetteloze donkerblauw uniform. Hij had zijn pet afgezet. Er liep een kaarsrechte scheiding door zijn kort peper en zoutkleurig haar. Hij leek tegen de zestig jaar. Zijn ogen stonden verdrietig en bezorgd, maar niet bang. De inspecteur begon er maar niet over dat hij vond dat hij te laat was ingelicht. Standaard!
"De kok is net afgevoerd. Waarom denkt de MIVD en U dat er geen terroristen in het spel zijn?"
"Alles staat dan meteen onder de hoogste beveiliging. Er zijn gewoon geen aanwijzingen voor een aanslag of wat dan ook. De beveiliging is deels al weer opgeheven, heb ik begrepen."
Dalstra dacht het er zijne van. De wegen van veiligheidsdiensten zijn ondoorgrondelijk.
"Van Stelhoven is vermoord met een ponjaard, dat zou in principe van xc3xa9xc3xa9n van de studenten kunnen zijn geweest."
"Het zou kunnen maar de ponjaard behoort tot het uitgaanstenue. Ze zijn opgeslagen in een afgesloten magazijn en worden alleen bij officixc3xable gelegenheden uitgereikt om te dragen; net als de sabels."
"We hebben een rechercheteam op het KIM gezet, in de hoop iets te vinden. Helaas was de MIVD ons voor, nu krijg je twee onderzoeken door elkaar heen, maar zo hoort dat blijkbaar. Standaardprocedure."
De Marinechef haalde lichtjes zijn schouder op. Hij kon er ook niets aan doen.
"Vertelt U eens wat meer over Van Stelhoven. Wat was precies zijn functie?"
"Hij stuurde de keuken aan van de officiersclub en deed party's en grote diners, soms ook in Den Haag. Een soort diner-manager. Maar ook een buffettenspecialist. Een fantastische kok."
"En Uw huiskok?"
"Hij was nog ambitieus, dit was zijn proefkeuken. Hij probeerde nog recepten uit en mijn vrouw en ik waren vaak zijn proefers. Mijn vrouw was voorheen culinaire journaliste. Ze vindt hem een van de besten van Nederland."
"Maar onbekend bij het grote publiek."
"Ja, dergelijke koks zijn vrij onbekend. Lucien, dat is, eh, was, zijn voornaam, wilde graag aan wal en tot zijn pensioen een vaste baan."
"Kan het zijn dat hij met een kookwedstrijd bezig was? We vonden net een schrift met aantekeningen over xc3xa9xc3xa9n gerecht."
"Dat klopt. De Europese week van de smaak, dat is over drie weken in Brussel. Maar het is een vier gangen menu waar hij mee bezig was. De andere drie gangen waren al klaar."
"Heeft U zijn adres? We zullen ook daar moeten kijken. Als het geen terroristische aanslag is zitten we toch met een vermoorde kok."
"Natuurlijk." Bruintjes kreeg steeds meer tranen in zijn ogen, de Schout bij Nacht was een fijnproever. Het idee dat de exclusieve maaltijden voorbij waren zou wel meespreken. Hij en zijn vrouw moesten op zoek naar een andere kok.
"Wat was het voor een persoon?"
"Aardig, vriendelijk maar wel bazig. Je kon merken dat hij grote keukens heeft aangestuurd. En overtuigd van zijn eigen kookkunsten; volgens mijn vrouw volkomen terecht."
"Uw vrouw en Van Stelhoven zullen misschien hebben samengewerkt. Kan ik haar ook spreken? Misschien weet zij meer dan U. Ik wil meer weten over die kookwedstrijd."
"Ze is in Den Haag gebleven, daar wonen we. Als we hier zijn is het meestal voor een paar dagen; dit is echt een ambswoning. Maar ik zal haar straks bellen. Is morgenochtend goed?"
Dalstra knikte, hij wilde toch eerst naar het huis van Van Stelhoven om het daar goed door te spitten, hoewel de MIVD hem natuurlijk voor was geweest.
"In welk blad schreef Uw vrouw en onder welke naam?"
'Ze gebruikte haar meisjesnaam. Jantine De Kok. en ze schreef vooral voor 'de Vrije Post', een opinieweekblad."
Dalstra kende het, een wat links blad dat in iedere kiosk te koop lag. Hij las het zelf regelmatig vanwege de onderzoeksjournalistiek. De culinaire pagina kon hij zich niet zo voor de geest halen. Wel de schaakcolumn, maar dat kwam omdat het zijn hobby was.
"Hoelang doet ze dat al niet meer?"
"Sinds ruim twee jaar, toen ik voor deze functie werd gevraagd. Toen zijn we ook getrouwd."
"Dit is Uw tweede huwelijk?"
"Ja, maar dat beschouw ik toch echt als privxc3xa9."
Dalstra ging er niet verder over door. Misschien iets voor later als er verder moest worden gerechercheerd.
Hij kreeg het adres van Van Stelhoven en nam afscheid.
——————–
Pieter Weenink en zijn team onderzochten dingen die al waren onderzocht. Er was een klein raadseltje. De wapenkamer waar de ponjaarden en sabels waren opgeborgen was geforceert maar niet door de MIVD, zo verzekerde commandant Graanveld.
"Er is een ponjaard weg,' zei het KIM hoofd met een bedrukt gezicht.
"Wanneer is de inbraak ontdekt?"
"Vanochtend, maar er is wel controle op. Dat is 's ochtends rond tien uur met de schoonmaakploeg."
"Dus dat kan ook gisteren zijn gebeurd? gisteravond? vannacht?"
Graanveld haalde zijn schouders op.
"En waar waren de studenten?"
"Op verschillende locaties. De officierenstudies hebben verschillende richtingen. Een aantal is momenteel varende, anderen hadden een sportuur en er waren twee klassen bezig. Er zijn er ook nog op oefening in Noorwegen. Er zijn geen zieken die op hun kamer zijn gebleven. De slaapvertrekken waren leeg. Er was alleen schoonmaakpersoneel, en de keukenbrigade om de lunch voor te bereiden maar de keuken zit aan de achterkant. Die deur daar heeft een cijfercode."
"Verder niemand in het gebouw? Leraren?"
"Die hebben hun werkkamers bij de volgende ingang. Dat is volkomen afgescheiden."
"Dus een vrijwel leeg gebouw."
"Ja, dat is vrijwel zeker. De portier heeft niemand binnen gelaten."
"Ook geen schilders, of loodgieters, computerprogrammeurs, e.d.?"
"Het gebouw is vorig jaar behoorlijk opgeknapt."
"Toch kun je vrijelijk op het terrein komen."
"Zeker, maar niet in de gebouwen zelf."
—————–
Richard Ballengooyer, teamleider van de technische recherche had ook al weinig nieuws. Ja, honderden vingerafdrukken in en op de deur van de wapenkamer. Verder geen spoor te bekennen.
Pieter Weenink wilde naar de keuken en Graanveld ging hem voor. Er werkten zes jonge mensen onder leiding van een chefkok. Ze hadden het druk, de voorbereiding voor het avondeten van de studenten begon in volle gang te komen.
"Heel gewoon hoor," zei de chef die niet al teveel tijd had. "Ze kunnen kiezen uit twee groentes en twee vleesgerechten. Plus gekookte aardappelen."
"U heeft natuurlijk gehoord van de moord."
"Ja, moge hij ruste in vrede. Zelfs als hij wordt vermoord zorgt hij nog voor onrust. De hele dag vreemd volk over de vloer, we kregen nauwelijks de lunch op tafel voor de jongens."
"Had Van Stelhoven hier ook wat in de melk te brokkelen?"
"Nee, zo'n keuken als dit noemde hij een vreetschuur. Meneer was beter gewend, hij deed zeer minachtend over het normale koksleven."
"Vanwaar dan de onrust?"
"Hij wilde zich er wel mee bemoeien, hij probeerde me de stoelpoten door te zagen. Altijd gezeur dat we de verkeerde leveranciers hebben, hij wist betere, ik leidde de keuken niet goed, hij wist betere koks, en als hij tijdelijk een brigade nodig had pikte hij zo een paar jongens hier vandaan, zonder overleg. Van die dingen."
"Geen vriendje dus."
"Nee, het was een arrogante klootzak. Schrijf mij maar bij de lijst van verdachten, alleen zou ik het met een vleesvork hebben gedaan."
"Dus U weet van de ponjaard?"
"Dat weet intussen de hele marine, die tamtam is dik in orde."
————————
"Niets concreets dus," stelde Gerard Dalstra na het verslag van Weenink. Dalstra en Deleijer hadden inmiddels het complete viergangenmenu weten te vinden waar Van Stelwagen mee wilde winnen. Het water liep hem uit de mond.
Voor:Lauwe rivierkreeftenbouillon met in anijs gerookte stukjes paling,
Tussen: gegrilde langoustines met een fris tomatenzuurtje, muskaatpompoem, citrusafrikaantjes en de lavendelmayonaise,
Hoofd:Polderhaas met kervelwortelzalf, jonge zoet/zure bietjes met een saus op basis van geperste rodebiet, jonge worteltjes en melde.
Dessert:Soufflxc3xa9 van kwark, citroen en vanille met een kersensorbet.
———————–
"Ik zou graag in die jury willen zitten," zei Dalstra wat dromerig maar Weenink keek er misprijzend na.
"Geef mij maar de Hollandse pot," bromde hij. "Citrusafrikaantjes, hoe verzinnen ze het."
"Maar goed, hier schieten we verder niet zo op," zei Dalstra. "Ik laat Ballengooyer met een paar man hier om de ambswoning verder door te zoeken. Martje, jij blijft hier in de keuken verder door te spitten. Pieter, wij gaan naar de woning van Van Stelwagen."
Hij nam afscheid van de nog steeds aanwezige Vokkink en stapte met Weenink in de dienstgolf.
Onderweg belde zijn baas, Greet Karpoen, dat de foto's van de AIVD al op het bureau waren en dat een voorlopig verslag van Van Daalen in de maak was.
"Weet je verder al wat?" vroeg ze aan Dalstra.
"Voorlopig niets, misschien is het in de relationele sfeer. Ik heb inmiddels begrepen dat Van Stelhoven niet al te populair was. Ik wil meer informatie over hem, hij was voorheen chefkok op een cruiseschip van de HAL, de Noordam. Ik wil mensen spreken die hem kenden. Keukenpersoneel, de dienstdoende kapitein, etc."
"Ik zal er iemand achteraan zetten, je hoort van me."
"Wat anders, ik heb mensen naar het woonadres van korporaal Brouwer gestuurd, is daar nieuws van?"
"Niet dat ik weet maar als er iets is bel ik meteen."
Dalstra knikte goedkeurend. Kapoen was een actievere chef als haar voorganger.
4.
Van Stelhoven woonde in een ruime flat op de zevende etage van een nieuw appartementencomplex waar eens de oude HBS stond en waar Gerard zijn middelbare schooltijd had doorgebracht. Hij reed er regelmatig langs maar moest nog steeds aan het idee wennen. Vroeger heette het gewoon HBS; dit nieuwe gebouw, met negen etages, kreeg de naam 'Het Anker'. Het was mooi gesitueerd; vanaf de vierde woonlaag kon je over de dijk naar de zee kijken. Toen Dalstra en Weenink op de zevende etage uit de lift stapten keken ze bewonderend naar het uitzicht. Driehonderd meter naar het westen lag de robuuste dijk met daar achter het Marsdiep. Het was helder weer zodat de Razende Bol, een zandplaat in het Marsdiep, en Texel goed waren te zien.
Bij het juiste nummer aangekomen stak Weenink de sleutel in het slot en opende de deur. Ze liepen door de niet al te grote hal en betraden de woonkamer. Alles stond op zijn plaats maar de twee politiemannen wisten zeker dat het die ochtend al was onderzocht door de MIVD. Ze hadden het keurig achter gelaten.
Het was een nette kamer, stoelen en tafels stonden keurig op hun plekje. Het was er ook schoon. Geen slordige stapeltjes kranten of tijdschriften, geen rondslingerende boeken, nee, hier leefde een ordentelijke man. Op een boekenplankje slechts een paar kookboeken waaronder twee handboeken van de HALkeuken. De xc3xa9xc3xa9n stond vol met buffettechnieken, de ander met recepten. In dit boek lagen diverse kladblaadjes met handgeschreven aanvullende recepten of verbeteringen. Geen foto's van kinderen of een vrouw, geen familie, geen banden, of het moest een band met de zee zijn. Er hingen wel 4 foto's van grote cruiseschepen waar hij waarschijnlijk op had gevaren. Op het hoekterras stond een zware verrekijker op een statief, met uitzicht op de Razende bol. Je kon er zo de zeehonden tellen.
Er waren twee slaapkamers, een grote en een kleine logeerkamer. Ook hier weer alles netjes. Het bed keurig opgemaakt, de kledingkast was ook netjes. Geen medicijnen in het nachtkastje, alleen keurig opgevouwen ondergoed. Hetzelfde gold voor de badkamer. Zowaar een doosje paracetamol en een pakje condooms maar keurig in een kastje. Hij scheerde zich elektrisch maar in het apparaat was geen haartje te vinden.
De keuken idem dito. Wat Dalstra verbaasde was de eenvoud van de inrichting. Een normale vierpitsfornuis, een oven, een magnetron, een keukenmachine en een staafmixer. De potten en pannen hadden een HAL keurmerk, ongetwijfeld topkwaliteit, dat wel en het messenset was ook dik in orde. Dalstra zocht in laden naar recepten maar vond niets. Hij liep de kamer weer binnen maar stuurde Weenink naar de buren om informatie te krijgen.
Ook hier geen mobiel. Die zal wel in Den Haag zijn, dacht Gerard. Hij liep naar de vaste telefoon en pakte de klapper met telefoonnummers. Er stonden slechts 12 nummers in met alleen initialen er achter. Dalstra vloekte zachtjes; dat betekende extra werk op het bureau. De films bij de DVDrecorder waren voornamelijk bekende films, oude bioscoopkrakers. Ook een stapeltje pornofilms. De chefkok had een voorliefde voor SM maar Dalstra leken ze niet extreem genoeg om daar op voort te borduren.
Als laatste opende hij de laden van het lichteiken dressoir. Ook hier alles netjes. Zijn giro en bankafschriften en verder wat zakelijke dingen. Helemaal achterin de onderste la vond het iets opmerkelijks. Het was een klein, dun fotoalbum met alleen een paar foto's van een cruiseschip met Arabische letters. Zou van Stelhoven ook als kok ergens in Arabixc3xab hebben gevaren? Op een andere foto stond hij met een paar sheiks op de kiek. En waarom zou de MIVD deze foto's hebben laten liggen? Om hem op een dwaalspoor te brengen? Hij stak het album in zijn binnenzak en keek nog even de kamer rond, alleen de foto's van de cruiseschepen gaven het iets persoonlijks. Hij had er verder weinig meer te zoeken. Hij liep het halletje weer door en sloot de buitendeur achter zich en zag dat Pieter Weenink twee deuren verderop stond te praten met een buurvrouw. Op dat moment kwam een oudere man in een booster de lift uit. Hij keek nieuwsgierig naar de politie-inspecteur.
"Wel, wel, vreemde gezichten op de etage."
"Politie, ik wilde U wat vragen. Kent U meneer Van Stelhoven?"
"Politie? waarom? waarvoor?"
"We doen een onderzoekje naar hem, hij is plotseling vertrokken. Woont U ook op deze galerij?"
"Jazeker. Eerlijk gezegd weet ik niet veel van hem. Een zeeman die gestopt is met varen, daar heb je er veel van in de stad. Ik heb zelf op een tanker gevaren, van Schell. 5 maanden weg, drie maanden thuis. Hij werkte op een cruiseschip als kok. Werkt nu als burger bij de marine."
"Woont hij alleen?"
"Ja, je ziet er nooit mensen als hij niet thuis is."
"Nooit bezoek, ook geen dames?"
"Af en toe. Een vrouw, eentje met wat lang donker haar, als die komt is het 's avonds. Nou, dan weet je het wel. Verder weet ik niets van haar. Ze doet altijd wat stiekem. Kijkt veel om zich heen als ze op de galerij is."
"Nog andere bijzonderheden aan haar?"
"Nee, ik heb haar gezicht nooit goed gezien. Het lijkt me wel een dametje; hoge hakken, dure kleren."
"Komen er verder nog weleens bezoekers?"
"Nee. Wacht eens, wel. Er kwam heel af en toe wel eens een jongere man. Die herkende ik wel, de heeft dat restaurant op de buitenhaven, Havenzicht.
"Heeft U Van Stelhoven wel eens uitgebreid gesproken?"
"Nee, wat praatjes over het weer, over de centrale verwarming die wel eens uitvalt; van die dingen. Kinderziekte's zeggen ze steeds. Nee, het is een eenzelfige man."
Dalstra bedankte hem en keek naar Weenink die ook met lege handen terug kwam.
"Een eenzaad, geen contact met de buren, nooit bezoek."
"Ik heb misschien iets, restaurant Havenzicht op de buitenhaven, daar is iemand die Van Stelhoven schijnt te kennen," zei Dalstra. "Breng mij maar naar het bureau, dan ga jij daar naar toe."
——————
In de recherchekamer werd hij opgewacht door Kapoen.
"Enig idee, Gerard?"
"Nee, we zijn nog bezig familie te lokaliseren. Hij woonde zeer op zichzelf. Er is een soort kookwedstrijd waar hij mee bezig was, we zullen ons daar in gaan verdiepen. Nog nieuws uit Den Haag?"
"Dat verslag is er nog steeds niet. Wel foto's van de keuken."
"En Brouwer?"
"De jongens zijn net terug. Ze stonden voor een dichte deur. Volgens de buren is het een gemeubileerde flat, ze hebben er maanden niemand gezien."
"Ik heb ernstig mijn twijfels over dat zogenaamde terroristich gedoe," zei Dalstra peinzend. "Waarom is het politiebureau niet meteen ingeschakeld i.v.m. beveiligingen? Moesten er meteen geen wegen worden afgezet? De off-shorehaven? De spoorwegen? De pont naar Texel? Daarbij is die alarmfase wel heel vlug opgeheven. Er klopt niets van. Toen met 11/9 moesten we wel meteen alle toevoerswegen naar de havens afzetten."
"Ik heb ongeveer dezelfde vragen vanmiddag nog gesteld aan Binnenlandse zaken maar heb nog geen duidelijk antwoord gekregen. Ik heb het daarna aan de raad van Commissarissen gemeld. Die geheime diensten zijn vaak een luis in de pels voor de ons. Ze gaan meestal volkomen hun eigen gang."
Dalstra haalde zijn schouders op, hij had er vaker mee te maken gehad. Hij belde naar Martje de Leijer en Ballengooyer of ze iets concreets hadden, dat bleek niet het geval, dus hij liet ze terugkomen naar het bureau. Ze moesten zich helemaal op de kok focussen.
Hij ging zelf naar zijn eigen kantoortje en vond de foto's die door de MIVD waren gemaakt. Het was zoals ze de kok hadden gevonden. Van afstand en van dichtbij. Close-ups van de ponjaard in zijn rug. Op de foto's stond ook het tijdstip van afdruk. Allemaal rond 10 uur.
Op een soort overzichtsfoto van de keuken viel hem twee dingen op. Er was net een been zichtbaar van een van de aanwezigen met aan zijn voeten een bruine schoen met gaatjesmotief. Het tweede detail was het pannetje waar de lavendelmayonaise in zat; dat lag op z'n zijkant op het fornuis. Er lagen wat kloddertjes terzijde van het gasstel. Toen Gerard in de keuken was was dat pannetje weer rechtop gezet.
Het werd tijd voor een paar telefoontjes.
—————–
Pieter Weenink kwam net rond dinertijd in Havenzicht. Het restaurant stond pal aan de visserhaven en had een fraai uitzicht op vloot. Vele schepen lagen aan de ketting want veel werd er niet meer gevist in de Noordzee. De vis quota had de vloot behoorlijk gesaneerd. Verderop was de bedrijvigheid van de offshore. Het marineterrein met zijn vele steigers lag daar achter. Weenink was er al een paar keer met zijn vrouw gaan eten en vond het van binnen echt maritiem. Veel foto's van schepen, scheepsattributen en een mooi gepoetste scheepsbel. Het was er bijna vol, de bediening had het druk maar op vertoon van zijn penning bracht een jonge maar handige serveerster hem naar de keuken. Ook daar was het druk en vooral warm.
De kok weinig tijd voor hem. Met drie assistenten werd er in een strak tempo gekookt en borden opmaakte. Het was een goed ge-olied team wat bezig was. Het gezicht van de kok stond echter somber. Het was een dertiger met kort, blond stekeltjes haar en ondanks de drukte had hij het goed in de hand.
"Recherche," zei Weenink.
"Tim Verbeek." zei de kok afgemeten.
"Ja, ik weet waarom je komt, Van Stelwagen is vermoord. Maar ik heb echt geen tijd, ik heb 60 eters."
"Kan dat niet zo even onder het koken door? Ik bedoel, ik kan je ook meteen meenemen naar het bureau. Dit is een moordonderzoek."
"Verdomme, als je maar niet in de weg loopt."
De rechercheur verbaasde zich over de verscheidenheid van de borden. Vis, grote garnalen, biefstukjes, een grote kookpan met bloemkool, en andere met worteltjes. Hij zocht een plaatsje uit dat hij niet in de weg stond en toch vrij dicht bij de kok aanwezig was om hem goed te observeren.
"Kende je hem goed?"
"Zeker, hij was jaren lang mijn chef op de HAL. De Nieuw Amsterdam."
"Hoe weet je dat hij is vermoord?"
"Hier komen ook marinelui over de vloer, ze lullen wat af, die gasten."
Er waren weer vier borden klaar en Verbeek tingelde met een klein belletje dat een serveerster het kon ophalen. Meteen boog Verbeek zich over een paar tournedos.
Ondanks zijn strategische plaats stond Weenink toch in de weg. Een hulpkok passeerde hem al rakelings met een gloeiendhete pan met gebakken aardappels en een andere vroeg hem opzij te stappen zodat hij bij de schone borden kon komen. De kok wilde hem uit de keuken.
"Weet je wat? neem een biertje, of whatever, aan de bar en over een uurtje heb ik tijd voor je. Wegwezen."
Pieter had al goed om zich heen gekeken en zag de grote glazen achterdeur. Hij wist het niet zeker met de kok en koos een barkruk waar hij een beetje uitzicht had op de keuken. Hij had inmiddels honger gekregen en bestelde biefstuk met frietjes.
————————
Op het bureau had iedereen een bestelling ingevuld op de bestellijst van de Chinees, Tong Fa. Niet dat die nou zo enorm goed was maar ze wisten het snelst te leveren. Tijdens een late werkoverleg vergadering hadden ze eens de proef op de som genomen en bij elke Chinees van de stad gelijktijdig xc3xa9xc3xa9n maaltijd besteld en toen de chronometer ingedrukt. Tong Fa, niet eens het dichtstbij, stond in 21 minuten met een bami rames extra op de stoep en het was nog redelijk te eten ook.
Maar er was eerst koffie; wat is een politiebureau zonder een goede koffiepot?
Dalstra zette rechercheur Anika Dompteur op de nummers van de telefoonklapper. Een ander moest kontakt opnemen met de HAL directie voor meer informatie, weer een ander ging op zoek naar familie van de vermoorde keukenmeester. Martje Delijer moest op zoek naar marinekoks die met Van Stelwagen hadden gewerkt.
Dalstra zelf verbond zijn fototoestelletje aan zijn eigen computer om de ponjaard nog eens goed te bekijken. Dat edelsteentje intrigeerde hem. Daar zag hij de foto op schermgrootte op de pc. Hij vergrootte de foto maar zag verder geen onrechtmatigheden, behalve dat de dolk een antieke indruk maakte.
Hij zocht het telefoonnummer van de Schout bij Nacht die gelukkig nog aanwezig was. Na wat beleefdheden over en weer zei Bruintjes dat zijn vrouw die avond nog zou komen, dan was ze de volgende dag beschikbaar voor een verhoor.
"Mooi. Maar er is nog iets," zei Dalstra. "De ponjaard heeft een klein blauwe edelsteentje op het handvat. Is dat standaard?"
Het was opeens stil aan de andere kant van de lijn.
"Bent U er nog?"
Hij hoorde hoe Bruintjes nerveus zijn keel schraapte.
"Daar weet ik niets van."
"Echt niet? U heeft die adelborstenopleiding ook gehad, neem ik aan."
"Inderdaad maar van ponjaarden weet ik weinig af."
Bijna meteen verbrak de Schout bij Nacht de verbinding.
Verdomme, dacht Gerard. Nu wilde hij het weten ook. Hij belde naar Vokkink en legde het uiterlijk van de dolk weer exact uit. Vokkink was dan wel groepscommandant van de Marechaussee maar hij wist veel van de marine en blijkbaar ook van ponjaarden.
"Jezus, Dalstra, dit is erg, heel erg. Normaal hebben ponjaarden een wit edelsteentje, alleen de koninklijke familie heeft blauwe."
5.
Dalstra liet dit even op zich indringen.
"Daar zijn er dus niet veel van."
"Sinds 1830 kreeg elk Oranjelid dat met de defensie te maken had zo'n ceremonieel uitgaans tenue, inclusief sabel en ponjaard. Dat is besloten door Koning Willem de eerste en uitgevoerd door Frederik Karel van Oranje Nassau, toen Veld-Maarschalk. Daarna Willem 2, Willem 3, misschien nog wat zoons van die drie, dat weet ik niet precies. Wel dat het uitsluitend aan de mannelijk tak werd gegeven."
"Dus ook Bernhard en Willem Alexander?"
"Inderdaad."
"Dit wordt opeens heel glad ijs. Zou de MIVD hier ook vanaf weten?"
"Ik was er vanochtend vrijwel steeds bij in die keuken maar heb ze er niet over gehoord."
"Hm," bromde Dalstra. Hier was stront aan de knikker.
Inmiddels was Tong Fa op topsnelheid komen aan scheuren, ze hadden een reputatie hoog te houden, en iedereen spoedde zich naar de kantine, ze hadden grote honger. Dalstra ging apart met zijn baas aan een tafeltje en stelde haar op zachte toon op de hoogte van het laatste telefoontje.
"Oei," zei Greet Kapoen, "wees voorzichtig, dit wordt delicaat."
Dalstra knikte en keek met ontzag naar de maaltijd die zijn meerdere had besteld. Een nasi van het huis en daarbij nog extra satxc3xa9 en een fikse loempia. Geen wonder dat ze zo vadsig dik was. Dalstra zelf had genoeg aan een Pekingeend maar dat vlees was zo taai dat hij vermoedde dat de eend zelf helemaal vanuit China was overgevlogen.
"Ik bel vanavond nog naar Den Haag, dit mag ik niet achterhouden," zei ze tussen twee happen door.
"De MIVD zal je voor zijn geweest."
"Dat zal best maar ik volg de regels."
"Dan krijgen we de Nationale recherche nog op ons dak maar je hebt gelijk."
Hij schoof de taaie eend misprijzend van zich af. Op dat moment belde Pieter Weenink.
"Eten jullie Tong Fa?"
"Helaas wel. Ik had een rubbereendje. Je kan er zo mee de badkuip in."
"Zo, nou, de biefstukken van Havenzicht zijn botermals en de frietjes en mayonaise zijn zelfgemaakt. Heerlijk. Maar ik heb wel wat nieuws. Deze kok heeft veel met Van Stelhoven samengewerkt op die schepen. Ik kan hem hier wel verder ondervragen maar er is vrijwel geen privxc3xa9ruimte in het restaurant."
"Is goed Pieter, neem hem maar mee."
Dalstra schoof zijn stoel naar achteren en stond op.
"Over een kwartier gaan we weer aan het werk," riep hij over de etende hoofden heen.
——————
"Weet je zeker wat je doet?" vroeg Van Daalen aan zijn chef die binnen de MIVD hoofd binnenlandse acties was. Hij transpireerde nog steeds
"Die Dalstra is beslist niet stom. Ik heb zijn gegevens bekeken, hij zit bijna op 100 % met zijn onderzoeken."
"Het moet op deze manier, er staan te grote belangen op het spel."
"Maar moeten we onze man niet terug halen?"
"Nee, nog niet, dat zou argwaan opleveren. Hij behoort niet tot de verdachten."
—————–
In de kapitale villa Berkenhorst in Wassenaar stond de kroonprins in zijn ondergoed voor zijn kledingkast met daarin al zijn uniformen. Hij had die avond een reunie met bevriende studiegenoten van het KIM en de afspraak was dat ze in het uitgaanstenue van het korps Adelborsten zouden gaan. Hij had er zin in want het zat hem wat tegen de laatste tijd. Buiten iedereen om had hij zich met wat welgestelde vrienden in een bouwproject gestort in Mozambique voor de bouw van een grootschalig vakantievilla's. Dat liep lekker tot de pers zich er op vastbeet en verkeerde dingen aan het daglicht stelde. Gesjoemel met vergunningen, omgekochte ministers, malafide aannemers en onderbetaalde arbeiders. Daarbij werd er zwart geld in gestoken, veel zwart geld. Gelukkig was de pers daar niet achtergekomen.
De kroonprins had zelf geen zwart geld maar zijn schoonvader in Argentinixc3xab wel. Dat was een zeer rijke voormalige minister die daarna in ontroerend goed was gestapt. Hij zag wel wat in het idee van zijn schoonzoon en zijn vrienden. Hij kocht twee minister om zodat de bouw kon beginnen, tot die verdomde pers lastig ging doen.
Aangezien de populariteitsstatistieken van de kroonprins nogal waren gekelderd adviseerde zijn raadsman Jonkheer Tjonk Billink om uit het project te stappen. Zijn moeder had hem ook al gewaarschuwd maar daar luisterde hij nooit naar. Dat eigenwijze mens ook. Nee, dan zijn Argentijnse schoonvader. Die bleef ondertussen via een andere vriend dat Afrikaans project steunen en wist daarnaast voor een prikkie een prachtig landhuis op de kop te tikken in een mondain Argentijns wintersport gebied. Zijn schoonvader had veel van zijn opa weg. Schobbejakken, maar wel slimme mensen. En ze rommelden zich overal doorheen.
"Zo hou jij je centen ook wat op zak," hield hij zijn schoonzoon voor. "En als je op vakantie naar Mozambique wilt kan dat altijd. Want die vriend van me komt daar toch vrijwel nooit in zijn villa. Snap je? Het mes snijdt aan twee kanten. Dan heb je twee vakantieadressen voor de prijs van xc3xa9xc3xa9n." zo hield hij zijn schoonzoon voor.
Zo sprong de kroonprins er toch goed uit maar zijn impopulariteit baarde hem zorgen. Zijn moeder zou gauw aftreden, had ze gezegd, maar dat mens zegt zo vaak wat, en haar populariteit was omontstreden. Dat wilde hij ook; populair zijn, maar wel lekker de helft van het jaar op vakantie gaan.
Toen hij zijn uniformkledingkast opende zocht hij meteen weer naar de ponjaard. Waar zou dat ding zijn? Het was altijd opgeborgen in een notenhouten doos met daarin een mal van schuimrubber waar het wapen precies in paste maar die hele doos was verdorie weg. Hij had de vorige dag al eens goed gezocht maar zonder resultaat. Wat moest hij op een reunie van de jonkers zonder ponjaard? Dan stond je voor lul. Dus belde hij naar Joost Gallebak, een oude vriend op het KIM of die nog ergens een ponjaard hadden liggen.
"Nee, die zijn opgeborgen, in de wapenkamer, dat weet je toch?"
"Verdorie, ik moet er toch eentje hebben, ik ben de mijne kwijt."
"Tja, dat weet ik ook niet zo."
Dat schoot ook niet op. De kroonprins besloot het over een andere boeg te gooien.
"Joost, welke rang heb je nu?"
"Luitenant ter zee tweede klas."
"Wil je een streep hoger of lager op je mouw?"
"Goed, ik snap het," zei Joost met een diepe zucht. "Als je morgenavond komt ligt er een ponjaard voor je klaar."
Tevreden verbrak prins Alex de verbinding. Dat was tenminste opgelost.
Maar nu, een dag later, hield het hem toch nog bezig. Zijn eigen ponjaard had een blauw edelsteentje, de anderen een witte en verschil moest er zijn.
Schatje, heb jij mijn ponjaard gezien?" vroeg hij aan Minima die een kamer verderop haar collectie hoedjes inspecteerde. Ze slaakte een diepe zucht, alweer die ponjaard, gisteren ook al steeds dat gezeur. Wat kon die vent af en toe een sufkop zijn.
"Nee, hoe zou ik dat moeten weten? Ik kom nooit in jouw kasten."
"De kinderen spelen er toch niet mee? Laatst wilde Omaliaatje ezeltje prik spelen, hoorde ik van de oppas."
"De kinderen komen ook niet in jouw kasten en ezeltje prik speel je met een punaise."
'Shit', dacht hij, 'zij weet meer van die stomme spelletjes dan ik.' Ondanks dat hij vanaf zijn geboorte was veroordeeld tot koekhappen en hoefijzerwerpen snapte hij niets van die spelletjes. Hij haatte dat soort dingen dan ook grondig. Als hij koning zou worden was dat het eerste wat zou worden afgeschaft.
Hij zocht de hele kast nog weer eens goed door maar de ponjaard was in geen velden of wegen te bekennen. Hij spoedde zich naar beneden en riep de kamerheer. Die wist ook van geen ponjaard en toen die de garderobedienaar had opgetrommeld wist die ook van niets.
'Grote kolerebende,' dacht Alex toen hij de trap weer beklom.
"Je bent toch niet in je onderbroek naar beneden gegaan?" vroeg zijn vrouw die net een hoedje met struisvogelveren paste.
"Eh, nee, natuurlijk niet."
"Oh Lex, schatje, even wat anders, wanneer komt de nieuwe kok?
"Die komt over drie weken, dat weet je toch? Tot die tijd heeft hij een contract bij de marine, hij doet dan eerst mee aan zo'n Europese kookwedstrijd. Als hij wint hebben we een kampioenskok."
'Wat een gekloot,' dacht de kroonprins terwijl hij in de gauwigheid een jogginbroek aanschoot. De vorige kok had een hartaanval gehad en men was al een tijdje naarstig op zoek naar een goede opvolger. De huidige inval-kok beviel hem niet; die kookte te mager. Alles in olijfolie en geen randje vet aan de entrecotes. Zijn vrouw was er wel tevreden over maar hij wist af en toe goed zijn zin door te drijven. Ze was goed voor zijn p.r. en had voor een perfecte schoonvader gezorgd, maar verder moest ze gewoon af en toe haar muil houden.
Gelukkig had hij nog relaties bij de marine en daar pochte men over die Van Stelhoven. Die aarzelde eerst maar met een salarisverhoging salarisverhoging van 50 % in het vooruitzicht ging hij akkoord. Zo zou de kroonprins straks de staatsdiners ook behoorlijk opkrikken. Hij vond zijn moeder toch teveel een 'broodjekaas mens'. Enfin, de ponjaard was geregeld.
—————-
Het viel niet mee een onderzoek te doen terwijl driekwart van Nederland thuis aan de etenstafel zat. Velen namen de telefoon niet eens op. Men wil geen gedoe als de spruitjes op tafel staan.
Dalstra besloot Sergio Boer te bellen, een sterrenkok in Zeeland die hij kende uit een vorig onderzoek. Boer zou gezien het tijdstip ook wel niet veel tijd hebben, maar dat viel mee. Gerard begon het gesprek wat verontschuldigend.
"Geeft niet, tegenwoordig laat ik voor me koken, ik houd alleen toezicht."
"Ken je Van Stelhoven? Een marinekok, voorheen chefkok bij de HAL."
"Van naam wel. Hij schrijft af en toe in de vakbladen."
"Het schijnt een goeie te zijn."
"Zal best, daar werken vaak zeer goede koks. Bij ons, koks aan land, staan die cruisekoks bekend als buffettenkoks."
"Hij wilde meedoen aan de Europese dag van de smaak. Een soort kookwedstrijd in Brussel voor topkoks, heb ik begrepen."
"Ja, dat is een jaarlijkse wedstrijd, zoiets als een Europese kampioenschap. Ik zat vorig jaar zelfs in de jury. Het is nogal prestitieus. Het zijn vrijwel allemaal jonge restauranthouders die meedoen. Goed voor de publiciteit en omzet. Er zijn zelfs voorrondes, ook op nationaal niveau. Die moet hij dan zijn doorgekomen."
"Wie organiseert dat in Nederland?"
"De koksgilde, een soort overkoepelend orgaan waar veel restaurants bij zijn aangesloten. Maar wat is dat dan met die Van Stelhoven? Ik neem aan dat je niet zomaar belt."
"Wie is de voorzitter van die Koksgilde?"
"Klaas Kelder."
"De beroemde Rotterdammerse kok?"
"That's the one. God himself."
"Van Stelhoven is vanochtend doodgestoken met een dolk."
"Ach, wat erg. Maar ik ken hem dus verder niet."
"Waarom zit je nu niet meer in die jury?"
"Dat was eenmalig. Je wordt daar bewerkt. Het is namelijk een corrupt zootje. Elk jaar wint een Noor die prijs, de Noorse ministerie van visserij is namelijk de grootste sponsor van de wedstrijd. Er waren vorig jaar veel betere dan die Noorse winnaar."
"Ken je Jantine de Kok? de recensente?"
"Uiteraard, elke chef van betekenis kent haar. Maar ze schrijft niet meer, ze is met een hoge pief getrouwd."
"De Schout bij Nacht."
"Aha. Dan is ze behoorlijk opgeklommen. En zo komen we bij Van Stelhoven?"
"Hij kookte voor hun als ze in Nieuwediep verbleven."
"Aha."
"Sergio, kan het zijn dat die Jantine iets met koks had? Ik bedoel in relationele sfeer?"
"Ik denk dat ik snap waar je naar toe wilt."
"Leg dat eens fatsoenlijk uit."
"Ze verzamelde sterrenkoks zoals een Indiaan scalps verzamelde."
"Ben jij ook gescalpeerd?"
"Pfff, een ander onderwerp graag."
"Niet zo vlug, ik moet meer weten."
"Het zit zo; ze was gezaghebbend. Als zij je neersabelde was het gedaan met je zaak. Maar ging je met haar naar bed en je voldeed, dan kreeg je een goede kritiek."
"Een rare manier recenseren."
"Iedereen was ook opgelucht toen ze stopte. Het was het einde van een tijdperk."
Gerard bedankt Sergio Boer voor de informatie en legde af. Tijd om lang na te denken had hij niet, want Anika kwam met de telefoonklapper en de namen.
"Ik kon er een paar niet te pakken krijgen maar het zijn vrijwel allemaal nummers van koks op de grote vaart en van zijn huidig werk. Er zijn nummers bij van twee vrouwen, mevrouw Bruintjes met een o6 nummer en ene mevrouw Klauwhamer. Overigens zijn er meerdere 06 nummers bij.
———————-
Op dat moment kwam Weenink met Verbeek, de kok van Havenzicht, binnen.
"Grappig," zei Weenink. "Er was net een telefoontje van de politie op het mobiel van meneer Beekman."
"Ben ik onder arrest?" vroeg Verbeek aan Dalstra.
"Nee, maar we willen gewoon meer weten over Van Stelhoven."
Hij leidde de kok naar zijn eigen kamer en Weenink liep mee.
"Eerst over zijn familie, heeft hij die?"
"Bij mijn weten niet. Geen kinderen, zijn ouders zijn allang dood. Er is wel een ex-vrouw maar hij was al gescheiden voordat ik met hem werkte."
"Geen vriendinnen?"
"Jawel, tijdens de trips had hij trouwe fans."
"Fans?"
"Eetgroupies. Hij was beroemd onder het cruisepubliek. Er waren mensen die alleen maar op die boot wilden varen als hij daar chefkok op het elitedek was. Hij had een vaste schare volgelingen, om het maar eens zo te zeggen. Allemaal van die rijke miljonairsvrouwen die een cruise doen terwijl hun mannen ondernemingen besturen. Als hij een maandje aan wal was vroegen ze hem om bij hun thuis te komen koken, of om buffetten te maken bij hun party's. Daar werd hij ook nog eens vorstelijk voor betaald. Plus gratis seks als ze weer bij hem aan boord kwamen."
"Was het zo'n goede kok?"
"Mischien wel de beste van Nederland. Vergeet al die michelinsterrenkoks op het vaste land, op de HAL wordt beter gekookt en Van Stelhoven behoorde tot de top. Hij deed altijd de Captains table, dan ben je iemand."
"Heeft hij ook op Arabische cruiseschepen gewerkt?"
"Kan zijn, hij werd weleens als adviseur uitgeleend. De HAL is jaren gelden overgenomen door een wereldwijd cruiseshipconcern; de Carnival corporation. Daar vallen ook Arabische cruiseships onder."
"Had hij politieke voorkeuren?"
"Daar heb ik hem nooit over gehoord. Dat interreseerde hem ook vrijwel niet. Zijn keuken en vrouwen, dat was het wel zo ongeveer."
"Had hij het nooit over de islam? positief of negatief?"
"Nee, als hij het over Arabieren had dan was het de Arabische keuken."
"Stemde hij?"
"Nee, volgens mij niet. Je vaart veel, ook als er verkiezingen zijn. Je moet weten, zo'n cruiseschip is een verzameling van internationaliteiten en religies, zowel in de keukens, het dekpersoneel en in de machinekamers. Het is een wereldje opzich, een varend dorp; daar is geen tijd voor politiek of landen van herkomst. Je moet samenwerken."
"Tot voor kort kwam hij over als een tamelijk gesloten, teruggetrokken man maar U schetst een heel ander beeld. Een kokende rokkenjager. Waarom ging hij bij de HAL weg als hij er zo'n mooi leventje had?"
"Er komt op een ogenblik een draaipunt. Vergeet niet; het is ook een zwaar leven. En je bent daar ook een opleider voor jong talent. Het zijn dagen van soms 12 a 13 uur als je vaart. Het verdient goed maar eens houdt het op. Je heupen slijten, etalagebenen, spataderen, noem maar op, dan wil je ook eindelijk een vaste stek aan wal. Hij had connecties en begon de marine-top te adviseren. Daar hadden ze nog dat Calvinistische van een slap broodje kaas en een beker melk tijdens de lunch. Het marine-eten moest Bourgondischer, dat was al gaande maar Van Stelhoven perfectioneerde dat. Vorig jaar ging hij er zelf werken."
"Jullie hebben altijd contact gehouden."
"Niet echt innig. Als hij die etentjes bij mensen thuis deed assisteerde ik hem vaak. Ik ben al een jaar of vijf aan wal."
"Bent U wel eens bij hem thuis geweest?"
"Heel af en toe, als hij weer ergens moest koken; een soort werkoverleg."
"Kwam hij bij U thuis? of op de zaak,"
"Op de zaak wel, nooit bij me thuis. Ik heb een vrouw en kinderen, hij had een hekel aan dat soort burgerlijkheid."
"Wat denkt U, had hij vijanden die hem dood wilden?"
Hier moest Verbeek even over nadenken.
"Kijk, eerlijk gezegd, hij was niet echt sympathiek voor anderen, eigenlijk was het een arrogante man. Hij wist donders goed dat hij een topchef was en zo deed hij ook. Ook aan boord. Je hebt nog van die ouderwetse chefs die met pollepels zwaaien en slaan als de brigade het niet goed doet. Zo was hij ook. Hij kon zijn personeel soms volkomen tot razernij brengen. Hij werd af en toe gehaat door zijn brigade. Er zullen velen van hun met moordplannen hebben rondgelopen. Maar het kan ook een jaloerse echtgenoot zijn; wie weet."
"Jij had geen hekel aan hem," zei Weenink.
"Nee, ik nam het voor lief. Aan de andere kant kon je veel van hem leren. Er zijn meerdere sterrenkoks die door hem zijn opgeleid. Een paar uit Nederland maar ook elders. Nogmaals; het is een hele internationale bedoening in zo'n varende keuken. Veel van die chefkoks zijn buitenlanders, de meeste zijn Fransen. Fantastische koks maar nog ouderwetser dan Van Stelhoven."
"Kent U Jantine de Kok?" vroeg Dalstra opeens.
Er verscheen opeens een vette grijns op het gezicht van Verbeek.
"Jantine de Kok, tegenwoordig Bruintjes, de grootste groupie van Van Stelhoven. Ze maakte ook af en toe een cruise."
"We hebben het over de vrouw van de Schout bij Nacht," zei Weenink.
"Ik kan niets bewijzen en Van Stelhoven hoorde je er nooit over, maar zij heeft hem naar de marine gehaald. Zij was die connectie van de marine. Er komen vaak marinekoks bij mij over de vloer, er wordt veel geouwehoerd in dat wereldje."
"Hadden ze een relatie?"
"Ik zeg niets," grijnsde de kok van Havenzicht.
6.
Dalstra vond het onderzoek tot dan toe vlotjes verlopen en de verdachten regen zich aaneen. De marinemensen die hem vonden hadden geen alibi, dan was er de kookwedstrijd, misschien boze echtgenotes. Ja, zelfs de kroonprins, als het verhaal van de ponjaard juist bleek te zijn. Maar hij sloot de MIVD ook niet uit. Er moest een verband tussen de ponjaard en de geheime dienst zijn. En als die er was, hoe kwam hij er achter?
Hij bekeek de foto's die de MIVD hem had gestuurd van de plaats van de misdrijf. Van Stelhoven lag met zijn rug nog een beetje tegen het fornuis aan. Hij moet zich nog hebben omgedraaid terwijl de ponjaard al in zijn rug was gestoken. Eigenlijk wilde hij nog wel een kijkje in de keuken van de Schout bij Nacht kijken. Alleen, met zijn zintuigen op scherp. Het kantoortje van die Nijenkerk stond ook op zijn lijstje.
Na twee keer doorverbinden had hij Schout bij Nacht Bruintjes aan de lijn.
"Mijn vrouw is juist aangekomen maar ik dacht dat U haar morgen wilde spreken."
"Dat is helemaal mooi, maar ik wilde nog even in de keuken kijken."
"U bent welkom."
—————–
Dalstra kroop in een dienstwagen en reed naar Het Paleis. Nu kon hij wel zo het terrein op rijden maar bij de deur van de Schout bij Nacht stonden twee MP'rs. Gelukkig waren ze geinstrueerd en lieten Dalstra na vertoon van zijn legitimatiebewijs binnen. Bruintjes ontving hem persoonlijk en stelde voor eerst een borrel met zijn vrouw te gaan drinken.
"Graag, maar geen drank. Ik werk nog, koffie graag."
De Schout bij Nacht liep even naar de naar achteren om een bediende te waarschuwen en leidde de inspecteur het woongedeelte in.
Een vrouw van rond de veertig stond op vanuit een fauituille en liep met gestoken hand op hem af. Het was een grote kamer die klassiek was ingericht. Achter een grote eettafel waar zeker 16 personen aan konden zitten, voor waren zachte pluche fauilletuis. Een hoog plafond met kroonluchters en velours gordijnen.
"Mevrouw Bruintjes de Kok neem ik aan." Hij keek haar eens goed aan. Hij zag een slanke, goed verzorgde vrouw met lang donker haar en een knap gezicht. Ze was gekleed in een bruin mantelpakje wat op Dalstra wat ouderwets overkwam maar het zou mode kunnen zijn. Op dat gebied vertrouwde hij zijn eerste indrukken niet. Haar gezicht zag wat bleekjes.
Ze wisselden wat beleefdheden uit. Het liefst zou hij haar alleen hebben gesproken; nu moest hij oppassen met zijn woorden. Het echtpaar nam plaats op een brede bank, Dalstra zakte weg in een ruime televisiestoel.
"Ik heb onderhand begrepen dat U Van Stelhoven heeft benaderd om bij de marine te gaan werken?"
"Reprensatief liep onze marinetop qua eten wat achter op andere NAVO landen. Gezien mijn achtergrond leek het me een mooie taak om daar wat verandering aan te brengen. Ik ben nog redelijk thuis in de culinaire wereld en wist dat Van Stelhoven ander werk zocht."
"U kende hem langer?"
"Al lang. Negen jaar verleden heb ik eens een reportage gemaakt over eten tijdens cruises. Ik heb verschillende cruises gemaakt bij diverse rederijen. Van Stelhoven was toen al een begrip in dat wereldje."
"En U bent hem blijven volgen?"
"Enigzins, het was misschien de beste kok van Nederland. Eten bij hem was een voorrecht."
Er verschenen wat traantjes in haar ogen die ze met de palm van haar hand wegveegde. Op dat moment werd er beschaafd op de deur geklopt en verscheen adjudant Nijenkerk met twee jonge borrels en koffie. Dalstra was verrast.
"Werkt U de hele dag?"
"Vandaag wel, er zijn zieken en daarbij is het door de gebeurtenissen een bijzondere dag."
"Ik heb hem gevraagd te blijven," zei Bruintjes. 'Nijenkerk is vertrouwd."
De adjudant zette de drankjes neer. Hij leek plotseling wat verkouden zijn geworden, zette het kleine dienblad even neer, pakte vlug een witte zakdoek uit zijn uniformbroek en snoot zachtjes zijn neus.
"Neemt U me niet kwalijk. Het komt plotseling opzetten."
"Nee, natuurlijk niet kerel, neem morgen een vrije dag, dan is alles weer normaal, je bent er al de hele dag," zei Bruintjes.
Dalstra had een scherpe neus. Op het moment dat Nijenkerk zijn neus in zijn zakdoek ledigde rook hij een aparte geur. Een bloemetjesgeur. Eerst vroeg hij zich waarom zo'n kerel met geparfumeerde zakdoekjes op zak liep. Nog geen vijf seconden later herkenden zijn hersens de geur.
—————–
Gerard Dalstra liet niets blijken en dronk van zijn koffie. Nijenkerk verliet bijna geruisloos het verblijf.
"Wist U van de kookwestrijd?" vroeg hij aan de voormalige culinaire journaliste.
"Uiteraard. Ik heb hem nog wat geadviseerd bij zijn menu. Niet qua smaak maar de presentatie. Dat is nogal aan mode onderhevig."
"Hoe hard is die competitie, weet U dat?"
"Niet moordend, als U dat soms bedoeld. Maar het gaat wel degelijk om reputaties. Er zijn een paar Nederlandse topkoks die altijd meedingen. Wedstrijdkokers. Ik weet dat die het niet leuk vonden dat Van Stelhoven de voorrondes won. Men vond hem een indringer, te oud ook."
"Het zijn wel allemaal meesters met het mes."
Dalstra ging expres die richting op want hij wist vrijwel zeker dat er op de gang werd meegeluisterd en hij wilde voorkomen dat de luistervink zou ontdekken wat Dalstra nu zeker wist.
"Uw onderzoek gaat die kant op?" vroeg Bruintjes.
"We onderzoeken alles, ook deze kant. Maar er zijn meerdere sporen."
"Juist," sprak Bruintjes en verhief zich uit de bank. Hij moest even naar het toilet.
"Ik zou U morgenochtend graag op het politiebureau willen spreken," zei de inpecteur tegen zijn vrouw.
"Kan dat hier niet?"
"Nee, ik moet meer dingen weten die misschien te privxc3xa9 zijn."
Ze begreep het en knikte. Haar wangen hadden opeens rode blosjes en ze keek wat schichtig toen haar man weer binnenkwam. Nu stond Dalstra op.
"Als U het me niet kwalijk neemt; ik wil nog even in de keuken kijken. Voorlopig weet ik genoeg. Het is nu half tien en ik ben van plan de dag af te sluiten."
Het echtpaar knikte en mevrouw Bruintjes liep met hem mee naar de deur.
"Ik wijs U de weg."
"Sorry," zei Dalstra, "ik ga eerst even buiten een sigaretje roken."
Daar had hij echt zin in, het was pas zijn derde van die dag, maar hij moest ook dringend bellen. Toen hij buiten de rook in zijn longen zoog belde hij naar Weenink.
"Pieter, luister goed. Laat onderzoek doen naar adjudant Nijenkerk. Vindt uit waar hij woont."
"Dat weten we al, een appartement in de Poort van Nieuwediep."
"Zet Martje op Nijenkerk en Anika op Jantine de Kok, laat ze dat heel discreet doen. Laat de andere onderzoeken voorlopig even liggen, dit is belangrijk. En jij gaat meteen met 5 man naar zijn woning en wacht hem daarop. Laat Van Driel hem volgen vanaf hier. Ik blijf hier nog even hier. Arresteer hem voordat hij naar binnen gaat, hij mag niemand spreken en niemand mag het weten. Kijk wel uit, hij kan gevaarlijk zijn. Bel me als je hem hebt opgepakt."
"Ja baas."
"Als je hem te pakken hebt bel je mij en kom ik naar de Poort. Dan onderzoeken we zijn appartement."
"Goed baas."
—————
Hij wist dat hij zo'n arrestatie gerust aan Weenink kon overlaten, die had eerder in een arrestatieteam gezeten.
Daarna liep hij door de gang naar de keuken waar mevrouw Bruintjes treurig stond te kijken. Ook Nijenkerk stond erbij. De keuken was helemaal opgeruimd na goedkeuring van rechercheur Ballengooyer, eigenlijk was er niets meer te kijken.
"Hoelang werkt U al in deze functie?" vroeg hij Nijenkerk.
"Een half jaartje ongeveer."
"Ga nou maar naar huis," zei Jantine Bruintjes, "Je zult wel moe zijn. Althans, als het van de inpecteur mag."
"Ik zie geen bezwaar." zei Dalstra.
De adjudant knikte.
"Dan kom in overmorgen terug," zei hij en nam afscheid.
Dalstra lette goed op en zag dat de adjudant en de vrouw van de Schout bij Nacht vermeden elkaar in de ogen te kijken.
Vijf minuten later zag hij Nijenkerk in een blauwe Ford Focus het terrein afrijden. Nu was het noodzakelijk haar gedurende tien minuten aan de praat te houden. Hij wilde niet dat zij Nijenkerk in zijn auto zou kunnen bellen.
"Zou Van Stelhoven kans maken op die kookwedstrijd?" vroeg hij aan haar.
"Zeker, het is een topmenu en met zijn kookkennis moest hij dat kunnen winnen."
"Ik hoorde van Noorse lobby, inzake de sponsoring."
"En een jury die daar gevoelig voor was. Er is nu een compleet nieuwe jury, volkomen onafhankelijk. Maar van wie heeft U die informatie?"
"Sergio Boer."
Hij zag mevrouw Bruintjes haar neus ophalen.
"En waar denkt U dat hij zijn visjes en kreeftjes vandaan heeft?"
"Laat me raden," glimlachte Dalstra. "Noorwegen."
"Goed geraden. Maar waarom wilt U me morgen apart spreken? Dat kan nu ook, mijn man is er nu niet bij."
Dalstra schudde het hoofd. Hij vermoedde afluisterapparatuur in de gehele ambswoning.
"Nee, ik moet het samen met een collega doen, dat is voorschrift. Nu ik te maken heb met hoge marinefunctionarissen moet ik strikt de regels hanteren."
Ze begreep het.
"Maar ik ben wel een beetje jaloers op U," zei Gerard. "U zult als culinaire journaliste lekker hebben gegeten."
Zo hield hij haar nog tien minuten aan de praat tot zijn telefoontje ging. Het was Weenink.
"We hebben hem, hij wordt nu afgevoerd. Hij had wel een pistool onder zijn autostoel. Gelukkig was hij zijn wagen al uit."
"Mooi zo. Ik kom een uurtje later. Probeer ook Kapoen er buiten te houden."
—————–
De Kroonprins was zonder ponjaard afgereisd naar Nieuwediep. Twee gepanserde mercedesen reden met grote snelheid over de snelweg. De kroonprins zat op de achterbank van de eerste wagen en nam een slokje champagne. Twee waakzame bodygards zaten voorin, waarvan er eentje reed. Je moest een feestje goed beginnen, die twee voorin hielden hun mond wel. Zijn uniform knelde wel een beetje, hij was hoognodig aan een nieuwe toe. Hij kreeg er steeds meer zin in, lekker bier drinken met zijn oude vrienden. Thuis kreeg hij de kans niet. Twee rode wijntjes per avond, meer zat er niet in met Minima, die hield hem strak. Laatst had ze de ganzen en eendenlevers ook al uit Berkenhorst verbannen, net als varkensvlees. Achterin de Mercedes dacht hij aan zijn studententijd op het KIM en al die feestjes. Overmorgen moest hij alweer naar Rome voor een toespraak over water. Christus, dat water, hij werd gek van dat water. Toen hij pas hoofd van het watermanagement werd las hij met ingehouden woede al die grappen in de kranten. Prins Pils was Prins Waterhoofd geworden. In de tweede mercedes zaten nog twee lijfwachten.
7.
Richard Nijenkerk ging in de rang van onderofficier naar Afghanistan. Op gymnasium bleek hij een talenknobbel te hebben en wilde daar meer mee doen. Aan de andere kant had hij een fascinatie voor gezag en uniformen. Vlak voor zijn eindexamen keek hij goed om zich heen en koos voor de poltie. Nederland was een multicultureel land geworden en talenkennis bij de politie was een noodzaak geworden. Via de politieacademie kwam hij echter bij de Militaire Inlichtingen Dienst terecht, daar zaten ze verlegen om talenkenners.
Naast gezag ws hij ook geintrigeerd door spionnenwerk en was vastbesloten er ook eentje te worden. Hij bleek een talent als undercoveragent te hebben en doorliep de opleidingen met uitstekende cijfers. Nijenkerk bleek ook over aanleg als acteur te bezitten. Hij kon zich wegcijferen, opgaan in de massa. Gezien de opkomst van de Islamitische wereld met soms zijn exterme vormen van geweld deed hij er ook Arabisch bij en sprak de taal na drie jaar uitstekend. Hij werd uitgeleend aan de Mossad, de geheime dienst van Israxc3xabl en debuteerde als infiltrant in de Hamas. Het waren spannende tijden maar hij wist door te dringen tot de militaire top. Daar hij wat donker van huidskleur was en zich in elk kledingstuk thuisvoelde was hij xc3xa9xc3xa9n van de Arabieren. Hij wist een plek te lokaliseren waar de Arabische militanten een lanceerplaats hadden voor raketten die op Israxc3xabl waren gericht en stelde hij de Joodse legerleiding op de hoogte die nauwelijks een uur later een luchtaanval uitvoerden. Dat hierbij ook een ziekenhuisje aan flarden werd geschoten en daarbij tientallen doden vielen deed hem hoegenaamd niets.
Daarna werd hij uitgeleend aan de Amerikanen die in Irak aktief waren. Het was ongeveer hetzelfde werk. In de achterbuurten van Bagdad wist hij door te dringen in een moskee en sloot zelfs vriendschap met een radikale imam die haat en verderf predikte. Tijdens zijn laatste bezoek ging het nog bijna fout. Toen hij het pand met gestolen sleutels verliet deed hij van buiten alle deuren van de kleine moskee op slot en wilde zich uit de voeten maken omdat een groepje Amerikaanse commando's al onderweg waren om de moskee op te blazen. Toen hij de laatste deur op slot deed werd hij gesnapt door een gelovige volgeling. Met een vrolijke glimlach wenkte Nijenkerk hem en stak de Irakees vervolgens een mes in zijn borst. De undercoveragent stond er zelf van te kijken dat het hem niets deed. Hij keek bijna gedachtenloos toe hoe zijn slachtoffer reutelend op de grond zakte en zijn laatste adem uitblies. Meteen daarna maakte hij zich uit de voeten om de commando's hun werk te laten doen. Er waren geen overlevenden, hoorde hij later. Met deze ervaring op zak riep de MID hem terug om hem in Afghanistan te gaan gebruiken.
Hij deed daar inlichtingenwerk onder de Afghaanse bevolking door zich voor te doen als een buitenlandse imam die op zoek was naar de wortels van het geloof. In het begin werd hij natuurlijk zeer argwanend bekeken maar na een half jaartje veldwerk en bezoeken aan meerdere moskees had hij progressie gemaakt. Zijn hoogtepunt was dat hij werd uitgenodigd op een Taliban bijeenkomst om daar gescreend te worden door de raad van Mullah Dadhulla, een plaatselijke Talibanleider. Nijenkerk lichtte uiteraard zijn chef in, hij wist dat Dadhulla een gezochte terrorist was die de bermbommen in zijn gebied organiseerde. Dat wist de inlichtingendienst ook. Nijenkerk werd eerst streng gefouilleerd en werd vervognes met een oude jeep bemand met vier zwaarbwapende mannen naar een afgelegen boerderij gevoerd waar de Talibanleider zitting hield. Via satelieten wist MIVD het voertuig goed te volgen. De MIVD stond weer rechtstreeks in verbinding de commandant ter plekke van de Koninglijke Luchtmacht die twee F 16's klaar hadden staan om toe te slaan als het nodig was. Bovendien werd de Jeep op een kilometer afstand gevolgd door een oude roestige vrachtwagen waarin tien gespecialiseerde zwaarbewapende Nederlandse commando's zaten.
Toen de Jeep een bergpas inreed kwamen ze vrij vlug bij een wat vervallen boerderij, opgebouwd van blokken leem. Nijenkerk werd verzocht uit te stappen en werd door een paar lijfwachten naar binnen gebracht. Hij herkende de Mullah meteen; zijn foto hing al een tijd op een lijst van gezochte terroristen. Hij wist ook dat op dat moment de hoeve werd omsingelt door de commando's, het wachten was op de schijnluchtaanval. Die kwam toen de thee net werd ingeschonken. Er was opeens een hoog fluitend geluid en een enorme ontploffing die wel erg dichtbij was. De muren schudden op hun grondvesten en iedereen binnen was in paniek, behalve Nijenkerk; die deed alsof en nam een witte zakdoek onder zijn hoofdtooi vandaan. De Mullah had zichzelf als eerste in bedwang en deed een greep onder zijn kaftan. Hij was hopeloos te laat. Op dat moment drongen vier commando's de kamer binnen en schoten iedereen dood, behalve de man met de witte zakdoek.
——————–
Hij kon niet in Afghanistan blijven, de MIVD haalde hem terug naar Nederland, ze promoveerden hem tot adjudant derde klas en dropten hem op het KIM om hem een tijdje uit beeld te houden. Al heel snel werd hij de persoonlijke assistent van Schout bij Nacht Bruintjes en viel als een blok voor zijn vrouw. Nijenkerk was nog nooit verliefd geweest en de Schout bij Nacht was wel erg vaak in het buitenland. Het was zij die hem op een avond verleidde door met haar diepste decolletxc3xa9 op zijn kantoortje te komen. Ze was eenzaam. Haar man zat in Brussel en Lucien Van Stelhoven deed ergens een buffet in Utrecht voor een besloten avondje voor bankiers. Contacten met andere grote koks waren verbroken. Richard Nijenkerk keek met een droge keel recht tegen haar harde tepels aan en ging die nacht als een stoomwals over haar heen. Nadat ze uitgeput in slaap waren gevallen opende korporaal Brouwer de slaapkamerdeur op een kiertje en nam zachtjes wat foto's van het naakte stel.
———————–
Nijenkerk was getraind als geheim agent en infiltrant maar had die avond niet door dat hij op weg naar zijn appartement door de politie werd gevolgd. Zijn geest was wat troebel. Een week geleden had hij ontdekt dat Jantine ook een verhouding met die kok had en het maakte hem razend. Dat ze gehuwd was met de Schout bij Nacht maakte hem niets uit, die twee deden toch niets in bed, behalve slapen en dat deden ze ook nog apart. Maar die klote kok met zijn frutseltjes in zijn pannetjes, die vette pens tegenover zijn getraind lichaam; nee, dat kon hij niet verkroppen. In zijn jaloerse woede kwam een duivels plannetje bij hem op.
Het vak van inbreken verstond hij heel goed, dat hoorde bij zijn opleiding als spion, en op de dag voor de moord, toen Van Stelhoven net op zijn werk was aangekomen, reed hij naar diens appartement. In de wandkast verstopte hij een complete handleiding hoe je kleefbommen moest maken en legde er een beduimelde koran naast. Weer op zijn kantoor belde hij naar de chef van de MIVD.
8.
Dalstra parkeerde zijn wagen naast de ingang van de woontoren waar Pieter Weenink hem stond op te wachten.
"Heb je zijn sleutels?" Als antwoord rammelde Weenink met een sleutelbos.
De provoost woonde op de derde etage. Het interieur zag er bijna Spartaans uit, sober en strak.
"Waar zoeken we naar?" vroeg Weenink terwijl ze hun plastic handschoentjes aantrokken.
"Alles wat met de zaak te maken heeft. Identiteitspapieren, wapens, verwijzingen naar de MIVD, ik heb het idee dat hij bij een van die diensten werkt. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hij een relatie met Jantine Bruintjes, van die dingen."
"Die ging toch met Van Stelhoven?"
"Ook." En toen, "Begin jij in de slaapkamer? Ik pak de badkamer wel."
Ook hier was alles strak en schoon maar er stonden wel opvallend veel geurtjes en lotions op het plankje bij de wastafel en het waren vrijwel allemaal Arabische merken. Na een minuut of tien had hij het wel bekeken. De huiskamer leek interessanter. Het apparatuur was allemaal vrij nieuw. Een platte tv met surround, bose audio, dvd en blue ray, en een vrij nieuwe computer. Toen Dalstra hem aanzette verscheen een marineschip als desktop maar verder kwam hij niet, er was een wachtwoord nodig. Hij probeerde nog Jantine maar dat was het niet. Geen agenda's, geen foto's. Hij had hetzelfde gevoel als eerder op de dag toen hij de flat van Van Stelhoven onderzocht; iemand was hem voor geweest en hij kon wel raden wie.
Weenink had meer geluk. Hij kwam redelijk opgewonden uit de slaapkamer met een geopend notenhouten kistje. Dalstra zag de uitsparing van het schuimrubber, daar paste precies een ponjaard in.
"Waar vond je dat?"
"Onder een stapeltje dekbedhoezen."
"Hm, een beetje te opvallend, vindt je niet?"
———————–
Het was elf uur toen Dalstra en Weenink op het bureau arriveerden. Ze hadden honger, iedereen had honger, maar er zou worden doorgewerkt. De zaak liep nog steeds, er was geen stilstand, rustpauzes zouden funest zijn. Er werden bestellingen genoteerd voor de shoarmatent aan de overkant van het bureau. Dalstra liep meteen naar het cellencomplex achter het gebouw waar Nijenkerk de enigste gast was.
"Ik zeg niets, zei die meteen en de hoofdinpecteur wist dat hij dat zou waarmaken.
"Dat had ik wel verwacht maar ik wil U graag laten zien wat we in uw slaapkamer vonden."
Hij pakte het lege notenhouten kistje en toonde het aan de onderofficier.
"Hier heeft een ponjaard met een blauw edelsteentje ingezeten."
Nijenkerk verbleekte maar hield zijn kaken stijf op elkaar. Dalstra probeerde hem uit zijn tent te lokken.
"Wie je ook bent, wat je ook doet, je wordt er door je baas erin geluisd. Heb je dat er voor over? En dat voor een restaurantsnol die de hele sterrenkokswereld bij elkaar heeft geneukt?"
Nijenkerk werd nog witter maar hield zijn kaken stijf op elkaar. Hij zou geen woord zeggen.
"En weet je waar die korporaal Brouwer is gebleven? We hebben hem gezocht maar we hebben niet eens een adres van hem kunnen vinden. Ja, hij sliep op de matrozenflat op de haven maar hij is gewoon spoorloos."
Nijenkerk werd nu kleurloos in zijn gezicht maar zei helemaal niets.
"Wie is trouwens jou baas, de MIVD?"
Nijenkerk bleef strak voor zich uitkijken.
Dalstra keek hem peinzend aan en nam toen een besluit.
"Weet je wat ik doe? Ik ga rotzooi trappen, ik ga er een ongelooflijke bende van maken. Ik ga straks je vriendinnetje, de vrouw van de Schout bij Nacht, arresteren. Tenslotte zijn er aanwijzingen genoeg. Haar aan de tand voelen zal gemakkelijker zijn dan bij jou; ik breek haar binnen vijf minuten. En dan komt er een beerput open. Stel je voor zeg, de vrouw van de Schout bij Nacht gearresteerd; de Telegraaf zal er van smullen. En weet je wat? Jij zit er midden in."
————————
De kroonprins was al tamelijk aangeschoten. Hij was in zijn oude gewoonte gevallen om champagne en bier door elkaar te drinken. Vroeger kon hij daar goed tegen maar ook hij werd wat ouder en Minima hield ook zijn drinkgewoontes goed in de gaten. Maar nu was Minima er niet bij en hij zoop zich regelrecht een stuk in zijn koninklijke kraag. Het was ook ontzettend gezellig. Geen journalisten, geen camera's en iedereen had een soort zwijgplicht.
Gallebak had een ponjaard weten te regelen, de brave borst had die nacht de wapenkamer opengebroken, en trots liet Alex zich feteren door zijn vrienden die allemaal apetrots waren dat ze in hetzelfde jaar als de kroonprins hun opleiding hadden gehad. Natuurlijk hadden ze toen meteen wel door dat de kroonprins geestelijk niet veel in zijn mars had, dat hij aan alle kanten werd geholpen en dat zijn cijfers en beoordelingen werden opgekrikt maar daar stond tegenover dat ze er voordeel van hadden. Niet alleen waren er prachtige vakanties voor het klasje in o.a. Italixc3xab en spectaculaire feestjes in feestpaleis Drakensteijn, allemaal betaald door de kroonprins, die wel heel goed wist dat je vriendschap moest kopen; na afloop van hun opleiding kwamen ze ook nog allemaal op mooie functies terecht.
Het liep al aardig tegen twaalf toen hij opeens hoognodig moest plassen en stommelde naar het toilet. Helemaal rechtlopen ging niet meer maar xc3xa9xc3xa9n van de twee meegereisde bodygards pakte hem bij zijn arm en liep een stukje mee. Bij de ingang van het toilet bleef die echter staan want om een kroonprins te zien plassen ging hem te ver. Er stond nog iemand te plassen, Peter Jan Balkjes, ook van zijn lichting en intussen al opgeklommen tot commandant op de nieuwe fregat die wordt uitgetest. Die ochtend was Schout bij Nacht Bruintjes bij hem aan boord geweest en hij had de helicopter geregeld vanwege de gebeurtenissen op de KIM. Het schip was vroeg in de avond binnen gekomen zodat Balkjes op tijd naar het feest kon.
"Peter Jan, wat een mooi feestje," zei de kroonprins een beetje lallend.
"Nou, Alex, daar was je zeker wel aan toe?"
"Mijn god, grote goden zeg, het is veuls te lang geleedn."
"Ik hoorde dat het vandaag hier niet zo gezellig was," zei Balkjes terloops terwijl hij zijn gulp dichtknoopte.
"Hoe dat zo kerel?"
"Ze hebben die kok van Bruintjes vermoord."
"De kok vermoord? Van Stelhoven?"
"Oh, ken je hem? Nou, hij had een ponjaard in zijn rug."
"Maar dat zou godverdomme mijn huiskok worden!"
"Jouw huiskok?" vroeg Balkjes verbaasd. Hij snapte het even niet. Hij week echter wel wat achteruit want de kroonprins werd opeens woedend.
"GODGLOEIENDE GODVERDOMME ze gunnen me ook niks!!!!!!"
Daar in het toilet kwamen opeens alle frustraties naar boven. Wat een goor tyfuszootje. Ze gunden hem geen ongestoorde vakanties in Mozambique, ze gunden hem geen lekker eten, ze gunden hem geen vrijheid. Laatst kreeg hij nog van zijn moeder op zijn sodemieter omdat hij teveel in het regeringstoestel vloog. Moest hij godverdomme dan zijn eigen tripjes ook nog zelf betalen? Het allerergste was dat hij zijn functie in het Internationaal Olympisch Comitxc3xa9 moest opgeven als hij koning zou worden. Iedereen had een keurslijf voor hem. Die kutregering, die klote tweede kamer, zijn moeder, Minima.
"Wie heeft hem vermoord?" schreeuwde hij naar Balkjes. "Toch niet Bruintjes zelf?"
Peter Jan Balkjes stond even in dubio maar koos toen de weg van de minste weerstand en vluchtte het toilet uit. Een fregat commanderen was een stuk eenvoudiger dan een woedende kroonprins.
Die had inmiddels een nog groter wordende staat van razernij bereikt wat uitmonde in een vlaag van verstandsverbijstering. Het was hem duidelijk; Bruintjes, die lul van een Schout bij Nacht, die gunde hem zijn kok niet, niemand gunde hem iets. Maar dat was vanaf nu afgelopen! Daar zou hij nu godverdomme voor altijd een een einde aan maken.
Met zijn gulp nog open schopte hij de toiletdeur open en denderde door de feestzaal, op weg naar de ambswoning van de vlootcommandant. Hij wist de weg nog. Zijn vier bodygards waren even verrast maar holden toen achter hem aan maar hij had een voorsprongetje en het was maar vijftig meter lopen. Met de bodygards vlak achter hem en daarachter een stoet lichtelijk beschonken adelborsten vloog hij naar buiten en tien tellen later schopte hij de zware houten deur van de ambtswoning open.
—————————-
Dalstra had Weenink en twee geuniformeerde agenten opgetrommeld en reden met twee combi's naar het Paleis. Ze scheurden zo het terrein op en stopten bij de deur van de Schout bij Nacht; er brandde nog licht. Uit het naastgelegen gebouw van de kadetten klonk wat feestgedruis en er klonk een vloekende overslaande stem in de hal van dat gebouw maar Dalstra negeerde dat, hij was er voor andere zaken. Wel klonk een vloekende stem hem enigzins bekend in de oren klonk.
De bewapende MP'r bij de ambswoning knikte bij het weerzien van zijn legitimatiebewijs.
"Ik zal de Schout bij Nacht verwittigen," zei hij.
"Sorry, daar heb ik geen tijd voor," antwoordde Dalstra kortaf en stapte met Weenink en de twee dienders vastberaden naar het woongedeelte. Zonder te kloppen opende hij de deur en keek naar het verraste echtpaar. Ze waren alletwee al gekleed in nachtkleding.
"Wat heeft dit te betekenen?" vroeg Bruintjes woedend. Maar Dalstra negeerde hem.
"Mevrouw Bruintjes, ik arresteer U wegens betrokkenheid bij de moord op Lucien Van Stelhoven."
"Bent U gek geworden?" schreeuwde Bruintjes. "Ik ben de Schout bij Nacht!"
"Ik ben niet gek geworden, mevrouw gaat met me mee. U kunt vrijwillig meegaan of we slaan U in de boeien."
Op dat moment was er een aanzwellend rumoer in de gang naar het woongedeelte. De deur werd opeens opengesmeten en daar stond de briezende kroonprins met het schuim op zijn mond en een opgeheven ponjaard in zijn hand. Achter hem kwamen de bodygards binnen duikelen die hem net niet te pakken hadden gekregen.
"Bruintjes, je gaat er aan!!" schreeuwde hij met verwrongen stem en wilde zich op de Schout bij Nacht storten.
Gerard Dalstra hield zoals altijd het hoofd koel. In een flits greep hij de pols van de kroonprins, juist op het moment dat die de stekende beweging maakte. Het scheelde maar tien centimeter of de punt van de ponjaard zou in de borst van de vlootcommandant zijn verdwenen. Het koste behoorlijk wat kracht maar hij wist met een judogreep de arm van de kroonprins op zijn rug te krijgen en draaide stevig door. Hij hoorde zelfs wat kraken. Door deze greep verloor de kroonprins de macht over het wapen dat zachtjes op het tapijt plofte. Tegelijkertijd begaven ook zijn benen het en zakte hij door zijn kniexc3xabn. Zijn bodygards, getraind in het beschermen van de prins, wilden zich op Dalstra storten maar vonden Weenink en de twee geunifromeerde agenten op hun weg. Pieter Weenink had opeens zijn pistool in zijn hand en drukte nadrukkelijke de loop van het wapen op het voorhoofd van de kleinste bodygard. De twee agenten wisten na een korte worsteling de grootste bodygard op de grond te krijgen en sloegen hem in de boeien. De twee andere hielden zich opeens afzijdig; het pistool van Weenink dwong ontzag af. Het echtpaar Bruintjes stond met wijd geopende monden toe te kijken.
Dalstra bleef bij zijn positieven.
"Afvoeren dat zootje, nu meteen! En U mevrouw, U gaat ook mee."
Ze liepen naar de buitendeur. Een agent voorop, daarachter de geboeide bodygards, toen de kroonprins en tot slot Jantine Bruintjes. Dalstra en Weenink deden de begeleiding. Toen de agent de zware houten deur opendeed stokte zijn tempo.
"Doorlopen, Van Houten," riep Gerard vanuit de achterhoede. "Naar de auto's."
"We kunnen niet verder, baas," zei Van Houten met schorre stem.
"Wel verdomme," mompelde Dalstra en wrong zich langs het rijtje naar voren. Hij keek naar buiten en zag acht zwaar bewapende Marechaussee's met geweren in aanslag op hem gericht. Een negende man stond even opzij daarvan en liep hoofdschuddend naar de hoofdinspecteur.
"Gerard, waar ben je in godsnaam mee bezig?" vroeg Henry Vokkink.
9.
"Waar ik mee bezig was? Poging tot moord op de Schout bij Nacht."
Het was 08.30, 24 uur nadat Van Stelhoven de ponjaard in zijn rug kreeg geplant.
Gerard Dalstra was tijdelijk geschorst, het onderzoek was die nacht overgenomen door de rijksrecherche. Hij zat met Vokkink in zijn kantoortje en voelde de vermoeidheid opkomen.
"Je hebt in ieder geval de moordenaar te pakken gekregen. En dat zo vlug. Overigens is Nijenkerk overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen."
"Nijenkerk is niet alleen de moordenaar," zei Dalstra op vlakke toon. "Zeer waarschijnlijk mededader maar nu is hij het slachtoffer geworden."
"Wie is dan die andere moordenaar?" vroeg Vokkink voorzichtig.
"Brouwer, ongetwijfeld ook MIVD maar meteen weggegaan. En jij stond erbij en keek er naar."
Een viel opeens een zware stilte in het kleine kantoortje. Vokkink kreeg een rode kop en Gerard stak maar weer eens een sigaretje op.
"Vertel," zei de Marachausseecommandant na een minuutje.
"Ik wist het laat in de middag al. Je schoenen hebben je verraden."
"Mijn schoenen?"
"Ja, Van Daalen zei me dat jij pas rond halfelf op de plaats van misdrijf arriveerde, maar je schoenen stonden al op een foto die om tien uur was genomen. Het viel op, een bruin gaatjesmotief. Burgerschoenen onder een uniformbroek. Erg slordig."
"Dat is geen bewijs."
"Je hebt het samen met Nijenkerk en Brouwer gedaan. Op dezelfde foto was het pannetje met lavendelmayonaise op het fornuis omgekieperd. Toen ik gisteravond bij de familie Bruintjes was rook ik het aan het zakdoekje van Nijenkerk. Het pannetje was zo gevallen dat Nijenkerk het slachtoffer van voren afleidde en jij, of Brouwer hem vanachteren doodstak."
"Dat zijn vermoedens."
"Nee, je kunt het van de foto aflezen. Nogmaals, erg slordig. Toen ik er achterkwam heb ik gebeld met een collega van jou. Die ken ik van vroeger, die zat met mij op de politieacademie. We hebben altijd contact gehouden. Hij wist me te vertellen dat jij voor deze functie verbindingsofficier was bij de MIVD. Jij deed operationele acties in de eerste golfoorlog."
"Dat is nog minder bewijs."
Dalstra knikte en zweeg weer even. Ondertussen drukte hij zijn sigaret uit. Vokkink werd wat ongeduldig.
"Vertel eens hoe het volgens jou zit, je bent behoorlijk tekeer gegaan in een dag tijd."
"Het stomme is dat jullie het zo knullig hebben gedaan. Eerst die twee potentixc3xable verdachten die ik zomaar kreeg. Korporaal Brouwer en Luitenant Nijenkerk, maar dat lag er veel te dik boven op; daar keek ik meteen doorheen. Ik had meteen het vermoeden dat die twee bij de MIVD werkten. De vondst van dat belastend materiaal in de flat van Van Stelhoven lag er ook duimendik bovenop, net als de lege ponjaarddoos bij Nijenkerk thuis. Zo amateuristisch, ontstellend gewoon."
"Nijenkerk had motief," zei Vokkink met een geforceerde glimlach. "Hij was verliefd op de vrouw van de Schout bij Nacht en die deed het inmiddels met die kok. Crime passionel."
"Ze deed het al veel langer met die kok, maar dat terzijde. Maar zo konden jullie alle verdenkingen op hem schuiven. Een prima verdachte en jij gaat vrijuit. Maar dan nog, waarom met de ponjaard van de kroonprins?"
"Laten we even naar buiten gaan, dan ruik ik die stank van je sigaretten niet."
—————-
Ze zaten op een bankje bij de schouwburg en keken elkaar niet aan.
"Het plan was al heel raar," begon Vokkink. "We deden uiteraard antecedentenonderzoek naar Van Stelhoven toen de kroonprins hem als persoonlijke kok wilde hebben. Nijenkerk vermoedde Arabische connecties dus we zijn we bij hem binnen geweest. We vonden inderdaad belastend materiaal, niet wetende dat Nijenkerk ons voor was geweest en dat hij voor die aanwijzingen had gezorgd. Van Stelhoven heeft overigens wel gevaren op een cruiseschip waarvan een broer van Osama Bin Laden mede eigenaar is maar die broer zit gewoon in de oliehandel."
"Dus Van Stelhoven moest dood; met een koninklijke ponjaard."
"Er was een dubbelplan. De kroonprins begon zich teveel te profileren. Hij wil geen koning worden althans niet zoals het nu gaat. Hij wil Koning op afstand worden en alleen als het nodig is in Nederland zijn. Hij heeft al een groot appartement in New York, de olifant in Italixc3xab blijft ook in de familie maar hij wil meer, het is een wereldburger geworden. Afrika, Argentinixc3xab. Maar ja, dat gedoe in Mozambique, nu in Argentinixc3xab. Zijn schoonvader zit daar financixc3xabel achter maar die heeft banden met de Colombiase drugskartels. Daar waren ze in Den Haag helemaal niet blij mee. En nu zat de ponjaard van Alex in de rug van zijn aanstaande kok en hij wilde de Schout bij Nacht vermoorden. Er zijn foto's van die ponjaard en getuigen van bijna steekpartij van vannacht. Alex is vanaf nu onder controle, die doet geen gekke dingen meer en wordt een brave koning. Twee vliegen in xc3xa9xc3xa9n klap."
"Welke gek bedenkt zoiets?"
"Dat weet ik niet, maar de opperbaas van de MIVD, Boschaerd Wouters, heeft de uitvoering bedacht."
"Ook nog eens uitgevoerd door klungels."
Het was even stil tussen beide mannen en Dalstra stak nog maar weer eens een sigaretje op.
"Heb jij vaker mensen vermoord?" vroeg hij niet eens onvriendelijk.
"Ja, ik heb in Angola gezeten en in Irak."
"Van Stelhoven was gewoon een goede kok. Een beetje vrouwengek, dat wel, maar meer was het niet. Geen spijt van?"
"Ik wist dat toen niet, alles wees erop dat een extreme moslimaanhanger bij de kroonprins wilde infiltreren."
Vokkink zei het zonder gevoel in zijn stem.
"Nijenkerk zal het ook niet na vertellen, neem ik aan."
"Dat zit er waarschijnlijk niet in maar daar beslis ik uiteraard niet over."
"Wat is die Nijenkerk voor een man?"
"Een geheimagent, hij heeft in het Midden Oosten gezeten, hij moest een tijdje in de luwte. Brouwer hield hem wat in de gaten. Maar laatst kregen we informatie dat Eurpese tak van de Taliban hem bijna was opgespoord."
"Dus hij moest van het toneel."
"Tja…"
Gerard zei niets, stond op, gooide zijn brandende peuk weg en wandelde richting het politiebureau. De recherchekamer was verlaten maar in zijn kantoortje zag hij echter een vreemd gezicht.
Tot zijn verbazing was Boschaerd Wouters niet eens een oude man maar een kwieke, energieke veertiger. Perfect in de kleren maar zonder stropdas.
"Gerard Dalstra neem ik aan? Wij moeten eens goed met elkaar praten. Kan jou kantoortje op slot?"
——————–
"Alex toch, in wat voor wespennest heb jij je nu weer gestoken?"
"Ik weet het niet mama, ik snap er niets meer van."
"Je wilde zelfs de Schout bij Nacht met een ponjaard aanvallen."
"Tja, ik had een biertje op."
Trix keek met vermoeide ogen naar haar oudste zoon maar had geen medelijden. Hij zag er niet uit. Zijn haar was in de war, dikke wallen onder zijn ogen, een verfomfaaide uniform en zijn rechterarm in een mitella. Voor haar was dit het moment om beslissingen te nemen.
"Vanaf nu sta je onder curatele bij Tjonk Billink. Hij, en ik, en niemand anders, vertellen jou wat te doen."
Alex knikte gelaten.
"Na de olympische zomerspelen leg jij je functie neer als lid van het IOC. Londen is wat dat betreft het eindpunt voor jou, dan stop je met die onzin."
"Ah, toe nou mama!"
"Nee, houdt je mond! Ik maak op koninginnedag mijn aftreden bekend en vlak na prinsjesdag ben jij de nieuwe koning. Ik zal voor het laatst de troonrede uitspreken, daarna ben jij aan de beurt. Zo helpe mij, God almachtig."
De kroonprins huiverde eventjes. Die troonrede was toch wel het ergste van het ergste, dat gunde je je grootste vijand niet toe.
"Maar ik ben er nog niet klaar voor!" zei hij op klaaglijke toon. Dat was het einde van zijn mooie leventje.
"Zo zal het gebeuren. En nu naar huis, ik wil je voorlopig niet meer zien. Dan kunnen anderen jou plooien weer gladstrijken. En pas op; Minima is helemaal op de hoogte."
Geknakt verliet de kroonprins Paleis Noordeinde.